Theo Kinsbergen heeft de strijd nooit geschuwd

theo kinsbergen 2007De thans 82 jaar oude Theo Kinsbergen werd in de basketballkringen vaak een controversiële figuur genoemd. Toen hij voor het eerst voor het voetlicht trad als eigenaar/coach van Kinzo Amstelveen kreeg hij al spoedig het stempel opgeplakt ondeskundig te zijn. De Amsterdammer heeft zich dat nooit aangetrokken. Hij maakte zich nauwelijks druk om de insinuaties betreffende zijn persoon, hij kon er zelfs om lachen. In tegenstelling tot wat velen dachten had Theo Kinsbergen wel degelijk zijn sporen al verdient in het basketball. In de vijftiger jaren speelde hij bij AMVJ met welke ploeg hij enige keren kampioen van Nederland is geworden. Na zijn actieve spelers periode is hij ook nog enige tijd coach geweest bij deze club. “Dat zijn dingen die de meeste mensen niet wisten”, vertelde Kinsbergen.  “Net zoals niemand wist dat ik onderwijzer ben geweest”.

Onderwijzer, vertegenwoordiger en directeur

Als vertegenwoordiger probeerde Kinsbergen vroeger voor zijn baas wel eens een artikel te verkopen dat hij aan de straatstenen niet kwijt kon. Waarom? Omdat de concurrentie goedkoper was. Als hij dan wat ontmoedigd op kantoor terugkeerde, bleek zijn baas vreemd genoeg laaiend enthousiast. Die riep glunderend uit: „De concurrentie goedkoper? Prachtig! Prachtig! Dat is strijd, dat is uitdaging. We gaan er nu helemaal met volle stoom tegenaan”. Die filosofie over het zakendoen is Theo Kinsbergen altijd bijgebleven.

Hij werd directeur van een florerende onderneming met een jaaromzet van vijftig miljoen gulden en hij denkt nog altijd met respect aan de woorden van zijn vroegere baas terug, als een concurrent een order voor z’n neus probeerde weg te kapen. Theo Kinsbergen heeft de strijd nooit geschuwd. Die karaktereigenschap typeert niet alleen zijn succesvolle zakencarrière, maar ook zijn rol in de sportwereld, waarin hij als sponsor-coach de Amstelveense basketbalclub Kinzo naar twee landskampioenschappen leidde. Theo Kinsbergen wilde altijd winnen. En hoewel dat uiteraard niet altijd lukte, huldigde hij het principe: „Ik laat me niet uit het veld slaan. Ik ga er eenvoudig vanuit, dat ik beter ben dan een ander of minstens even goed”. Dat is echt geen opschepperij, maar een manier om jezelf te motiveren. Noem het een vorm van zelfovertuiging”.

Sport en zakendoen is overigens een ideale combinatie, volgens Kinsbergen, die samen met broer Martin  het bedrijf Kinzo runde. „Zakendoen is namelijk ook sport. Een geslaagde transactie geeft net zoveel voldoening als een overwinning met het basketbalteam. En dat moet je los zien van de materiële winst. Want veel geld verdienen heeft ook een flink aantal negatieve effecten. Als het je zakelijk voor de wind gaat, word je door je omgeving voortdurend belaagd met kreten in de trant van: „Dat kan jij gemakkelijk zeggen, want jij hebt toch genoeg geld”. Om nog maar niet te praten van de kinderen, die om de haverklap van hun vriendjes moeten horen: „Jouw vader is een rijke stinkerd”.

Ik kan niet zeggen, dat ik me gelukkiger voelde dan in de tijd dat ik als onderwijzer tweehonderdnegentig gulden schoon in de maand verdiende. Ik vind, dat ik dezelfde doodgewone jongen ben gebleven. Want laten we eerlijk zijn: “Wat is nou poen op de bank? Dat is een getikt getal op een papiertje”.

