Jeanne Knoop: “Ik dol vaak een beetje”

Kwam deze tegen uit 1972, een prachtig stukje.

Als we op de recorder een stukje van ons gesprek terugluisteren, zegt ze lacherig: “Wat praat ik plat hè. Afijn, dat rotding liegt niet.” Jeanne Pastor, ze is zo Amsterdams als de Westertoren. Bijna net zo bekend ook, zeg dus maar net als iedereen Sjaan. Een goudeerlijke meid zonder vijanden, Sjaan van basketballclub Fiat Stars. Sjaan, die nu haar verhaal vertelt in voor de gelegenheid wat omzichtig gekozen kuise taal. Niets voor haar eigenlijk. Sjaan immers, dat weten hele drommen zaalsporters die zich met grote regelmaat om haar “bescheuren”, zegt geen pardon als ze lazer-op bedoelt.

Sjaantje Knoop uit de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, Jeanne Pastor tijdens haar huwelijk met basketballer Karel Pastor, nu weer Sjaan Knoop (29). Woont aan de overkant van ’t IJ, zag met het Nederlands damesteam en het vroegere Blue Stars ongeveer heel basketballend Europa. Bij een biertje aan de bar van Fiat Stars’ Diemense kantine vertelt Sjaan een van haar internationale mopjes: “Veel geleerd heb ik op mijn buitenlandse tripjes, veel geleerd. Ik kan in alle Oost-Europese talen damesverband bestellen.” Zo achteloos als zij en plein publique haar ademloze fans laat gillen van de lach, zo droog ligt haar moppen-reservoir later. Sjaan heeft nu eenmaal publiek nodig om in vorm te komen, zegt daarom thuis: “Wat moet ik nou als mijn beste mop vertellen, het zijn allemaal droge moppies, nooit vies. Maar als ik ze vertel, van een muis en een olifant en zo dan denken de mensen kijk dat malle wijf nou in die krant.

Sjaan over vreemde talen: “Ik ben geen talenknobbel hoor, ik praat met mijn handen en een paar woordjes over de grens. Ze weten in de club ook wel hoe ik ben. Als ze me uitlachen als ik wat verkeerd uitspreek, zeg ik, vertel jij het dan maar hoe het moet. Wat ik weet heb ik geleerd op de tripjes.”

De lijn

Over Sjaan zelf: “Nou ja, ik kan het ook wel zeggen, ik weeg 86 kilo. 1 meter 84. Veel te dik hè. Ik ben ook zwaar aan de lijn. Wanneer? Morgen? Nee hoor, gisteren begonnen, minder pils weet je wel.”

Sjaan als caféhoudster: “Driejaar hebben Karel en ik in België gewoond. Karel was de eerste Nederlandse prof. Hadden we een café in Gent erbij. Na afloop van een wedstrijd was het hup naar het café, wel lachen hoor. Als het ’s nachts druk was, liep ik effetjes naar de overkant met een paar franksjes voor een vergunninkje om open te blijven. Maar ik moest ook mijn dochter Nicole verzorgen en alles zelf schoonhouden. Hard werken hoor.”

Nooit meer terug naar België? Sjaan: “Van het leven niet. We zijn voor de woning en het contract van Karel gegaan, voor zoiets doe ik het nooit meer, ga heen. Karel zat drie keer per week in Amsterdam, die kon het hier niet missen. Nou, ik kan Mokum ook niet missen, voel me helemaal Amsterdamse. Daarom hebben we het café ook verkocht, met de joekboks en al.”

De eer

Sjaan als 40-voudig international over de eer van het vaderland: “Dat vond ik vroeger hardstikke mooi, uitgekozen voor het land, je land ergens verdedigen. Nu heb ik dat niet meer, van ik mot zo nodig. Vroeger stelde ik me een beetje gelijk aan een voetballer in het Nederlands elftal, dat is er nou wel af. Na het Europees kampioenschap van 1970 in. Rotterdam heb ik bedankt.”

Sjaan over Fiat Stars damesteam: “Ze noemen me een flapuit, een gangmaakster. Ach, ik dol graag een beetje. Met de dames onderling, waar we over praten? Basketball. En over dingen die niet in de krant hoeven, hahaha. Nee, op mekaar schelden zoals de heren wel doen, wij niet. Nooit godverdomme dat had je zus of zo moeten doen. We mopperen wel hoor, dat mag ook wel als topsportsters.”

De anderen

Over Fiat Stars in de Nederlandse competitie: “Niks aan eigenliik, wij zijn veel te sterk voor de anderen. Verleden jaar hebben we één keer verloren, uit tegen BOB. Als we nou vanavond in Diemen winnen van datzelfde BOB, dat zit er ook heel dik in, dan zijn we weer zo’n beetje onbereikbaar. Heb je zeker gelezen in het clubkrantje hè, dat de kampioensvlag dan zo langzamerhand wel uit de mottenballen kan worden gehaald.”

Sjaan over de “gezonde ziekte” in een damesteam: “Bijna ons hele team is getrouwd. Jannie van Ham, Ria de Roos, Jennie Boot, Hilda van Wijk. Alleen Hilda heeft nog geen kinderen. Mooi voorbeeld: d’r was niks van uitgelekt dat Ria de Roos verleden jaar al vier maanden zwanger was. Deed ze gewoon mee in een belangrijke wedstrijd en vertelde ze het na afloop in de kleedkamer. Wij later op een training roepen van “pas op, moeder”. Zo blijf je lachen in de ploeg.”

De hotels

Nogmaals over het buitenland: “Als we op trip gingen, vormden we ploegjes, je weet hoe dat gaat. Met Blue Stars (tegenwoordig Fiat Stars) zaten we ’s in Krakau. Een week spelen, beetje rommelen in de stad. Ja, d’r zaten nogal wat blonde dames in de ploeg, dan zag het om het hotel heen zwart van de mannen. Soms dacht je dan wel eens, nou, met die man zou ik wel eens …….. Maar dat was er mooi niet bij hoor. Zei ik altijd, ik versta je niet ouwe. Kom morgen maar terug, eerst vanavond basketballen. Meestal moesten we met z’n allen naar een oudheid, een museum of zo. Ben ik niet zo vóór, maar ja, dat hoort in het buitenland bij het ritueel. In de hotels heb ik wel ontzettend gelachen. Kwam je op je kamer terug, lag alles overhoop. Je bed omhoog, alles ontruimd, de duvel en z’n ouwe moer overhoop. Dan hoorde je ze op alle kamers giechelen. Nee, m’n beste mop schiet me niet zo gauw te binnen. Die vertel ik later nog wel ‘es, hou je tegoed”.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s