Eerzucht houdt Ton Boot aan de gang

Een leuk interview met Ton Boot uit 1972, met nog altijd raakvlakken met het heden.

Ton Boot, 31 jaar, leraar M.O. lichamelijke opvoeding aan de Amstelveense Technische school, heeft deze week een mijlpaal bereikt. Gisteren speelde hij tijdens het achtlandentoernooi in de Bulgaarse hoofdstad Sofia zijn honderdste interland. Voor het vertrek hadden wij in zijn gezellige flat aan de Amstelveense Populierenlaan een gesprek met de “lastige jongen” uit de basketballwereld.

Ton Boot over voorbereiding en begeleiding:

“Bij de nationale ploeg wordt veel meer gedaan dan bij de clubs. Er zijn een arts, een masseur-verzorger en een teamleider en als je problemen hebt, van welke aard ook, dan kun je altijd bij iemand aankloppen. Dat is belangrijk. Jammer is evenwel dat een dergelijke situatie zich alleen voordoet bij belangrijke evenementen, zoals nu tijdens de voorbereiding op het Pré-0lympisch-Toernooi. Daarna valt het weer snel weg. Het punt is, dat we te weinig internationaal contact hebben. Voor dat voor Olympisch Toernooi trainen we in totaal zes weken, maar eigenlijk hadden we twee jaar geleden al van start moeten gaan. Dat zou vooral voor de jonge spelers van groot nut zijn geweest. De Oost-Europese landen zijn al jaren bezig. Die stilstand van twee jaar betekent in feite een achterstand van vier á vijf jaar.”

Toon Boot over trainen:

“Als topsporter moet je veel trainen. Gemiddeld train ik twee á drie keer per dag: Ik heb daarvoor een soort schema opgesteld met mezelf als het ware als tegenstander. Trainen is voor de meesten de grootste afknapper, maar het balletje in de basket mikken vereist nu eenmaal oefening. Het gebrek aan een volledige inzet is mijns inziens de voornaamste reden dat het Nederlandse basketball kwalitatief weinig goede spelers telt. De kwaliteit is latent wel aanwezig, maar de spelers zijn er zich nog niet van bewust dat je alleen maar kunt winnen als je de bal door dat netje kan gooien. Ik heb door oefening een schotpercentage van vijftig procent bereikt en dat is hoog.”

Ton Boot over trainers:

“De functie van trainer en coach in één persoon verenigd is het meest ideale. Bij Fiat Stars verkeren we in de ongelukkige omstandigheid dat Hans Perrier de coach is en ik de trainer ben. Die situatie is uit nood geboren. Ik zit dan weer in de verhouding trainer-speler, dan weer die van speler-speler.

Het is van het jaar voor het laatst. Jan Bruin (Transol RZ) vind ik een ideale trainer-coach, hoewel ik zijn standpunt over het opnemen van Amerikanen in de ploeg niet deel.”

Ton Boot over de Amerikaanse invloed in het Nederlandse basketball:

“Het gebeurt inderdaad, zoals Bruin vreest, dat de Amerikanen de plaats van de Nederlanders gaan innemen. Maar ik zeg: dan moeten die jongens maar harder gaan trainen. De Amerikanen hebben aan ons basketball een nieuwe dimensie toegevoegd. Het spel is veel harder geworden en spectaculairder. Dat is wat het publiek wil: spektakel. Van die hardheid en vooral van die explosiviteit leren de Hollanders. De vrees dat de Amerikanen zullen gaan overheersen, deel ik niet.”

Ton Boot over eerzucht en populariteit:

“Ik ben beslist eerzuchtig. Die houdt me op de been. Ik heb er wel eens over nagedacht: waarom blijf je zolang spelen? Ik geloof dat het eerzucht is. Het is gewoon heerlijk dat er mensen naar je kijken en van je spel genieten. Populariteit vind ik erg leuk. Ik heb een paar prijzenkasten vol staan en daarbij zijn prijzen van toernooien, waarin ik tot beste speler ben uitgeroepen. Dat streelt me.”

Ton Boot over wilskracht en talent:

“Ik geloof wel dat ik aanleg heb voor basketball. Ik ben vrij alert voor nieuwe dingen en daardoor kan ik het nu op mijn 31e jaar nog altijd bijbenen.

Nieuwe dingetjes en schijnbewegingen neem ik meteen in me op en ik ga net zo lang oefenen, tot ik ze volkomen beheers. Dat is lang niet altijd een kwestie van talent. Daar komt ook het denken aan en over je sport bij.”

Ton Boot over topscorers en beste spelers:

“Ik sta nogal sceptisch tegenover het begrip topscorer. Ee topscorer hoeft lang niet altijd de beste speler te zijn, Ik zou liever andere maatstaven aanleggen om tot een bepaalde erkenning te komen. Bijvoorbeeld rebound, inzicht, passes, intercepties en schotkracht, dit laatste dan als onderdeel van het geheel. Als topscorer kun je het spel nadelig beïnvloeden. Je zult altijd je puntentotaal in de gaten houden en dan schiet je maar. Daarvan kan je team de dupe worden. Als beste speler beïnvloed je het totale spel en dat levert meer profijt op voor de ploeg.”

Ton Boot over de schorsing, die hem in ’65 na de interland tegen Oost-Duitsland twee seizoenen uit de nationale selectie hield:

“Achteraf gezien was het helemaal, mijn eigen schuld. Maar ja, de prestaties waren gering en dan ga je denken: kom laat ik nog maar wat genieten. We hebben de bloemetjes goed buitengezet. Ik stond daarom bekend.

Ik werd terecht geschorst. Dat vond ik erg vervelend, vooral omdat je het internationale contact, dat er bij Blue Stars nauwelijks was ging verliezen. Ik vind het Nederlands team nu veel belangrijker dan mijn eigen club. De erkenning van goed spel vind je mijns inziens alleen.”

Ton Boot over profbasketball en sponsors:

“Profbasketball in Nederland zal zich nooit zelf kunnen bedruipen. Zeker niet wat de publieke belangstelling betreft. We zijn wel op de goede weg, maar zelfs al zullen de wedstrijden door zo’n vijfduizend mensen worden bezocht, dan nog geloof ik dat dat te weinig zal zijn. Ben je echter in staat een sponsor voor je te interesseren, dan zit je goed. En de sponsor zelf ook. Ik ben ervan overtuigd dat de firma Levi’s Straus het geld dat het in Flamingo’s heeft gestopt, er zeker vijf keer heeft uitgehaald.

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s