Tweehonderdnegentig gulden schoon in de maand als onderwijzer, zo startte Theo Kinsbergen zijn wonderlijke carrière. Hij voelde zich aangetrokken tot het onderwijs, omdat hij zelf zo’n leuke schooltijd had gehad. Maar zijn eerste ervaringen voor de klas op een lagere school in de Amsterdamse wijk Kattenburg beantwoordden helemaal niet aan het ideaal. Theo kwam in conflict met de hoofdonderwijzer, die er een gewoonte van maakte om kinderen te mishandelen. Toen „meester” Kinsbergen hem te verstaan gaf „maar van mijn kinderen blijf je met je handen af”, kreeg hij niet lang daarna de aanzegging, dat zijn dienstverband bij deze school was beëindigd.

De Comeniusschool in de Amsterdamse Kinkerbuurt werd zijn volgende station. „Leuke, openhartige kinderen, maar verder een verwaarloosde troep en ongelooflijk luie collega’s, wier terminologie voornamelijk bestond uit: hé, de kop van de week is eraf” en „nog drie weken, dan is het eindelijk weer vakantie”. Kinsbergen verdiende intussen 390 gulden schoon in de maand, had zes weken vakantie, maar bracht die tijd bij gebrek aan voldoende middelen wandelend achter de kinderwagen in het Vondelpark door.

Zijn vader was vertegenwoordiger in gereedschap en toen die een keer bezoek kreeg van een grossier, die zei: „Ik zoek een vertegenwoordiger, die nergens verstand van hoeft te hebben, als hij maar éérlijk is”, merkte Theo gretig op: „Nou, dat wil ik dan wel proberen”. Ex-onderwijzer Kinsbergen met grote koffers vol schroevedraaiers, steek- en ringsleutels op stap. Een vreemde omschakeling: „Als ik om vijf uur nog bij een klant stond, dacht ik wel eens: „Als ik onderwijzer was gebleven, was ik nu al thuis. .

Kinzo vestiging te Ede

Kinzo vestiging te Ede

Theo werd later vertegenwoordiger bij een groothandel, maar toen zijn vader een zelfstandig bedrijfje stichtte stapte hij samen met broer Martin bij pa in de zaak. Na de pensionering van Kinsbergen senior, verlegden de zoons meer en meer de grenzen. Zakenreizen naar het Verre Oosten en lucratieve contracten afsluiten. Het bedrijfje, dat inmiddels naar de naam KINZO (naar Kinsbergen en Zonen) luisterde, maakte een reusachtige opgang en groeide uit tot een internationale zaak met leveranties aan vele Europese landen.

Theo's racemonster - Foto: Jan Borsboom

Theo’s racemonster – Foto: Jan Borsboom

Maar de sport bleef  Theo boeien. Hij had furore gemaakt als autocoureur in de toerwagenklasse op het circuit van Zandvoort en had al eens de titel kampioen van Nederland in de categorie „Sportcars” veroverd.

„Die snelheid, de pure snelheid, gaf me een geweldige kick. In zo’n race komt er een eigenaardig gelukzalig gevoel over je, dat gewoon niet te definiëren is”, vertelde hij eens. „In die tijd heb ik ook ervaren, dat begrippen als „geluk” en „pech” erg betrekkelijk zijn. Ik geloof er ook niet zo erg in. „Pech” is meestal je eigen schuld. Het betekent, dat je je nog beter had moeten voorbereiden op een race. En zo is het ook vaak in het zakenleven. „Pech en geluk” zijn facetten, die je zelf voor een zeer belangrijk deel in de hand hebt.”  Zo benaderde Theo Kinsbergen ook zijn grote passie: de basketballsport.

Sponsoren

200430635-001Theo Kinsbergen ging sponsoren louter en alleen om de publiciteit. Basketball kreeg na het voetbal, in de jaren ’70 en ’80 de meeste tv-tijd, de grootste koppen in de kranten en het meeste publiek. Als hij was gaan sponsoren als een soort hobby, had Kinsbergen niet voor het basketball gekozen maar voor de autosport. De autosport heeft hem altijd meer getrokken, omdat hij zelf jarenlang heeft geraced en het had ook meer met de produkten te maken welke zijn bedrijf verkocht.

