Theo Kinsbergen heeft de strijd nooit geschuwd

theo kinsbergen 2007De thans 82 jaar oude Theo Kinsbergen werd in de basketballkringen vaak een controversiële figuur genoemd. Toen hij voor het eerst voor het voetlicht trad als eigenaar/coach van Kinzo Amstelveen kreeg hij al spoedig het stempel opgeplakt ondeskundig te zijn. De Amsterdammer heeft zich dat nooit aangetrokken. Hij maakte zich nauwelijks druk om de insinuaties betreffende zijn persoon, hij kon er zelfs om lachen. In tegenstelling tot wat velen dachten had Theo Kinsbergen wel degelijk zijn sporen al verdient in het basketball. In de vijftiger jaren speelde hij bij AMVJ met welke ploeg hij enige keren kampioen van Nederland is geworden. Na zijn actieve spelers periode is hij ook nog enige tijd coach geweest bij deze club. “Dat zijn dingen die de meeste mensen niet wisten”, vertelde Kinsbergen.  “Net zoals niemand wist dat ik onderwijzer ben geweest”.

Onderwijzer, vertegenwoordiger en directeur

Als vertegenwoordiger probeerde Kinsbergen vroeger voor zijn baas wel eens een artikel te verkopen dat hij aan de straatstenen niet kwijt kon. Waarom? Omdat de concurrentie goedkoper was. Als hij dan wat ontmoedigd op kantoor terugkeerde, bleek zijn baas vreemd genoeg laaiend enthousiast. Die riep glunderend uit: „De concurrentie goedkoper? Prachtig! Prachtig! Dat is strijd, dat is uitdaging. We gaan er nu helemaal met volle stoom tegenaan”. Die filosofie over het zakendoen is Theo Kinsbergen altijd bijgebleven.

Hij werd directeur van een florerende onderneming met een jaaromzet van vijftig miljoen gulden en hij denkt nog altijd met respect aan de woorden van zijn vroegere baas terug, als een concurrent een order voor z’n neus probeerde weg te kapen. Theo Kinsbergen heeft de strijd nooit geschuwd. Die karaktereigenschap typeert niet alleen zijn succesvolle zakencarrière, maar ook zijn rol in de sportwereld, waarin hij als sponsor-coach de Amstelveense basketbalclub Kinzo naar twee landskampioenschappen leidde. Theo Kinsbergen wilde altijd winnen. En hoewel dat uiteraard niet altijd lukte, huldigde hij het principe: „Ik laat me niet uit het veld slaan. Ik ga er eenvoudig vanuit, dat ik beter ben dan een ander of minstens even goed”. Dat is echt geen opschepperij, maar een manier om jezelf te motiveren. Noem het een vorm van zelfovertuiging”.

Sport en zakendoen is overigens een ideale combinatie, volgens Kinsbergen, die samen met broer Martin  het bedrijf Kinzo runde. „Zakendoen is namelijk ook sport. Een geslaagde transactie geeft net zoveel voldoening als een overwinning met het basketbalteam. En dat moet je los zien van de materiële winst. Want veel geld verdienen heeft ook een flink aantal negatieve effecten. Als het je zakelijk voor de wind gaat, word je door je omgeving voortdurend belaagd met kreten in de trant van: „Dat kan jij gemakkelijk zeggen, want jij hebt toch genoeg geld”. Om nog maar niet te praten van de kinderen, die om de haverklap van hun vriendjes moeten horen: „Jouw vader is een rijke stinkerd”.

Ik kan niet zeggen, dat ik me gelukkiger voelde dan in de tijd dat ik als onderwijzer tweehonderdnegentig gulden schoon in de maand verdiende. Ik vind, dat ik dezelfde doodgewone jongen ben gebleven. Want laten we eerlijk zijn: “Wat is nou poen op de bank? Dat is een getikt getal op een papiertje”.

