Jan Driehuis en Ben de Jong eens over gebreken Nederlands basketball

Nog even een oud interview over de staat van het Nederlandse basketball in de jaren zestig met oud-international Jan Driehuis en Ben de Jong.

Toen Utrecht enkele jaren terug eindelijk over een voortreffelijk basketbalteam beschikte, dreigde die vereniging – SVE – door allerlei problemen prompt over de kop te gaan. Een belangengemeenschap van een aantal clubs voorkwam deze ontwikkeling. Ben de Jong werd aangetrokken om uit de ontredderde restanten van SVE opnieuw een hechte, representatieve formatie te smeden. De huidige positie van SVE bewijst het: hij slaagde in korte tijd. Halverwege dit seizoen raakte het vertrouwen van de spelers van Blue Stars in de begeleiding verloren. Het fraaie uitzicht op het landskampioenschap – vorig jaar op het nippertje via een beslissingswedstrijd tegen Punch gemist – kwam in gevaar. Blue Stars vond de persoonlijkheid die de toestand kon redden in eigen kring. De trainer/coach van de dames Jan Driehuis bleek bereid de dubbeltaak – behoud van de titel bij de dames en het veroveren van die titel bij de heren – op zich te nemen.

“Die taak is me smerig tegengevallen,” zegt de 33-jarige, oud-international Jan Driehuis openhartig. “Vooral als de teams meteen na elkaar spelen, zoals bij alle thuiswedstrijden, dan ben ik na afloop volkomen kapot. Dan heb ik nergens meer zin in.” Volgend seizoen dus geen bestendiging van de huidige toestand voor Jan Driehuis? „Ik ga door met de dames,” zegt hij gedecideerd. „Ik heb dit jaar de problemen voor de vereniging willen opvangen. Misschien worden de heren wel landskampioen, maar voor mij staat vast dat het team in deze samenstelling het volgend jaar niet haalt. Zes vaste spelers, onder wie maar één pivot, dat is te weinig. De andere teams, en vooral Rotterdam-Zuid, spelen volgend seizoen beslist weer een stuk sterker. Dankzij de nieuwe competitie opzet.”

Meer wedstrijden

Ben de Jong

Ben de Jong beaamt die conclusie volledig. “De spelers kunnen momenteel in geen enkele wedstrijd meer relaxen, stelt hij tevreden vast. “Zo krijgen ze meer routine. Via deze, weg kunnen de clubteams over een jaar of vier ook internationaal iets betekenen. Veel wedstrijden spelen is de beste basis. Een Europese topploeg zoals Standard Luik bijvoorbeeld gaat deze zomer voor twee maanden naar Italië en speelt zo’n zestig wedstrijden in een seizoen. Wat dat betreft zou ik nog wel een uitbreiding van het huidige competitie-systeem willen. Een volledig competitie als voorronde bijvoorbeeld. Hoe meer wedstrijden hoe beter.” “De dames moeten ook zo snel mogelijk over kunnen gaan op het competitie-systeem van een voorronde, en dan afsplitsen in een finale- en een degradatiegroep,” meent Jan Driehuis, onwillekeurig benadrukkend dat hij toch primair op de Blue Stars damesgroep gericht is. „Op dit moment is de competitie bar oninteressant. Spanning is er alleen in de wedstrijden tegen AMVJ. Als we tegen HOC of White Stars spelen, dan stimuleer ik mijn team nog wel eens tot een verhoogde inzet. Dat leidt dan prompt tot een enorm verschil in de eindstand. En dat zijn dan nog je betere tegenstanders. Volgend seizoen ben ik beslist in staat internationaal mee te tellen met de Blue-Stars-dames. We krijgen een tweede pivot-speelster door de overschrijving van Anneke Paul. Verder komt er nog een speelster bij. Als dat ook niet gebeurd was, was ik er waarschijnlijk mee gestopt. Ik train en coach deze groep nu drie jaar. Door die aanwinsten kan ik weer eens wat andere mogelijkheden benutten. Maar het blijft een gebrekkige zaak zolang de kwaliteitsverschillen in de competitie zo groot zijn.”

Inzet

De problemen van Ben de Jong liggen elders. Hij is ontevreden over de tralningsinzet van de Nederlandse basketballers. Er zitten in je groep altijd wel jongens die meer willen dan topsport bedrijven” zegt hij spijtig. „Momenteel train ik met SVE tweemaal per week. Die trainingen zijn verplicht. Daarnaast is er een derde training op basis van vrijwillige opkomst.” Aanvoerder Roel Tuinstra zie je daar bijvoorbeeld nooit. Roel zou een schitterende speler kunnen zijn maar hij heeft in Amsterdam een vreselijk gezellige kennissenkring. Hij amuseert zich kostelijk, drinkt zijn pilsje en heeft een afgrijselijke conditie. Zo zijn er meer in Nederland. Geen wonder dat de nationale trainer/coach Egon Steuer, die types heeft laten vallen. Toch geloof ik dat zo’n zestig procent van de spelers – en beslist niet alleen binnen SVE – de ambitie bezit, vijfmaal per week te trainen. Ik zou willen dat er meer trainingsgelegenheid was voor deze mensen. En dat ze over wat meer vrije tijd beschikten, dan nu. Factoren als studie en gezin zijn de grote remmen op de ontwikkeling van onze sport.”