Hij blijft erbij dat hij nooit veel geld in Kinzo Amstelveen heeft gestoken. In ruil voor een som geld heeft hij het eerste team gekregen. Theo vertelde hierover: “Bij de andere clubs geeft een sponsor een x-bedrag aan de club, en dan mogen ze hopen dat het geld goed besteed wordt. Ik hoefde geen rekening te houden met voorzitters en andere gewichtdoeners, die alleen maar geschikt zijn om geen, of verkeerde beslissingen te nemen. Veel van die bestuursleden lijken op onderwijzers die geen orde in hun klas kunnen houden.

„Het is onmogelijk om geweldige prestaties te leveren’ met mensen die daartoe de capaciteiten niet hebben. Je zal moeten beginnen een ploeg’ bijeen te zoeken van spelers die de mogelijkheden hebben, topbasketball te spelen.

Daarna kan je aan de opbouw van een kampioensteam gaan beginnen. Dat is tenminste mijn visie op de zaak. Vanaf de eerste dag dat we met sponsoring begonnen was de opzet om kampioen te willen worden. Zonder prestaties geen publiciteit. Maar het zoeken naar de juiste ploeg heeft drie jaar geduurd.

„Mij werd vaak voor de voeten gegooid, dat mijn aanpak voor het Nederlandse basketball funest zou zijn. Tegen Janbroers (coach van Remington) en Massaro (voorzitter Buitoni) heb ik destijds gezegd, toen zij mij hierop aanvielen: O.K. heren, jullie zijn bang dat ik jullie spelers wegkoop. Ik zal ze niets meer bieden, ik zal mijn spelers wel uit Amerika halen”.

Einde van deel 1

De eerste Nederlandse club actief op een Europees podium


Nice 1947:DED tegen Sainte Maria la Gulllotlère 13-41. Nummer 3 Jan Aldenberg en links Berkhout tegen de Fransman Coueriot

Nice 1947:DED tegen Sainte Maria la Gulllotlère 13-41. Nummer 3 Jan Aldenberg en links Berkhout tegen de Fransman Coueriot

DED Amsterdam was de eerste Nederlandse club die in 1947 acte de presence mocht geven op een groot internationaal toernooi, waaraan ook een aantal Europese topploegen deelnam. Er werd in de jaren veertig en vijftig nog geen Europa Cup georganiseerd. Die kwam pas in 1958. Deze internationale toernooien mogen dan ook worden gezien als de voorlopers van de latere Europa Cups.

Nadat het Nederlandse Heren team bij de Europese kampioenschappen van 1946 in Genève een goede indruk had achtergelaten – Nederland reikte tot de zesde plaats – werd de  kersverse Nederlandse kampioen DED uitgenodigd deel te nemen aan internationale wedstrijden in Nice. Acht landen waren hier vertegenwoordigd.

De club DED

Het clublogo van DED

Het clublogo van DED

De ‘Koninklijke’ DED werd in 1909 opgericht als korfbalvereniging. Als tenue werd gekozen voor een wit shirt en een zwarte broek: “Dit zijn de kleedingsonderdeelen die eenieder, rijk dan wel arm in den kast heeft liggen”.

De clubnaam is een afkorting van ‘De Eerste Driejarige’, een HBS-school die door de mannen van het eerste uur werd bezocht. Een aantal jaren vóór de Tweede Wereldoorlog kreeg de club een afdeling die zich op basketball ging richten. Tot dat moment beoefende alleen AMVJ die sport. DED is dus de op één na oudste basketballvereniging van Nederland.

DED had veel succes in de jaren veertig en vijftig. Ze wonnen in 1938 de door een Amsterdamse Basketball Commissie georganiseerde competitie (de eerste in Nederland). Daarna volgde in 1946 een kampioenschap in de ABB (de Amsterdamse Basketball Bond), waarna de club de Nederlandse titel binnenhaalde. Om het kampioenschap werd destijds nog in toernooivorm gespeeld.

