Al Faber, de stille werker van weleer kijkt terug …..

Iedere goede sportploeg heeft een stille kracht. Een werker, iemand die zelden of nooit het grote applaus binnenhaalt, maar die voor zijn ploeg goud waard is. Voor Kinzo Amstelveen, Nashua Den Bosch, NN Donar, Hatrans Haaksbergen en het Nationale team was die man Al Faber. Al Faber was een Nederlandse Amerikaan qua afstamming, maar had van zijn Nederlandse bestaan een serieuze aangelegenheid gemaakt. Als voorbeeld voor vele van zijn soortgenoten had hij de taal van zijn voorouders geleerd en bediende hij zich uitsluitend van het Nederlands, hoewel er bij tijden fantastische Amerikaanse kronkels door heen waren gewoven.

Faber: “Rond de eeuwwisseling verhuisden mijn voorouders van een klein gehuchtje (Scharnegoutum) even boven Sneek naar de Amerikaanse staat New-Jersey om daar melkboer te worden. Mijn moeder sprak nog wat Fries, maar toen ik voor Amstelveen uitkwam was ik voor honderd procent Amerikaan. Ik ben opgegroeid buiten Patterson, New Jersey, in het kleine stadje North Haledon, en groeide op met drie zussen en een broer. Dit was een Nederlandse gemeenschap met sterke banden met de Christian Reform Church, 85% van mijn klasgenoten was van Nederlandse afkomst en mijn ouders spraken thuis een beetje Friese.”

Al en Nancy Faber

“Toen ik naar de middelbare school ging, verteld Faber, waren er alleen in de open lucht basketballvelden. Geen honkbalvelden of voetbalvelden – dus speelden we basketball. Daar begon mijn basketbalcarrière. Op de middelbare school was ik lang en onhandig, de teams waren uitstekend met veel lange Nederlanders, verteld Faber. Dus ik begon pas in mijn laatste jaar te spelen voor het team. Omdat ik niet de meest getalenteerde was, heb ik geleerd harder en slimmer te werken dan de tegenstander. Mijn laatste jaar was erg goed – ik haalde gemiddeld zesentwintig punten per wedstrijd en de universiteiten begonnen mij te rekruteren”.

Faber: “East Carolina University wierf me aan om daar basketball te komen spelen en ik was hun center voor drie jaar (op dat moment konden eerstejaars niet spelen in het varsity-team). Mijn sterkste punt was rebounden en had gemiddeld meer dan tien per wedstrijd. In totaal rebounds en ben ik nog steeds de tweede rebounder aller tijden bij ECU. Onze teams waren middelmatig, maar in mijn junior jaar kwalificeerden we ons voor het NCAA-toernooi – één van de slechts twee ECU-teams die ooit het toernooi hebben bereikt. We verloren van Villanova in de eerste ronde”.

Italië en Corsica

“Faber, wiens eerste interesse naar honkbal uitging, wist tijdens zijn schooltijd op East-Carolina University, dat profbasketbal in Amerika voor hem onmogelijk was. Zijn capaciteiten waren daarvoor te gering, daarom vertrok naar Europa. Hij speelde een seizoen als prof in Italië en daarna één seizoen op het eiland Corsica. Zijn eerste bestemming was dus de Italiaanse tweededivisieclub Chieti. Over die ervaring verhaalt hij niet enthousiast. Faber: “Het basketbal in Nederland beviel me veel beter. Hier werd meer als ploeg gewerkt. In Italië moesten de Amerikanen alles doen: punten maken en rebounds maken. Typerend voor de Italiaanse benadering was dat als je daar won dat dit het werk is geweest van het team. Wordt er echter verloren dan kregen de Amerikanen de schuld. In Nederland was de druk op Amerikanen lang niet zo groot.

Na Chieti trok Al Faber naar het Franse eiland Corsica, waar hij een onvergetelijk jaartje meemaakte. ”Dat was iets aparts. Ik had daar gewoon een jaar betaalde vakantie. Ze hadden op dat eiland een eigen competitie, het niveau was nog geen vijfde divisie. Werkelijk, ik had er een prachtig leven. Ik woonde in een flat direct aan het strand. Als ik het raam opendeed, sprong ik zo op het strand. Ik heb er ook erg gezellige mensen ontmoet. “Het meest vreemde seizoen van mijn loopbaan. Ik was daar speler-trainer-coach, maar mocht maar één wedstrijd in het seizoen spelen, dat was de kampioenswedstrijd en die wonnen we. Onze tweede spelverdeler was 43 jaar en de reserve-forward viel zestien kilo af om aan deze wedstrijd mee te mogen doen.”