Tweehonderdnegentig gulden schoon in de maand als onderwijzer, zo startte Theo Kinsbergen zijn wonderlijke carrière. Hij voelde zich aangetrokken tot het onderwijs, omdat hij zelf zo’n leuke schooltijd had gehad. Maar zijn eerste ervaringen voor de klas op een lagere school in de Amsterdamse wijk Kattenburg beantwoordden helemaal niet aan het ideaal. Theo kwam in conflict met de hoofdonderwijzer, die er een gewoonte van maakte om kinderen te mishandelen. Toen „meester” Kinsbergen hem te verstaan gaf „maar van mijn kinderen blijf je met je handen af”, kreeg hij niet lang daarna de aanzegging, dat zijn dienstverband bij deze school was beëindigd.

De Comeniusschool in de Amsterdamse Kinkerbuurt werd zijn volgende station. „Leuke, openhartige kinderen, maar verder een verwaarloosde troep en ongelooflijk luie collega’s, wier terminologie voornamelijk bestond uit: hé, de kop van de week is eraf” en „nog drie weken, dan is het eindelijk weer vakantie”. Kinsbergen verdiende intussen 390 gulden schoon in de maand, had zes weken vakantie, maar bracht die tijd bij gebrek aan voldoende middelen wandelend achter de kinderwagen in het Vondelpark door.

Zijn vader was vertegenwoordiger in gereedschap en toen die een keer bezoek kreeg van een grossier, die zei: „Ik zoek een vertegenwoordiger, die nergens verstand van hoeft te hebben, als hij maar éérlijk is”, merkte Theo gretig op: „Nou, dat wil ik dan wel proberen”. Ex-onderwijzer Kinsbergen met grote koffers vol schroevedraaiers, steek- en ringsleutels op stap. Een vreemde omschakeling: „Als ik om vijf uur nog bij een klant stond, dacht ik wel eens: „Als ik onderwijzer was gebleven, was ik nu al thuis. .

Kinzo vestiging te Ede

Kinzo vestiging te Ede

Theo werd later vertegenwoordiger bij een groothandel, maar toen zijn vader een zelfstandig bedrijfje stichtte stapte hij samen met broer Martin bij pa in de zaak. Na de pensionering van Kinsbergen senior, verlegden de zoons meer en meer de grenzen. Zakenreizen naar het Verre Oosten en lucratieve contracten afsluiten. Het bedrijfje, dat inmiddels naar de naam KINZO (naar Kinsbergen en Zonen) luisterde, maakte een reusachtige opgang en groeide uit tot een internationale zaak met leveranties aan vele Europese landen.

Theo's racemonster - Foto: Jan Borsboom

Theo’s racemonster – Foto: Jan Borsboom

Maar de sport bleef  Theo boeien. Hij had furore gemaakt als autocoureur in de toerwagenklasse op het circuit van Zandvoort en had al eens de titel kampioen van Nederland in de categorie „Sportcars” veroverd.

„Die snelheid, de pure snelheid, gaf me een geweldige kick. In zo’n race komt er een eigenaardig gelukzalig gevoel over je, dat gewoon niet te definiëren is”, vertelde hij eens. „In die tijd heb ik ook ervaren, dat begrippen als „geluk” en „pech” erg betrekkelijk zijn. Ik geloof er ook niet zo erg in. „Pech” is meestal je eigen schuld. Het betekent, dat je je nog beter had moeten voorbereiden op een race. En zo is het ook vaak in het zakenleven. „Pech en geluk” zijn facetten, die je zelf voor een zeer belangrijk deel in de hand hebt.”  Zo benaderde Theo Kinsbergen ook zijn grote passie: de basketballsport.

Sponsoren

200430635-001Theo Kinsbergen ging sponsoren louter en alleen om de publiciteit. Basketball kreeg na het voetbal, in de jaren ’70 en ’80 de meeste tv-tijd, de grootste koppen in de kranten en het meeste publiek. Als hij was gaan sponsoren als een soort hobby, had Kinsbergen niet voor het basketball gekozen maar voor de autosport. De autosport heeft hem altijd meer getrokken, omdat hij zelf jarenlang heeft geraced en het had ook meer met de produkten te maken welke zijn bedrijf verkocht.

Hij blijft erbij dat hij nooit veel geld in Kinzo Amstelveen heeft gestoken. In ruil voor een som geld heeft hij het eerste team gekregen. Theo vertelde hierover: “Bij de andere clubs geeft een sponsor een x-bedrag aan de club, en dan mogen ze hopen dat het geld goed besteed wordt. Ik hoefde geen rekening te houden met voorzitters en andere gewichtdoeners, die alleen maar geschikt zijn om geen, of verkeerde beslissingen te nemen. Veel van die bestuursleden lijken op onderwijzers die geen orde in hun klas kunnen houden.

