Bij de Flamingo’s wil men het zélf te veel doen

Een verhaal uit de oude doos, Ditmaal over de beginperiode van het Haarlemse Flamingo’s. De topclub van weleer behaalde naast vier landstitels ook vier keer de Nederlandse beker, maar zal voor eeuwig in de basketball herinnering blijven staan door hun hun zege in Madrid op het almachtige Real Madrid.

Meer getraind dan ooit en alleen maar slechter geworden. Deze
paradox geldt ongetwijfeld voor de Flamingo’s, die in de eredivisie van het basketball onderaan bengelen. Weinig insiders en zeker de spelers van deze club hadden dit gedacht, dat dit Haarlemse „sterrenteam” vlak na de start van de competitie in nieuwe stijl, deze allesbehalve benijdenswaardige plaats zouden bezetten. Te meer daar de eerste drie tegenstanders tot de zwakste clubs gerekend moesten worden.
Bij de andere basketbalverenigingen in Haarlem wordt meesmuilend gegnuifd over de slechte resultaten, want het team, dat in hoofdzaak is samengesteld uit spelers van andere clubs – het waren meestal lastige jongens – genoot nooit veel populariteit.

De club werd in 1954 opgericht onder de naam „Black Pirates” – ze droegen doodskoppen op hun shirts – door hoofdzakelijk honkballers, die in verschillende clubs basketbal speelden.

Kampioen

Nadat met diverse ontevreden prominenten van andere clubs contact was opgenomen, besloot men tot oprichting van de „Zwarte Piraten” — enige jaren later werd de naam veranderd in „Flamingo’s” — over te gaan. De club werd direct in de hoogste afdeling geplaatst. Terecht, want nog hetzelfde jaar werden de “Pirates” kampioen van Haarlem en eindigden ze in de strijd om de landstitel op de derde plaats. Ook daarna bleef de jonge club een vooraanstaande rol spelen, zodat het geen verwondering wekte, dat ze vorig jaar bij de eerste vijf kwam, wat recht gaf op een plaats in de nieuw te vormen landelijke eredivisie. Met veel elan hebben de spelers, die veel voor hun sport overhebben, zich de hele zomer op het nieuwe seizoen voorbereid Het resultaat was tot nu toe omgekeerd evenredig. Natuurlijk dringt zich de vraag op, waarschijnlijk speelt dit een grote rol, want de uitblinkers die van de zomer in grote vorm waren, zijn nu ongeveer nergens.

De Black Pirates bij hun oprichting in 1954. Later veranderde men de naam in Flamingo’s. Rob Bakker, Hans van Elk, Ruud Jongeling, Ton Kaart, Han Mulle, Piet Duinker, Joop Zandberg, Martin Jole, Ruud van Elk en Jan Meenhorst.

Weinig ideaal
Trouwens net als in de meeste andere steden spelen ook de zaalsportbeoefenaars in Haarlem hun sport onder weinig ideale omstandigheden. Het Krelagehuis beschikt over totaal onvoldoende kleedruimte, waar douches ontbreken. Bovendien is de huur zo hoog, dat geen club en zelfs de Basketbalbond het niet op kan brengen. Het tekort wordt opgevangen met een indirecte subsidie van de gemeente.
Dit heeft geleid tot de vreemde situatie, dat de „Flamingo’s”, die veruit de meeste toeschouwers in Haarlem trekken, geen cent recette kunnen innen.
Sterker nog, de spelers moeten iedere wedstrijd …. een dubbeltje entree betalen om tot de zaal toegang te krijgen, waar ze zelf hun eredivisiewedstrijd moeten spelen. Over ons heilige Nederlandse amateurisme gesproken! De spelers van de „Flamingo’s”‘ in Haarlem kunnen er uren over vertellen.

Daarnaast wreekt zich wel zeker het feit, dat de ploeg uit sterk individuele spelers bestaat, die het veel te veel zelf willen doen Een bezwaar, dat bij de concentratie van sterke clubs dit jaar veel meer is gaan meetellen. Uit een gesprek, dat we deze week met de spelers hadden, mogen we echter afleiden, dat ze niet bij de pakken zijn gaan neerzitten. Ze trainen, onder weinig ideale omstandigheden overigens, op het plein van de „Stadsdoelen”, want een zaal is niet beschikbaar. Op de tijd, dat de „Flamingo’s” oefenen, is de basketbalzaal van de „Doelen” namelijk bezet door een tamboerkorps, die de training van de eredivisieclub opluistert met een oorverdovend tromgeroffel, zodat het er veel van weg heeft, dat de schutters uit vroeger dagen hun traditie nog in de „Doelen” voortzetten.

Advertentie

2 gedachten over “Bij de Flamingo’s wil men het zélf te veel doen

  1. Goed verhaal over Flamingo’s, Fred! Ik Ben benieuwd als oud-Haarlemmer naar het vervolg met Eef Halewijn, Frank Kales, Karel Vrolijk en de tijd met Janbroers, Massaro etc. Wij gebruikten dat Doelenplein regelmatig en er zijn prachtige verhalen van John Epker en de Bogaards, Rob en Jan, die daar op gezette tijden een ware basketball-terreur uitoefenden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s