Nederland

Via het rondtoerende basketball gezelschap van de bemiddelde USA-heer McGregor, kwam Faber bij Theo Kinsbergen terecht. Faber: “Ik kwam bij Kinsbergen als zogenaamde Nederlandse Amerikaan. Ik had Nederlandse voorouders, dat is waar, ergens in Friesland zijn nog verre familieleden te vinden, maar ik was natuurlijk zo Amerikaans als het maar kan. Theo kon die dingen redelijk regelen. Ik had een jaar in Chieti, in Italië, gespeeld en een idioot seizoen op Corsica doorgemaakt en toen kwam ik met een reizend team naar Noord-Europa en dacht Theo dat hij me Nederlander kon maken.” “Ik was niet de enige, want we speelden toen met Everett Fopma en Ron Kruidhof, van laatstgenoemde weet ik het niet zeker, maar Fopma was ook voor geen millimeter Nederlander meer. Dat was toch de verdienste van Kinsbergen. Hij zette een profteam op, hij besteedde er geld en tijd aan en later kon het Nederlands team dan profiteren van ons ‘Nederlanders’.

@JanVerhoef

Vervolgens beleefde Faber een naar zijn zeggen “hele mooie tijd” bij Den Bosch, waar Ton Boot erin slaagde een hechte ploeg te smeden die zelfs internationaal aanzien verwierf. Faber: “De basis van het succes was dat we allemaal goed met elkaar konden opschieten. We groeiden als het ware naar een geweldige eenheid.” De Brabantse club bleef nuchter onder die voorspoed. Faber had daar helemaal geen moeite mee. Hij was geen man van grootspraak. Faber: “Ik ging er altijd van uit dat ik zo goed mogelijk mijn best moest doen. Als je je voor honderd procent geeft en je verliest, dan is er niets aan te doen. Geef je tachtig procent en je verliest … dan is dat een slechte zaak. Net zomin als ik tevreden zou zijn met 30 punten en 25 rebounds achter je naam, maar toch verliest.

Faber leerde snel de Nederlandse taal, iets wat zijn vrouw ook deed en zag in, dat hij zijn bestaan als profsporter behoorlijk zou kunnen verlengen in ons land als hij zich zou aanpassen aan de regels. Via Amstelveen kwam hij voor Den Bosch uit, waarna hij bij Donar in Groningen zijn derde club vond, hierna volgden nog twee jaren in Haaksbergen. Bij de eerste drie teams werd hij landskampioen, bij alle teams was hij de grote, stille kracht in het veld, de enthousiaste geest binnen de ploeg en de werker, de man die een goed contract aangeboden kreeg, omdat men hem overal nodig had. Hij was geen speler die tot het slag van de verwende prof-basketballer behoorde, want overal waar hij aanwezig was, trachtte hij bezig te zijn met trainingen en vooral met jeugdbasketbal. In Den Bosch bij voorbeeld was hij trainer-coach van een rolstoelbasketbalteam, iets dat uniek genoemd mag worden. Faber speelde sinds 1977 in de nationale ploeg, heeft negennegentig interlands achter zijn naam en was iedere wedstrijd heel nuttig aanwezig. Hij werkte hard, duwde tegenstanders weg, vocht zich tussen kluwen spelers door en had het meest onorthodoxe schot van het Westelijk halfrond. Van afstand schoof hij de bal in de richting van de basket, vaak met succes. Zijn inbreng bij al die teams is het beste met ‘nuttig’ te omschrijven: niet spectaculair, geen enkele vorm van show, wel enthousiast, maar vooral met de nadruk op nuttig.

De om zijn voorbeeldige instelling geprezen Faber wist niet waarom hij bij Den Bosch werd geloosd. Jan Dekker, de spelverdeler van de Bosschenaren, karakteriseerde Faber als “een onverzettelijk figuur”. Een gouden kracht voor een team ook, een kwalificatie die in een gedisciplineerde sport als basketbal nogal eens gemakkelijk wordt ondergewaardeerd. Niettemin, Den Bosch raakte uitgekeken op de forward met Friese voorouders (Scharnegoutum). Nog altijd tast Faber in het duister als hem wordt gevraagd waarom hij nou zo nodig de Hertogstad moest verlaten. Faber: “Dat weet ik niet. Ik had alleen een vermoeden. Ik denk dat Den Bosch meer geld nodig had voor een andere speler.

Verongelijkt was Al Faber toen wel. Terwijl hij op weg was naar de voorronde van het Europees kampioenschap in Turkije, vernam hij dat hij achter zijn rug om min of meer aan Leiden was aangeboden. Ze hebben nooit gezegd waarom ik weg moest. Ze zeiden alleen dat er voor mij geen plaats meer was en dat ik wel bij Leiden terecht kon.