„Het is onmogelijk om geweldige prestaties te leveren’ met mensen die daartoe de capaciteiten niet hebben. Je zal moeten beginnen een ploeg’ bijeen te zoeken van spelers die de mogelijkheden hebben, topbasketball te spelen.

Daarna kan je aan de opbouw van een kampioensteam gaan beginnen. Dat is tenminste mijn visie op de zaak. Vanaf de eerste dag dat we met sponsoring begonnen was de opzet om kampioen te willen worden. Zonder prestaties geen publiciteit. Maar het zoeken naar de juiste ploeg heeft drie jaar geduurd.

„Mij werd vaak voor de voeten gegooid, dat mijn aanpak voor het Nederlandse basketball funest zou zijn. Tegen Janbroers (coach van Remington) en Massaro (voorzitter Buitoni) heb ik destijds gezegd, toen zij mij hierop aanvielen: O.K. heren, jullie zijn bang dat ik jullie spelers wegkoop. Ik zal ze niets meer bieden, ik zal mijn spelers wel uit Amerika halen”.

Einde van deel 1

Bob Heuts: De ‘Blonde Pijl’ van BS Leiden


Bob Heuts

De Nederlandse-Amerikaan Bob Heuts speelde slechts twee seizoenen in Nederland. Hij kwam uit voor BS Leiden, hoewel Levi’s Flamingo’s hem ontdekt had. De Haarlemmers kozen uiteindelijk voor Eric Dompeling. Heuts maakte vooral in zijn eerste jaar veel indruk.

Ondanks een aantal schorsingen wilde bijna ieder eredivisieteam hem graag inlijven. Heuts koos echter – mede op aandringen van zijn vrouw – voor een terugkeer naar Amerika om daar te werken aan zijn maatschappelijke carrière.

Indonesië, Nederland en Amerika

De voormalige aanvoerder en het ‘gezicht’ van BS Leiden werd geboren in Indonesië , maar verhuisde al vroeg met zijn ouders naar Amsterdam. Gedurende zeven jaar verbleef het gezin in Nederland, waarna men naar Chicago vertrok, om later zich te vestigen in North Carolina. Heuts hierover: “Als je gewend bent aan Indonesië, dan is Nederland heel klein. Daar was zoveel ruimte. Hier woon je op elkaar. Mijn ouders wilden wel eens zien hoe het er in Amerika uit zag.”

Heuts ging naar school, leerde snel de taal en paste zich vrij gemakkelijk aan aan het Amerikaanse leven. Daarmee was onverbrekelijk het basketball verbonden. Op High School kon Heuts er – hij was toen al 1 meter 98 – dan ook niet onderuit. Basketball werd zijn sport. Dat ging overigens niet zo snel – in het begin had hij weinig interesse in de sport – maar toen hij moest invallen bij een hoger team werd hij gegrepen door het spelletje.

Daarna voltrok zijn carrière zich in een hogere versnelling. In zijn derde jaar speelde Heuts in plaats van in het junior team al in het varsity team. Heuts kon kiezen uit verschillende colleges, maar zijn voorkeur ging uit naar North Carolina State University in Raleigh.

Van Links naar rechts: Bob Heuts, Mike Gillespie, Rick Holdt, Mark Balbach, Bill Benson en freshman coach Eddie Biedenbach

Van Links naar rechts: Bob Heuts, Mike Gillespie, Rick Holdt, Mark Balbach, Bill Benson en freshman coach Eddie Biedenbach

North Carolina State

Vanaf het begin kreeg hij redelijk veel speeltijd. Heuts trainde in de zomer keihard door. Dit vertaalde zich in een basisplaats in zijn sophomore jaar. In september 1971 werd Heuts samen met ploeggenoot Paul Coder gearresteerd in een park vlak bij de campus omdat de agenten een verdacht zakje zagen liggen in hun auto. Het bleek om vijf ons marihuana te gaan. De twee spelers besloten zich terug te trekken uit het basketballteam om de schade voor de universiteit zo klein mogelijk te houden. Coach Norman Sloan hulde zich in stilzwijgen. De rechter oordeelde in januari 1972 dat beide spelers vrijuit gingen omdat het een illegale actie van de plaatselijke politie betrof. De 20-jarige Heuts en Coder mochten weer terugkomen  in het team van coach Sloan en Heuts behield zijn positie als starter bij North Carolina State. Hij zou in 1973 met succes afstuderen.