DED ging verder met het verzamelen van kampioenschappen in de in 1947 opgerichte NBB. Het lukte DED om maar liefst acht maal het landskampioenschap binnen te halen; de laatste titel in het seizoen 1957-1958. Lange tijd was er geen club die zoveel titels voor zich had opgeëist.

In het seizoen 1973-1974 baarde de club opzien, omdat er zonder sponsor en zonder Amerikanen in de ere-divisie werd gespeeld. Volgens DED-coryfee Dick Rengers: “Die laatste jaren in de hoogste klasse waren echt het summum. Sponsors vonden wij kapitalistische onzin en we wilden bewijzen dat we goed genoeg waren om de buitenlandse sterren te trotseren.”

Het was overigens ook een tijd waarin nieuwe leden alleen werden toegelaten als ze met behulp van een test konden aantonen dat ze het socialisme een warm hart toedroegen.

DED leverde veel internationals, onder anderen Henk en Jan Aldenberg, Wim Kunnen, Berkhout, Freek en Cor Brandt, Cupido, De Jonge, Piet Ouderland, Ton Boot en Jan Sikking. Verder speelden er coryfeeën als Hennie Blom en Mart Smeets.

Het toernooi te Nice 1947

DED op het toernooi te Nice 1947 Staand van links naar rechts H. Aldenberg, W.van Someren, J. Aldenberg, E. Bakker, Heythekker – gehurkt C. Brandt, F. Brandt, Berkhout, W. Kunnen en B. Brandt

DED op het toernooi te Nice 1947 Staand van links naar rechts H. Aldenberg, W.van Someren, J. Aldenberg, E. Bakker, Heythekker – gehurkt C. Brandt, F. Brandt, Berkhout, W. Kunnen en B. Brandt

Ditmaal zwoegden er geen wielrenners door de straten van Nice maar bestreden de beste basketballers van Europa elkaar in het grootste en sterkste toernooi van Europa. Het toernooi werd gehouden in de open lucht met op de achtergrond de stranden van de Middellandse Zee.

De deelnemende teams waren: de Franse clubs Sainte Maria la Guillotlière en A.S. Monaco, het Italiaanse Virtus  Bologna, uit België Les Semailles de Bruxelles, de Zwitserse ploeg van Club Athlétique de Genève, Dolobran Athletique Club uit Engeland, Oost Europa was vertegenwoordigd door het Tsjechoslowaakse Sparta Praag en de Nederlandse kampioen het Amsterdamse DED.

DED zou in dit veld als zevende eindigen. Dat lijkt misschien weinig eervol maar de DED-ers hadden toch een goede indruk achtergelaten. Vooral in de eerste wedstrijd tegen het Franse topteam Sainte Maria la Guillotlière trokken de Amsterdammers goed van leer. Na aanvankelijk met 4-0 te hebben achtergestaan, wist DED terug te komen tot 8-8. De Fransen moesten alle zeilen bij zetten om bij de rust een 13-8 voorsprong te verkrijgen. Na de rust konden de Amsterdammers het tempo van de Fransen niet meer bijhouden en moesten dan ook met een 41-13 nederlaag het veld ruimen.

Toch hadden de DED-ers lering getrokken uit deze wedstrijd. Men ging zoals al de andere ploegen een zone-verdediging toepassen. In Nederland werd er in die tijd alleen man-to-man gespeeld. Wel werd van het Belgische Les Semailles de Bruxelles en het Franse A.S. Monaco verloren, doch het lukte DED beide ploegen onder de twintig punten te houden.

Henk Aldenberg vertelde: “Het Franse Sainte Maria la Guillotlière verraste ons met een prima spelletje, wat te vergelijken was met het superieure spel, dat wij vaak hebben gezien van de Amerikaanse militairen in ons land. St. Maria zou dan ook in de Amerikaanse competitie geen gek figuur slaan.”

