Harie Meijers ….. Sprinter uit het heroïsch tijdperk

Een stukje uit het in september uitkomende boek over Harie Meijers, die van 1896 tot 1904 op de wielerbanen van binnen- en buitenland schitterde.

Op twee December van het jaar 1879 werd het echtpaar Meijers te Maastricht verblijd met de geboorte van een zoon, die de naam Harie kreeg. Vader Meijers beheerde een bloeiende brouwerij en branderij te Maastricht en was, evenals zijn echtgenote, een rasechte Maastrichtenaar.

Vaak heeft men gedacht, dat de Meijers Engelsen waren, wat vermoedelijk oorzaak vond in het feit, dat Harie Meijers het profkampioenschap van Engeland op de vijf mijl behaalde (1898) en door Engeland een keer naar de wereldkampioenschappen werd afgevaardigd. In Parijs daarentegen meende men, dat hij een Zuid-Afrikaan was en dat er nog een broer van hem in de Transvaalse oorlog tegen de Engelsen meevocht, vandaar Harie’s Parijse bijnaam “le Boer”.

Als jongen van acht jaar leerde hij fietsen, toentertijd (1887) een lang niet gebruikelijke bezigheid. Toen hij op de Handelsschool was, probeerde hij in zijn vrije tijd in contact te komen met bekende wielrenners en vooral Cordang had veel met de jonge Maastrichtenaar op. Zijn debuut vond plaats op de wielerbaan te Maastricht: 26 Mei 1895. Vijftien jaar oud was hij toen, maar hij overwon alle goede tegenstanders en in datzelfde seizoen zag men hem in Arnhem, Venlo en Sittard, terwijl hij op 21 Juli te Maastricht het kampioenschap van Limburg won, een titel, die niet veel aan jongens van vijftien jaar ten deel pleegt te vallen! Met Bailleux, die één van zijn beste vrienden was, wist hij voor zijn club “De Meteoor” het Jaap Edenvaandel te veroveren.

Het volgend jaar (1896) ging hij over naar de beroepsrenners om steeds sterkere tegenstanders te ontmoeten en om voor weinig geld eens wat van de wereld te kunnen zien. Het jonge rennertje debuteerde puik: zeven eerste, zes tweede en drie derde prijzen werden in die zomer zijn deel.

Zeventien jaar oud was hij, toen hij sprintkampioen van Nederland (beroepsrenners) werd; het verwekte alom bewondering, toen hij op 4 Juli 1897 zijn oudere geroutineerde tegenstanders wist te kloppen en de kampioenstitel eervol behaalde. “Daar zit wat in dat jochie”, voorspelde men! Dat jaar al reed hij in het buitenland te Brussel, waar hij tweede werd in de Grand Prix.

De correspondent van het Franse “Velo”, Paul Hardy: schreef daarover in het blad: “Le hollandais Meyers, un coureur d’un style supérieur et d’une qualité admirable”.

Foto’s Ger Kok

Kampioen van Nederland met Landlust (1961-1962) Van links naar rechts: Seppenwolde, Posthumus, Grossmann, Kok, J. Bruin, Smit, K. Bruin en Sterker
Kampioen van België met Standard Luik (1967-1968)
Met Okapi Aalst ongeslagen kampioen in de 2e klasse (1969-1970)
EK 1961: Kok wint sprongbal voor Nederland tegen Roemenië
Ger Kok tijdens kersttoernooi Blue Stars (1961) tegen Big Blue (USA)
Kok scoort voor Landlust in EC wedstrijd tegen Wisla (1962)
Ger Kok scoort voor Landlust tegen The Wolves (1963)
Kok scoort voor Brussel tegen Mechelen (1964)
Kok scoort tegen Hongarije (1964)
Ger Kok met Racing Brussel tegen Racing Mechelen (1966)
Ger Kok (5) in actie voor Royal IV Brussel (1968)
Ger Kok in actie voor Okapi Aalst (1971)
Ger Kok in actie voor Okapi Aalst (1971)

Basketball in Rotterdam

Een klein stukje over het ontstaan van het basketball in Rotterdam.

Snel is in enkele jaren de belangstelling gegroeid voor een nieuw soort spel, dat in Amerika al miljoenen beoefenaren, en bewonderaars heeft: het basketbal. Het houdt het midden tussen handbal en korfbal en wordt door twee teams van vijf man gespeeld, volgens dagblad “Het Vrije Volk” in 1946.

In Amsterdam werd het al voor de oorlog gespeeld, doch in de Maasstad wordt het pas beoefend. In de sportschool “Kralingen” werd met dit basketball begonnen, maar niemand trok zich iets van de spelregels aan, omdat niemand ze kende. Eerst nadat enkele Amsterdammers er een en ander over hadden meegedeeld, steeg het spelpeil.

Er werd in de winter van1944 een competitie gespeeld, waaraan 17 heren en 7 damesteams deelnamen. Enkele malen moest deze competitie onderbroken worden in verband met razzia’s of andere Duitse maatregelen. Zelfs werd tweemaal een inval gedaan tijdens de oefenavonden.

Buitengewoon veel hebben de spelers(sters) geleerd van de Canadezen, toen deze na de bevrijding in Rotterdam kwamen. Van hen leerde men de moderne Amerikaanse regels. Verscheidene beroepsspelers instrueerden de Rotterdammers en meermalen werden wedstrijden tegen Canadese ploegen gespeeld. Bovendien fungeerden verscheidene keren Canadezen als scheidsrechters. Al nu worden, goede resultaten bereikt.

Bij voorkeur wordt in een zaal gespeeld, die natuurlijk behoorlijke afmetingen moet hebben. Het spel is zeer snel en daarom zijn er twee scheidsrechters, een tijdwaarnemer en een schrijver nodig. Bovendien mogen spelers tijdens de wedstrijd vervangen worden door andere tot een aantal van drie.

Officieel wordt tweemaal twintig minuten gespeeld, toch voorlopig volstaat men bij de heren met tweemaal vijftien minuten en bij de dames met tweemaal twaalf en een halve minuut.