Bob Heuts bij North Carolina State

Bob Heuts bij North Carolina State

BS Leiden

BS Leiden verraste in de zomer van 1973 met de aankondiging dat ze een Amerikaan met een Nederlands paspoort hadden aangetrokken: Bob Heuts. In eerste instantie had Levi’s Flamingo’s Bob Heuts op de korrel, maar de Haarlemmers lieten Heuts lopen omdat hij Amerikaan zou zijn. De Leidse belangstelling was voor Bob Heuts een mooie kans om terug te komen naar Nederland. hij had hier nog veel familie wonen, die hij zodoende weer kon bezoeken.

Een dunk van Bob Heuts voor BS Leiden

Een dunk van Bob Heuts voor BS Leiden

In korte tijd wist hij de harten te veroveren van de Leidse fans door zijn fabelachtige inzet. Om die inzet, om zijn karakter en niet in het minst om zijn uitstekende spel – hij kon schieten, rebounden, het spel verdelen en was verdedigend ijzersterk – behoorde hij al snel tot de betere spelers in de eredivisie. Bij Leiden werd hij onder coach Rob de Wit direct aanvoerder van het team.

In december ging hij even terug naar Amerika om te trouwen. Met de jaarwisseling was hij met zijn kersverse bruid Cindy terug in Leiden waar hij een woning had in de Merenwijk. In januari betrokken ze een woning in Noordwijk. Cindy Heuts zette zich direct enthousiast in om een aantal jonge meisjes op te leiden als cheerleaders voor de thuiswedstrijden van Leiden.

In maart 1974 werd Bob Heuts van het veld gestuurd omdat hij tijdens de wedstrijd BS Leiden – Raak Punch Eric van Woerkom een klap in het gezicht zou hebben verkocht. In april kwam de uitspraak  van de NBB. Heuts werd geschorst voor acht wedstrijden en kreeg ook nog eens acht wedstrijden voorwaardelijk. Daarnaast moest hij zijn aanvoerderschap neerleggen. Leiden ging direct in beroep tegen de uitspraak. Heuts besloot zich terug te trekken uit de selectie van het Nederlands team, niet alleen omdat hij verbolgen was over de schorsing maar ook omdat hij bang was zijn Amerikaanse nationaliteit te verliezen.

Hij sloot het seizoen af als derde op de topscorerslijst en had de meeste assists en steals in de competitie. Hij werd gekozen in het ‘All Defense Team’.

Gelukkig voor Heuts en Leiden werd de straf gehalveerd. Toch zou hij bij de start van het nieuwe seizoen eerst zijn schorsing moeten uitzitten. De marktwaarde van Heuts daalde door dit voorval niet. Levi’s Flamingo’s, Raak Punch, Transol RZ, Kinzo en Sperry Remington boden veel geld voor een transfer van Heuts. Toch bleef hij Leiden trouw onder meer door de goede verstandhouding die hij had met het bestuur.

Bob Heuts schiet in de wedstrijd tegen Frisol

Bob Heuts schiet in de wedstrijd tegen Frisol

Het seizoen 1974-1975 begon voor Heuts met die vier wedstrijden schorsing. Zijn terugkeer in de ploeg werd gevierd met een historische zege op Levi’s Flamingo’s. Toch liep het minder goed. Heuts speelde vaak gevaarlijk agressief  en was zoekende naar zijn oude topvorm. Tijdens het kersttoernooi van Gerard de Lange liep Heuts tegen een tweede schorsing op na opmerkingen tegen scheidsrechter Van Dishoek. Het werd één wedstrijd plus de vier resterende voorwaardelijke wedstrijden die nog op zijn lijst stonden.