De Nederlandse- Amerikaan liep echter niet aan de leiband van de heren regelaars mee. Hij maakte ze duidelijk dat hij na terugkomst uit Turkije zelf wel zou beslissen naar welke club hij zou gaan. Drie clubs bleken serieus in de markt te zijn: behalve Donar en Leiden ook nog Tonego uit Haaksbergen, Faber legt uit waarom zijn keuze toen op Donar viel: “Ik wilde naar een club die in de top speelde en aan de Europa Cup meedeed. Verder moest er een in mijn ogen mentaal sterke spelersgroep aanwezig zijn. Daaraan voldeed Donar. Bij Leiden zag ik het niet zitten omdat de sfeer rondom die ploeg niet al te best was en Tonego was toen geen topploeg.

Herinneringen

Fabers herinneringen beslaan een lange tijd en het is opmerkelijk dat hij wedstrijdmomenten, namen en situaties nog zeer scherp terug kan halen. Hij refereert nog aan de avond dat hij ten aanschouwe van duizenden toeschouwers, in de Leidse Groenoordhal, per brancard van het veld werd gedragen. Faber: “Toen speelden wij met Den Bosch tegen Parker Leiden en kwamen er tienduizend mensen kijken.”

“Den Bosch was van seizoen twee tot en met vijf heel bijzonder met drie kampioenschappen en met een aantal zeer speciale teamgenoten – Kees, Jantje, Theo, Danny en Buff en de rest van de teams. We hebben wonderen verricht toen we doorgingen naar de finale van de Europa Cup II – zeker gezien het feit dat onze coach Ton Boot niet aanwezig kon zijn tijdens de verschillende Europa Cupwedstrijden.”

“De twee seizoenen in Groningen waren ook meer dan prachtig”, verteld Faber. “Dat eerste jaar met het kampioenschap speelde ik waarschijnlijk in het meest getalenteerde en evenwichtigste team dat Nederland ooit heeft gehad. Er was een solide back-upspeler op elke positie. Ik heb nog steeds contact met Martin de Vries en Frank Ardon.” Mijn laatste twee jaar, acht en negen, waren bij Haaksbergen, waar we goede teams hadden maar geen kampioensmateriaal.

Elk jaar had ik het geluk om geselecteerd te worden voor het Nederlands team. Hoogtepunten waren de vierde plaats in Europa en het winnen van de Europese B-kampioenschappen in Finland en Portugal. Er waren geweldige reizen, vooral de reis naar China en veel geweldige en unieke herinneringen (een kamer delen met Mart Smeets, haha)

Amerika

Faber vond tien jaar Europa wel genoeg en vertrok in 1985 om, eenmaal in Amerika, eerst eens wat rond te kijken. Hij had goed gespaard en moest een richting kiezen voor zijn familie. Het werd werken met cijfertjes: verzekeringen, leningen. Lachend: “Dat zal niemand van mijn Nederlandse kennissen achter me gezocht hebben, maar dat was dus mijn werk”. Na elf jaar in Europa met negen van hen in Nederland, vestigden Nancy en ik ons ​​in Kenly, North Carolina (haar geboorteplaats) op het platteland en kregen we twee kinderen: Nathalia en Will en twee kleindochters, Crecia en Lillian. We zijn vijfendertig jaar geleden begonnen met een financiële planning firma in Kenly (Faber Wealth Management) en ik werk nog steeds als CFP (Certified Financial Planner). Onze zoon Will is drie jaar geleden bij ons in dienst getreden en zal het geleidelijk overnemen, zodat we met pensioen kunnen gaan en kunnen reizen.

Still playing the game

From-left-are: Bob Heuts, Al Faber, LinGreen, Arnold Nicholson and Jim Groves.

Ik speel nog steeds fullcourt basketbal met vrienden, hoewel ik vanwege Covid-19 al elf maanden niet heb gespeeld. Daarnaast speel ik in de Senior Games 3 op 3 basketbal. Voor de National Senior Games, waarin ik al vijftien jaar speel, heb ik nog nooit een wedstrijd verloren en met ons team – The Land of Waterfalls – zijn we zes keer naar de National Senior Games geweest (elke twee jaar) en eindigden elke keer in de top zeven en twee keer als tweede. Bob Heuts (BS Leiden) speelt ook in dit team.

“We hebben heel bijzondere vrienden en herinneringen overgehouden van onze periode in Nederland en zijn gezegend met ons leven. We zullen zeker nog reizen naar Nederland ondernemen,” aldus Al Faber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s