Eindstanden
Poule A:
1. Sainte Maria la Guillotlière
2. Les Semailles de Bruxelles
3. A.S. Monaco
4. DED Amsterdam

Poule B:
1. Virtus Bologna
2. Sparta Praag
3. Club Athlétique de Genève
4. Dolobran Athletique Club.

Sainte Maria la Guillotlière en Virtus Bologna speelden de finale. De Italianen waren lang niet opgewassen tegen de Franse ploeg en verloren derhalve met 32-11 (rust 16-0). Doordat het Belgische Les Semailles de Bruxelles en de Tsjechen van Sparta Praag in hun poule de tweede plaats bezetten, moesten deze teams om de derde prijs spelen. Na een spannende wedstrijd trokken de Spartanen uit Praag aan het langste eind.

Hierna traden Club Athlétique de Genève uit Zwitserland en het Franse team van Monaco in het veld om uit te maken wie de vijfde zou bezetten. Dankzij de Franse scheidsrechters werd Monaco winnaar, daar het op een kritiek moment – toen de Zwitsers met één punt voorsprong de leiding hadden – drie vrije worpen ten onrechte toegewezen kreeg, die alle drie werden benut. Hierdoor werden de Zwitsers gedupeerd en uit hun spel gebracht. De 38-31 zege van de  Fransen is hiermee verklaard.

De laatste wedstrijd tussen het Engelse Dolobran Athletique Club en de Nederlandse ploeg van DED werd door DED met 25-21 gewonnen, nadat de Amsterdammers de rust ingingen met een 9-8 voorsprong.

Henk Aldenberg blikte nog even terug : “We hebben hier echt veel kunnen leren en zullen ook in Holland de zone-defence moeten gaan spelen, anders zullen de talenten die we hebben, zich nooit tot dit internationale peil kunnen opwerken. In de zone-defence ligt de toekomst van het Nederlandse basketball.”

Tot slot de uitslagen van de gespeelde wedstrijden.
Finale: Sainte Maria la Guillotlière -Virtus Bologna 32-11
Om de derde plaats: Sparta Praag – Les Semailles de Bruxelles 20-17
Om de vijfde plaats: A.S. Monaco – Club Athlétique de Genève 38-31
Om de zevende plaats: DED Amsterdam – Dolobran Athletique Club 25-21

Bronnen: Dagblad De Waarheid, De Tijd en de Telegraaf

Van militaire sportschool tot Nederlandse basketballbond


Kapitein W.P. Hubert van Bleijenburgh, de man die als eerste basketball in Nederland introduceerde

Kapitein W.P. Hubert van Bleijenburgh, de man die als eerste basketball in Nederland introduceerde

Een terugblik op het ontstaan van het basketball in Nederland. In 1926 introduceerde de toenmalige kapitein W.P. Hubert van Bleijenburgh deze nieuwe sport op de  Militaire Sport- en Gymnastiekschool te Utrecht. Het was luitenant H. Th. Rooswinkel die wel wat zag in deze nieuwe sport. Rooswinkel haalde als algemeen sportleider van A.M.V.J.  de Engelsman Lew Lake van het Londens Y.M.C.A. in 1929 naar Amsterdam, om de korfballers van A.M.V.J. en later de andere korfbalclubs in deze sport te onderrichten. In korte tijd wist het basketball een vaste voet aan de grond te krijgen in Amsterdam en omgeving.

Hoe is het allemaal begonnen?

Dr. W.P. Hubert van Bleijenburgh (1881-1936) , die op de Amerikaanse universiteit van Springfield niet alleen promoveerde  op ‘A critical study of Swedish Gymnastics’ en zich daarmee ‘Master of Physical Education’ mocht noemen, kwam er tevens in aanraking met de basketballsport. In 1926 nam hij het daar in 1891 door James Naismith ontworpen basketballspel mee naar Nederland. Hij besloot – toen hij tot directeur van de Militaire Sport- en Gymnastiekschool te Utrecht werd benoemd – ook zijn leerlingen kennis met deze voor Nederland volkomen onbekende sport te laten maken.