Zo moest BS Leiden aan de strijd in de kampioenspoule beginnen zonder hun ‘motor’ Bob Heuts. Dit kostte Leiden zeker een aantal overwinningen. Pas toen Heuts weer in zijn oude doen was, kon Leiden zodanig vlammen dat een opmerkelijk eindsprint mogelijk werd. Tot vlak voor zijn vertrek bepaalde Heuts op die manier het ‘gezicht’ van BS Leiden.

Bob Heuts speelde zijn laatste wedstrijd tegen Transol RZ. Met 26 punten nam hij afscheid van Leiden en Nederland. De Leidsche club had zijn vertrek niet aangekondigd, dus vertrok de ‘blonde pijl’ van BS Leiden met stille trom.

Terug naar de States

Lang bestond er twijfel of Heuts er nog een jaartje aan vast zou plakken, maar Heuts hakte de knoop voor zijn laatste wedstrijd definitief door. Bij die beslissing speelde de stem van zijn vrouw Cindy – van wie bekend was, dat ze het in Nederland niet naar haar zin had – een belangrijke rol. Ook jammer voor Theo Kinsbergen (Kinzo) en Jan Massaro (Buitoni) die tot het laatste moment probeerden Bob Heuts in te lijven.

Heuts keerde terug naar North Carolina en ging op de tabaksplantage van zijn schoonvader in Franklin County werken. In de weekeinden coachte hij een jeugdteam. Uit angst voor de veranderingen die zouden komen in de tabaksteelt, besloot Heuts echter carrière te maken in de publieke sector.

Na negentien jaar even terug in Nederland

Negentien jaar lang zag Heuts geen kans om Nederland te bezoeken, maar in april 1994 kwam hij even weer terug. Het duurde zo lang omdat zijn kinderen te klein waren en hij het te druk had met zijn werk. De ware reden van het bezoek was dat hij zijn kinderen wilde laten zien hoe de Nederlanders leven. Daarom geen toeristische attracties maar het bezoeken van familie en oude vrienden; en verder de kinderen kennis  laten maken met de cultuur en geschiedenis van Nederland. Want, zo liet Heuts weten: “in tegenstelling tot Amerika hebben we hier toch met een lange geschiedenis te maken.”

Verder  verloop van zijn carrière

Zijn verdere carrière bracht hem naar Lee County, waar hij als directeur van Lee County Economic Development Corporation aan de slag ging. Heuts werkte zowel in de private als de publieke sector,  met als doel zoveel mogelijk business en industrie aan te trekken om de werkgelegenheid te verhogen in Lee County. Dat lukte ondermeer met Caterpillar, Coty en 3M.

In augustus 2012 besloot hij dat het tijd was om met pensioen te gaan, na 16 jaar werkzaam geweest te zijn voor Lee County, maar in november 2012 kwam hij daar op terug nadat hij na wat aandringen besloot het aanbod van het naburige Beaufort County aan te nemen om voor deze county de economische ontwikkelingen aan te sturen als directeur van de Beaufort County Economic Development Commission.

Still playing the game

In de zomer van 2011 won Bob Heuts de zilveren basketballmedaille  in de 2011 Summer National Senior Games, die werden gehouden in Houston, Texas. Hij speelde toen in de categorie van 60 tot 64 jarigen, welke bestond uit 23 teams afkomstig uit de gehele Verenigde Staten.  Heuts en zijn maten hadden voordien het ‘State’ kampioenschap van North Carolina gewonnen.

Van links naar rechts: Bob Heuts, Al Faber, Lin Green, Arnold Nicholson en Jim Groves.

Van links naar rechts: Bob Heuts, Al Faber, Lin Green, Arnold Nicholson en Jim Groves.

Zijn team ‘Land of  Waterfalls’ bestond uit Arnold Nicholson, Jay Norris, Lin Green, Jim Groves en ….. een oude bekende, ons aller Al Faber, de noeste werker van weleer. Volgens Heuts en Faber hadden ze bijna het goud gewonnen, maar een buzzerbeater in de verlenging bezorgde een team uit Missouri de titel.