Over de mogelijkheden dat de totale sponsoring ingang vindt in het basketbal: “Dat is een noodzaak, als we ooit een beetje niveau willen halen. Als we een spektakel willen opvoeren, voor het publiek. Dat vind ik één van de plichten van de topsport. Op bescheiden wijze probeer ik daar nu al aan mee te werken. De Amerikaan Eranklin is zo’n spectaculaire speler. Alhoewel hij nu uit vorm is breng ik hem altijd één periode in het veld. Zeker tijdens de thuiswedstrijden. Zijn fratsen trekken publiek. Hij krijgt altijd een enorm applaus als hij in het veld komt. Trouwens, bij onze thuiswedstrijden zit het meestal vol Een bewijs dat het publiek onze opvatting deelt. We kunnen dat nog enorm verbeteren. Maar dan moet er geld op tafel komen. En waarom niet? Er wordt nu toch al betaald aan de topspelers.

Masseur

Jan Driehuis

Jan Driehuis zou deze ontwikkeling ook geweldig vinden. Hij denkt aan mogelijkheden als het inschakelen van een masseur en wat meer doen voor de spelers. “Dat is nu niet mogelijk,” legt hij uit. “Dingen als de jongens ieder seizoen een nieuw pak verschaffen doen het bijvoorbeeld wel. Ikzelf waardeerde dat beslist toen ik nog op dit niveau speelde.” Heeft Driehuis voordeel in zijn coaching van de routine als speler?  “Beslist.” stelt hij vast. “Ik zie altijd meteen welke methoden een tegenstander volgt Je merkt het ook snel als er in je eigen ploeg een inzinking dreigt. Dat heb je zelf allemaal meegemaakt. “lk zag het altijd al scherp. En nu vanaf de bank is het in wezen gemakkelijker, omdat ik zelf niet meer op de bal hoef te letten.” Een probleem voor Driehuls is het feit dat hij de herenploeg van Blue Stars niet traint. De dames- en herentrainingen overlappen elkaar gedeeltelijk. “We trainen legt Jan Driehuis uit, in twee lokalen van dezelfde school. Af en toe wip ik even over naar de herentraining om eens rond te kijken. Ton Boot treedt op ais trainer/speler. Alhoewel hij het uitstekend doet en ik geen enkel probleem met hem heb, is het natuurlijk een methode. Over bepaalde zaken denkt hij nu eenmaal anders dan ik. Toch moet ik de verworvenheden via zijn training benutten in mijn coaching. Ton heeft bijvoorbeeld een zoneverdediging ontwikkeld waar ik niet helemaal achter sta. Ik ondervang dit door voornamelijk man-to-man te laten verdedigen.” Ben de Jong blijkt een voorstander van verdedigend spel. “Ze moeten er keihard tegenaan gaan,” zegt hij over zijn spelers. Dat is nodig bij basketbal. En ook attractief voor het publiek. Je hebt er natuurlijk wel veel spelers voor nodig. Blue Stars bijvoorbeeld kan dit niet doen. Dat steunt op de inventiviteit, van de sterren in de aanval. Verdedigend moeten ze met die kleine kern van spelers voorzichtig zijn. Ik heb spelers genoeg. Maar dan krijg je weer andere problemen. Er ontstaat rivaliteit tussen de jongens. Ze willen allemaal spelen en liefst zo lang mogelijk. Alleen Roel Tuinstra is na een kwartier meestal zo moe dat hij blij is als hij gewisseld wordt of vijf persoonlijke fouten heeft. Roel zou twee keer zo goed kunnen zijn. Maar het interesseert hem te weinig. Ik gelooft niet dat hij te vangen is, ook niet met geld. Als je hem honderd gulden per wedstrijd geeft, zou hij geen stap harder lopen. En zijn biertje kan hij niet missen. Misschien als hij trouwt dat het dan anders wordt.

Laag pitje

Wat zijn de kansen in de toekomst voor het Nederlandse basketbal volgens deze twee succesvolle coaches? “Er wordt slecht getraind,” vindt De Jong. „Als je ziet wat de spelers missen dan krijg je de indruk dat de landelijk jeugd-training op een wel heel laag pitje staat. Later gaat dat zwaar wegen.” En Jan Driehuis zegt: “Er is weinig jeugd. Ik heb pas het Amsterdamse meisjes jeugdteam zien spelen. Dat is brandhout. Daar zit niets bij. De heren krijgen echter wat mogelijkheden. Vooral door extreem lange jongens ais Pieter van Tuyll van Serooskerken. Die jongen is lang en bovendien een atleet. We verliezen internationaal altijd door de gebrekkige kwaliteit of het ontbreken van pivots. Dat was al zo toen ik nog meespeelde.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s