Het werd geen ‘serieuze’ poging om basketball tot een nationale sport te maken. De officieren, die in Utrecht ‘cursus liepen’, beschouwden het in die jaren meer als een gezellig onderonsje. Behalve luitenant H. Th. Rooswinkel. Hij zag werkelijk toekomst voor basketball in Nederland.

Luitenant H. Th. Rooswinkel

Luitenant H. Th. Rooswinkel

Opdracht

Omstreeks 1928 wilde Rooswinkel de sport verder populariseren. Zijn benoeming tot algemeen sportleider van de A.M.V.J. (Algemene Maatschappij Voor Jongeren) was aanstaande en in dat verband pleegde Rooswinkel overleg met het AMVJ-bestuur of hij in Engeland niet eens wat meer van basketball mocht gaan opsteken. Rooswinkel kreeg de opdracht en vertrok richting Londen. Geruime tijd heeft hij in een Londens YMCA-gebouw het spel zien spelen zoals het gespeeld dient te worden. Later namen zijn assistent Dick Schmüll en sportleraar Joop van Driel zijn pionierswerk over.

Toen had basketball zich door de komst van de Engelse trainer Lew Lake al een vaste plaats veroverd in de Amsterdamse sportgemeenschap. Daarnaast hadden de ook in ons land woonachtige Amerikaanse Mormonen hun steentje bijgedragen aan het verspreiden van de basketballsport.

Helemaal links: Rooswinkel, de man die basketball in Nederland verder bracht. Zittend de spelers van het eerste uur van AMVJ

Helemaal links: Rooswinkel, de man die basketball in Nederland verder bracht. Zittend de spelers van het eerste uur van AMVJ, staand de mannen van de YMCA

Er kwamen naast A.M.V.J. meer verenigingen, zoals D.T.V. (De Tweede Vijf), Rohda en D.E.D. (De Eerste Drie). In 1933 vond de eerste – zij het nog zeer bescheiden – competitie plaats. Deze competities werden georganiseerd door de A.M.V.J. Daarnaast werden er regelmatig toernooien georganiseerd om de sport populairder te maken.

Van een “basketballbond” had men toen nog nimmer gehoord. Ook het toen gespeelde basketball had niet veel weg van de wijze zoals het heden ten dage wordt gespeeld. Het leek veel eerder op een voor zalen geschikt gemaakte partijtje korfbal.

Amsterdamse Basketball Commissie

A.M.V.J. en een aantal andere clubs besloten samen een soort van commissie in het leven te roepen om een competitie af te wikkelen. Op 9 november 1938 ging de eerste Amsterdamse competitie van start in de Apollohal, deze werd georganiseerd door de in het leven geroepen Amsterdamse Basketball Commissie.  D.E.D. werd de eerste kampioen van de nieuwe Amsterdamse basketball competitie.

Eerste basketballwedstrijd in Nederland (1930)

Eerste basketballwedstrijd in Nederland (1930)

Eindstand:
1. D.E.D. 14-27
2. Lakonians 14-23
3. D.V.D. 14-18
4. A.M.V.J. 14-14
5. Amsterdam Zuid 14-10
6. Mormons (Amerikaanse studenten) 14-9
7. Blauw Wit 14-6
8. D.T.V. 14-5

In september 1939 ondervond de commissie problemen om de wedstrijden te organiseren in de Apollohal. Niettegenstaande de grote moeilijkheden, waarmee de Basketball-commissie voor het begin van het nieuwe seizoen te kampen had, slaagde de commissie erin de competitie volledig te laten verspelen.  De Apollohal bleek voor de vorige competitie een zeer geschikte gelegenheid, een ruimte, waar men vijf velden kon uitleggen. Maar de Apollohal zou niet meer voor basketball beschikbaar zijn, in verband met een verbouwing voor het ijshockey. Daarom verplaatste de Basketballcommissie de competitie naar de grote zaal van het A.M.V.J–gebouw. D.E.D. en de Lakonians pakten de titels in 1940 en 1941.