Bronnen: Archief Leidsch Dagblad, Dagblad De Tijd, The Washington Dailynews en The Sanford Herald

Ton Kallenberg, grondlegger van het ‘Leidsche’ basketball


Kallenberg pensioen vierkant

In dit verhaal kijken we terug op het basketball leven van Ton Kallenberg sr. Antonius Joseph (Ton) Kallenberg werd geboren op 7 juli 1929 en overleed op 22 april 2010 op 80-jarige leeftijd. Je zou hem ‘de James Naismith van Leiden’ kunnen noemen. Ton stond niet alleen aan de basis van het basketball in Leiden, maar was tevens de oprichter van The Bona Stars, dat tegenwoordig onder de naam Zorg en Zekerheid Leiden acteert in de Nederlandse eredivisie.

Het begin

Na enkele jaren psychologie te hebben gestudeerd in Amsterdam en Leiden, stapte Ton Kallenberg in november 1951 de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding binnen. Na voltooiing van zijn studie gaf hij enkele uren per week gymnastiekles aan het Bonaventura College. Wat al snel een volle werkweek werd. Hij gaf les aan de lagere school en de jongens en meisjes ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs). Hij behoorde tot de eerste lichting leerlingen van de Haagse sportacademie die basketball als onderdeel van het eindexamen kende.

Kallenberg jong

Reeds in die tijd gaf hij de voorkeur aan volleybal en …. basketball. Hij werd er eigenlijk meteen door gegrepen en mede uit ‘rancune’ – omdat de schoolleiding hem dwong zijn volleybalteam op te geven – koos Ton Kallenberg voor de nieuwe basketballsport.

Dat ging niet altijd even gemakkelijk want in de ULO aan het Vrouwenkerkhof moest hij zich aanvankelijk behelpen met korfbalmanden. Ook op de middelbare school aan de Mariënpoelstraat is Ton Kallenberg zo begonnen. Berucht was de gymzaal aan de Pieterskerkgracht: afstandschoten moesten over de steunbalken gemikt worden en middenin het veld stond een potkachel. Maar het kon zijn enthousiasme voor het basketball niet doven. Hij prefereerde tijdens de lesuren het basketball boven het volleybal. “Basketball is technisch ook moeilijk, maar het geeft de beginneling toch meer voldoening”, aldus Ton Kallenberg in 1957.

Zijn geestdrift miste zijn uitwerking op de rector niet: er kwamen heuse baskets. Die waren nog maar koud in het gebouw, of Ton Kallenberg begon met een klassencompetitie. De animo onder de Bonaventura leerlingen was enorm. Zelfs het kleinste klasje wilde met een eigen team meedoen. Uit die onderlinge scholencompetitie is de eerste basketballclub van Leiden gegroeid. Een tweede klas vroeg om extra training. Toen die aan de gang was, waren er meer gegadigden. Zo ontstond een schoolclubje, dat al spoedig – 1956 – aan de competitie ging deelnemen. Aanvankelijk als onderafdeling van de korfbalclub “Crescendo”, maar dit onderdak werd niet ideaal geacht, en na een jaar ‘inwoning’ gaf men er de voorkeur aan op eigen benen te staan.

The Bona Stars

Op 23 september 1958 werd de vereniging opgericht. Als naam werd gekozen: The Bona Stars. In het eerste gedeelte daarvan werd de band met het Bonaventura Lyceum (die inmiddels heel wat losser was geworden) tot uiting gebracht en die “Stars”; nu ja …. de jongens voelden zich “stars” want pas drie jaar na de oprichting leed het eerste team zijn eerste nederlaag: tegen Argus 2. Ton Kallenberg vond een aantal leraren van het Bonaventura – toen nog paters – bereid om bestuurswerkzaamheden voor The Bona Stars te verrichten.

The Bone Stars logo

Inmiddels hadden die competitiesuccessen hun invloed ook op de jeugd niet gemist. De vereniging telde in 1961 niet minder dan vijf senioren- en zes jeugdteams. Ton Kallenberg was in die tijd niet alleen voorzitter van The Bona Stars, maar ook lid van de NBB-districtsraad van het district Den Haag. In die jaren was er in Nederland een tekort aan zaalruimte. The Bona Stars hadden overigens niet te klagen, zij hadden de beschikking over een gymnastiekzaal van het Bonaventura Lyceum en hadden nog een ‘veld’ buiten op het schoolplein, waar de competitiewedstrijden werden gespeeld! In die tijd was Kallenberg voorzitter en secretaris tegelijk, maar bovendien coach en trainer van alle teams. Gelukkig kwam aan deze hectische tijd een einde toen Kees Pleij en André de Jong hun diensten aanboden. Met hen stond er een organisatie, die de volgende stap kon maken.

