Gerrit Kok: Een “STERKE ARM” onder het bord

Eigenlijk is het raar dat zijn naam nooit genoemd wordt in de lijst van beste spelers van Nederland. Ger(rit) Kok was de eerste Nederlandse basketball speler die een prof contract tekende en als eerste Nederlander in het buitenland actief was. In 1967 werd hij de best betaalde speler in de Belgische competitie, hij verdiende dus meer dan de Amerikanen en de Oost Europeanen die daar speelden. Bij Standard Luik speelde hij samen met de befaamde maar helaas te vroeg overleden (auto ongeluk in 1969) Joegoslaaf Radivoj Korác.

In 2012 had ik al een verhaal geschreven over het basketball leven van Ger(rit) Kok. Dit stukje gaat over – naar later blijkt – zijn laatste seizoen in de Nederlandse eredivisie. Na dat seizoen vertrok Kok naar België, waar hij een prof contract tekende bij Racing White Brussel.

Jeugdige Amsterdammer ontwikkelde zich tot een van de beste basketballspelers van Europa 

Per wedstrijd vijfentwintig treffers. “Hij wordt te dik, te log, zijn benen worden te zwaar”, voorspelden sombere Nederlandse basketballfans een tijd geleden. “En je eindexamen haal je ook niet”, beweerden verontruste leraren van het Ir. Lely Lyceum.

Beheerst staat hij op de bal te wachten. Even een verkennende blik over de schouder, dan een draaikolk van kort en snel voetenwerk, waarin zijn directe tegenstander wordt weggezogen, en aansluitend verheft hij zich als een adelaar om de bal in de ring te lepelen. Dit is één van de vele manieren, waarop het basketballtalent  Gerrit Kok zijn fascinerende serie punten boetseert. Een volgende keer springt hij loodrecht omhoog of hij bijt zich verbeten vast in een groep springende spelers om de bal even dat tikje te geven, dat voldoende is voor twee punten.

“Hij is een allround speler zonder weerga”, zegt Robert Busnel, de Franse „basketballpaus” van hem. “Eén der beste spelers van Europa”, vindt de nationale coach van Frankrijk, André Buffière. “Een raspaard”, stelt de Belgische coach Guy van den Broeck likkebaardend vast.

Hier zal hij de bal, die bijna in handen is van de Duitse internationaal Weinand, in het net wippen. Een foto uit de interland Nederland-Duitsland.

Kok liet ze pralen. Schijnbaar zonder moeite, scoorde hij zijn punten, distribueerde hij zijn striemende passes en haalde hij zijn examen. Niks te dik, niks te log, niks te zwaar. Kok is uitgegroeid tot een harmonisch gebouwde atleet van 1.97 meter en 97 kg, goed getraind, met een nuchtere kijk op het spel, die zich nimmer hoeft te forceren. “Hij heeft klasse”. Kok is geen mysticus, geen basketball-troubadour; hij speelt koelbloedig, efficiënt, kortom goed. Om de hoogste top van de technische volmaaktheid te bereiken is het noodzakelijk, dat een speler heel jong met basketball begint. Dit is niet zo maar een uitspraak van een dagbladmedewerker met de wijsheid in pacht, doch de conclusie van een Joegoslavisch onderzoek bij de beste basketballers ter wereld over een periode van zon vijftien jaren.

Die conclusie kunnen we ook in ons landje verifiëren. Er zijn voorbeelden genoeg (Jan Driehuis, Ton Boot, Jan Schappert, Kees Smit). Gerrit Kok is de bevestiging van de stelling, getuige zijn carrière, die op zijn tiende jaar al begon in een schoolteam, op zijn veertiende gestalte begon te krijgen als invaller bij Landlust op een sterk internationaal kersttoernooi in Amsterdam en zijn allures kreeg op zijn zestiende jaar. Hij werd toen opgenomen in het eerste team van Landlust en direct daarna in de selectiegroep van het Nederlands team. Zijn ster is opmerkelijk snel gestegen sindsdien. De jonge, trage en nog wat ongecoördineerde knaap debuteerde al als zeventien-jarige in februari 1961 in Gent tegen België en niet onbevredigend”, volgens de bondsredacteur Perels. Twee maanden later schreef de coach van Argus, Van der Heyden, over hem naar aanleiding van zijn tweede interlandwedstrijd (tegen Duitsland): „Nederland had een pivot, een moderne pivot: Kok. En een moderne pivot hebben we nog nooit gehad”.

Op de Europese kampioenschappen 1961 in Belgrado (april) brak het talent Kok door. Hij bleek de „sterke arm” onder de borden; de Roemeense en. Franse topspelers moesten ernstig met hem rekening houden. Achttien jaar!! In onze lofzangen houden we de adem even in: deze speler is pas achttien jaar! Men moet even wennen aan de voor de hand liggende veronderstelling, dat Kok sinds kort aan zijn basketballcarrière is begonnen. Men weet nooit wat de toekomst brengt. Slechts de wetenschap, dat Kok in februari (vervroegd) in militaire dienst gaat, ligt binnen ons gezichtsveld.

Niettemin heeft Kok nu al een knappe staat van dienst. Twee seizoenen in het Nederlands team en meteen topscorer, vorig seizoen onbedreigd topscorer van de eredivisie met 545 punten (gemiddeld 25 punten per wedstrijd), de beste rebounder, het hoogste spelrendement (hetgeen bij basketball in een indexcijfer wordt uitgedrukt) en momenteel weer topscorer in de eredivisie (gemiddeld 30 punten). In 1959 en 1960 speelde Kok in Mannheim met het Nederlandse jeugdteam mee in een groot Europees landentoernooi, in 1960, 1961 en 1962 vertegenwoordigde hij zijn land als jeugdspeler tegen België, ‘waar bij hij in 1961, liefst 49 punten voor zijn rekening nam. en inmiddels droeg hij al weer veertien keer het officiële Oranjeshirt. Wat bij Kok zo imponeert is zijn schotvaardigheid. In 1959 brak hij het absolute persoonlijke wedstrijdrecord in het juniorenteam van Landlust: hij maakte in 33 minuten speeltijd liefst 86 punten.

In het buitenland is Kok geen onbekende naam: iedere tong kan hem ook gemakkelijk uitspreken. Men heeft hem daar enige malen persoonlijk geëerd, zoals na een toernooi in België en in Antibes, waar Busnel hem in augustus jongstleden glunderend een gigantische beker overhandigde en alle Franse topspelers hem enthousiast kwamen feliciteren. Vorig seizoen klonk er alom zoet gefluit van allerlei clubfanaten, die Kok graag in een ander shirt zagen opereren. Te midden van de ondergrondse concurrentiestrijd werd Bram Bakel, de verpersoonlijking van Landlust, door een bepaalde clubman telefonisch gewekt een goed woordje voor diens club te doen, omdat Kok toch wel van club zou veranderen. Voor Kok doet men alles, tegen Kok niets. Een club in Parijs stelde zelfs een studie aan de Sorbonne in het vooruitzicht, al weet geen zinnig mens, wat Kok in hemelsnaam met een Parijse studie voor toekomstmogelijkheden heeft… Maar alle deiningen ten spijt bleef Gerrit Kok gelukkig zijn oude club Landlust trouw, waar hij een uitstekende basketball  opleiding krijgt van de coach Rob de Wit, waar het hem goed bevalt en hij omgeven is door enkele topspelers als Bruin, Sterker en Driehuis.

Bronnen: Het Parool en de Volkskrant

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s