1941: de wedstrijd tussen Lakonians en DVD II

1941: de wedstrijd tussen Lakonians en DVD II

Geslaagd

Het werd het begin van een geslaagde , georganiseerde ontwikkeling, die zich aanvankelijk nog steeds tot Amsterdam beperkte. De oorlogsjaren konden aan deze opgang niets veranderen. Er werd tot 1943 doorgespeeld. De eerste maanden na de oorlog brachten een verwarde situatie, die pas haar einde vond op 18 juni 1945. Op die dag vond de eerste jaarvergadering van de Amsterdamse Basketball Bond plaats en hernam het georganiseerde competitiebestel zijn oude gang. Omdat echter ook in andere delen van ons land de behoefte aan dergelijke competities begon te bestaan, werd in 1947 de Nederlandse Basketball Bond opgericht. Mede door georganiseerde kader-bijeenkomsten steeg het nog altijd vrij lage spelpeil binnen enkele jaren tot een dergelijk niveau, dat internationale wedstrijden mogelijk werden. Al bleven de uitslagen vooral in de eerste jaren van de oprichting bepaald bedroevend; de stijgende lijn zat erin!

Chronologisch Overzicht 1926-1947

1926: Hubert van Bleijenburgh introduceert het basketball op de Militaire Sport- en Gymnastiekschool te Utrecht

1928: H. Th. Rooswinkel wordt sportleider van het A.M.V.J. en laat Amsterdam kennis maken met het basketball

1929: De Engelsman Lew Lake komt een aantal weken naar Amsterdam om les te geven in het basketball

1930: Eerste ontmoeting tussen A.M.V.J. en Y.M.C.A. (Londen): 6-18. Spelers A.M.V.J.: Meyer, Gerth, Looyse, Madsen en Schots. Basketball wordt een nieuwe tak van sport bij A.M.V.J.

1931: A.M.V.J. gaat naar Engeland voor het spelen van een aantal oefenwedstrijden.

1932: Een korfbalselectie wint het eerste AMVJ-toernooi door in de finale K.V.D. met 22-8 opzij te zetten.

Het eerste “Internationale basketball toernooi” in Nederland, georganiseerd door A.M.V.J. en het Engelse Y.M.C.A. De eindstand werd: 1. Olympique Lille (Fra), 2. Centymca (Eng), 3. NL korfbalselectie, 4. Brussel (Bel) en 5. A.M.V.J.

Dhr. Dick Schmüll neemt het roer over van H. Th. Rooswinkel als sportleider van het A.M.V.J. en probeert de basketballsport verder te populariseren via propaganda-wedstrijden, toernooien en de welbekende FAMOS sportevenememten.

1936: Het tweede ‘Internationale basketball toernooi’, wederom georganiseerd door A.M.V.J. De eindstand: 1. Brussel AC (Bel), 2. A.M.V.J., 3. Utah University (USA), 4. A.M.V.J. II, 5. NL Korfbal selectie, 6. K.V.D.

1938: Oprichting van de Amsterdamse basketball commissie (onder leiding van Dick Schmüll), welke de eerste Amsterdamse competitie organiseert. D.E.D. wint het eerste kampioenschap.

1945: Oprichting van de Amsterdamse Basketball Bond (ABB) onder leiding van Dick Schmüll.

1945: Eerste basketballwedstrijd na de bevrijding op ‘gras’, daar er geen accommodatie beschikbaar was: D.E.D. – Canadian Five 40-21.

In Rotterdam groeit de belangstelling voor de sport, dankzij de Amerikanen en de Canadezen.

1946: Deelname van het Nederlands basketball team aan het Europees Kampioenschap te Zwitserland.

1947: Oprichting van de Nederlandse Basketball Bond (NBB). Dick Schmüll werd als eerste voorzitter gekozen.

D.E.D. wordt uitgenodigd om deel te nemen aan een Internationaal toernooi te Nice, welke een voorloper is van de latere Europa Cup’s.

Bronnen: Algemeen Handelsblad, Dagblad De Telegraaf, Dagblad De Waarheid en de Tribune (Soc. Dem. Weekblad)