Kallenberg vertelde in de beginjaren ’60: “Toen ik begon, waren er geen trainerscursussen. Ik ging in Delft en Den Haag kijken hoe de eredivisie coaches van Punch en Argus trainingen gaven. De school Bonaventura was helemaal basketball-gek geworden. Ik kon kiezen uit meer dan 200 leerlingen, waar talenten als Har Stol, Peter de Jong, Paul Ruysenaars en Pieter van Tuyll van Serooskerken uit voort zijn gekomen.”

The Bona Stars team

In 1961 volgde promotie naar de landelijke eerste klasse. Het duurde zes jaar voor de eredivisie werd bereikt. Drie keer eindigde de ploeg van Kallenberg als tweede. In 1964 hield EBBC Den Bosch – met speler Rinus de Jong, later de grote man bij die club – The Bona Stars van promotie af. Nadat de volgende jaren Suvriki en Punch voorrang was verleend, maakte de Leidse vereniging onder leiding van Ton Kallenberg de stap alsnog, in 1967.

Eredivisie en afscheid

April 1967 volgde dus de promotie naar de eredivisie. In dat eerste jaar werden de thuiswedstrijden in de sporthal aan de Steenwijklaan in Den Haag afgewerkt. Omdat de Hongaarse coach Tibor Toth het in dat eerste jaar nogal eens liet afweten, nam Kallenberg de training en coaching over. In 1969 werd besloten, na commentaar van een aantal leden, dat bestuursleden niet meerdere functies binnen de vereniging konden vervullen. Kallenberg had hier geen moeite mee. Hij gaf zijn voorzitterschap op en ging verder als trainer/coach. Daar lag ook meer zijn interesse. Hij ging zich nu meer verdiepen in de theorie van het spel en nam vele boeken door om zich verder te bekwamen in het coachingvak. Hij besefte terdege dat de structuur moest veranderen, wilde The Bona Stars een woordje meespreken in de eredivisie. Zijn ideaal was om kampioen van Nederland te worden met eigen spelers. Eén van de eerste dingen die hij deed, was het formeren van een begeleidingsteam om hem heen. Als assistent-coach kwam oud-eerste team speler Cees den Hollander en er werd een arts aan het team toegevoegd: Dr. Bosch van de Annakliniek,  tevens lid van de medische commissie van de NBB.

The Bona Stars met pater

Boven: 41 Hans van Mameren, 10 Cees Pley, Tibor Toth, 95 Peter de Jong, Ton Kallenberg (oprichter van The Bona Stars), Pater Gelauff (jarenlang bestuurslid van The Bona Stars)
Midden: Cees den Hollander, Ben van Cleef, André de Jong
Onder: 44 Ad van Slingerland, 28 Wim Stol, Hans Kaper, Harry Stol

Na een wat onbevredigend seizoen, nam Ton Kallenberg in 1973 afscheid van de club die hij had opgericht. In het begin van de zeventiger jaren veranderde de naam in BS Leiden en met financiële steun van een groep sponsors – verzameld door Ton Menken – werden de eerste Amerikanen aangetrokken. De band met het Bonaventura werd verbroken. Kallenberg destijds hierover: “Bona Stars kreeg allerlei faciliteiten van de school in de vorm van materiaal en trainingsaccommodatie. Na het seizoen 1972-73 met Amerikaanse inbreng heb ik me terug getrokken. Die hele ontwikkeling hoefde van mij niet. Mijn bedoeling was leuk te ballen en zover mogelijk te komen. Dat laatste is wel gelukt.” Kallenberg werd benoemd tot ere-voorzitter van de club.

LUBA Leiden en Blitz Voorschoten

In 1974 vertrok Ton Kallenberg naar LUBA Leiden om daar mede als coach aan de slag te gaan. Ook hier pionierde hij: de fusie tussen Essor en TRK kwam er mede door zijn toedoen. In mei 1976 werd hij gekozen tot voorzitter van het jeugdbestuur bij LUBA. Mei 1978 nam Ton afscheid van LUBA, hij legde zowel zijn functie als coach als het voorzitterschap neer. Hij wilde het wat rustiger aan doen. Hij werkte verder bij de NBB, onder anderen als voorzitter van de Commissie Opleidingen, die toezicht hield over de trainingsopleidingen bij de basketballbond.

In de zomer van 1982 werd Kallenberg coach bij het Voorschotense Blitz, vlakbij Leiden. Tijdens het 25-jarig bestaan van The Bona Stars in 1983 was ere-voorzitter Ton Kallenberg coach bij de wedstrijd tussen oud-Bona Stars en een team van oud Punch/Argus spelers. Voor de wedstrijd werd hij gehuldigd. Uit handen van NBB-bestuurslid Bongers ontving hij de bondsspeld van verdienste. In 1984 vertrok hij bij Blitz nadat een aantal spelers niet meer onder hem wilde spelen, terwijl Kallenberg het met die spelers ook wel gezien had.

LUBA eerde in 1988 de oprichter en erevoorzitter van Leiden, die de sport in de sleutelstad introduceerde, met een evenement: De Kallenberg-trofee, een evenement voor teams uit de Leidse regio.

Vervroegd pensioen

In 1988 trad hij vervroegd uit bij het Bonaventura na 34 jaar les te hebben gegeven. Het liefst stond hij langs de lijn; vooral het werken met de jeugd had zijn passie. Bestuurswerk vond hij eigenlijk niets. Kritiek op zijn geesteskind slikte hij het liefst in, alhoewel hij eens vertelde: “Leiden heeft veel kansen gemist. De club heeft geen eigen kweek meer. De grote kracht van Leiden was de eigen jeugd.” Van nostalgie was geen sprake. Wel wees hij erop, dat de lessen van gisteren beter onthouden zouden moeten worden. De gemeente Leiden eerde Ton Kallenberg in 1993 voor zijn verdiensten voor de (school)sport met de gouden speld.

Anekdote

Er gaat een verhaal dat de gemeente Leiden destijds de vijf Meihal pal tegenover zijn huis liet bouwen opdat Ton Kallenberg voor ‘eeuwig’ kon waken over het basketballtalent te Leiden. Sinds de opening van de hal in 1968 heeft hij heel wat uurtjes doorgebracht in zijn “tweede huis” aan de overkant van de straat.

Familie

Ton was getrouwd met Joanna Maria Wisse, die hem alle ruimte gaf om zijn hobby basketball tot zo’n succes te maken. Zijn zonen René, Ton jr., Hans en Fred leerden het spel van hun vader tijdens de gymles op school, en op de vereniging. Het enthousiasme hebben ze van hun vader overgenomen en doorgegeven aan hun kinderen, zijn kleinkinderen. Er is een leuk familieverhaal waarin Ton jr. met zijn broers met splinternieuwe broeken (door hun moeder toen nog zelf gemaakt) aan het spelen was op het schoolplein. Hun vader was de wedstrijd aan het coachen en toen de partij klaar was, waren al hun broeken volledig kapot van het glijden op een afdakje, het klimmen en het klauteren. Kortom, hun moeder in tranen bij thuiskomst en hun vader kon voor de jongens allemaal nieuwe broeken gaan kopen in de winkel.

Kallenberg was ook bij Zorg en Zekerheid Leiden een vaste bezoeker van de wedstrijden. Door fysieke beperkingen heeft hij het laatste halve seizoen van de competitie (2009-2010) niet meer kunnen meemaken. Op afstand volgde hij Zorg en Zekerheid Leiden intensief tot het allerlaatste moment. De Leidse basketballpionier overleed op donderdag 22 april 2010 op 80-jarige leeftijd in het ziekenhuis. Enkele dagen later werd in de thuishal van ‘zijn’ Leiden een indrukwekkende stilte in acht genomen. De zaalspeaker verwoordde ieders gevoel, toen hij vertelde dat hij uit eerbied altijd ‘meneer Kallenberg’ is blijven zeggen tegen de grondlegger van het basketball in Leiden.

Bronnen: Archief Leidsch Dagblad, Dagblad De Telegraaf en Dagblad De Tijd

Met dank aan Arie in ‘t Veld