Ron Kruidhof kijkt terug op twaalf jaar Nederland

Het lijkt op het eerste gezicht weinig zinvol over Ron Kruidhof te schrijven. Twaalf seizoenen speelde Ron Kruidhof in de eredivisie, waarin hij tijdens zijn omzwervingen zeven clubs versleet. De oud-spelverdeler van Kinzo Amstelveen, Vastgoed Strijen BOB, Radio Musette RZ, Parker Leiden, NN Donar, Interbril Enschede en Hatrans-Haaksbergen is inmiddels al 66 jaar. Door Theo Kinsbergen (wie anders?) werd hij destijds als ‘Nederlandse-Amerikaan’ uit Californië gehaald om mede in Amstelveen een kampioensteam op te bouwen. Trainer/coach en sponsor Kinsbergen wilde immers bewijzen dat er met louter Nederlands talent geen topbasketbal mogelijk was en hij ‘kocht’ daarom een complete ploeg. In Amerika voornamelijk. Zo werd Ron Kruidhof voor de neus van het belangstellende Den Bosch door Kinzo weggekaapt. Ron Kruidhof, een Nederlandse Amerikaan uit Californië.

Hij werd geboren in Artesia in Californië en groeide op met drie oudere zusters, zijn moeder was een ‘single-mom’ en in zijn jeugdjaren was hij een gym rat. Hij begon op dertienjarige leeftijd met basketballen, eerst als center maar later als guard op Gahr High school. Vertrok toen naar Cerritos J.C., waar hij een “All American” werd. Ron ontving verschillende ‘offers’, en koos voor Idaho State. Met Idaho won Ron de BIG Sky conference en speelde met Idaho op het NCAA tournament. Maar voor een jongen uit California was er te veel sneeuw in Idaho. Ron werd toen in Idaho benaderd door Sperry Remington Den Bosch, maar moest nog twee jaar naar school. Hij vertrok na één seizoen en kreeg een transfer naar Cal State Northridge, daar werd hij MVP van het team met prachtige cijfers. Na een wedstrijd kwam hij in contact met Everett Fopma en Owen Wells (spelers van Kinzo Amstelveen) die hem bekeken in opdracht van Theo Kinsbergen, om even later een contract te tekenen om voor Kinzo uit te komen.

Betrouwbaar

Eén seizoen bleef Kruidhof in Amstelveen, waar hij de zesde man speelde achter Danny Cramer om vervolgens een lucratief aanbod van het Oud Beijerlandse BOB te accepteren. Het seizoen in de Hoekse Waard werd gevolgd door één seizoen bij Rotterdam-Zuid, dat toen nog Radio-Musette heette. Daarna volgden twee seizoenen bij het grote Parker Leiden. “Het was geweldig om in dit goed georganiseerde team te spelen en om te kunnen reizen en Europa te zien.” Ron mijmert even: “Ik denk nog altijd dat we individueel iets beter waren dan Den Bosch, maar zij waren een echte eenheid dankzij Ton Boot. We hadden Irving Giddings, kan je die man nog herinneren …. een hele goede speler nog steeds begrijp ik niet dat ze die lieten gaan. Maar bij Parker was altijd een komen en gaan van Amerikanen. Weet je nog dat ze Tony Parker aantrokken. Puur omdat het een reclamestunt was, speler Parker in de Parker ploeg. Wat men toen vergat was dat de chemistry geheel verdwenen was, ik moest toen speeltijd inleveren. Ik denk niet dat ik bij Den Bosch had gepast, mijn manier van spelen daar hield Boot niet van.

Ron Kruidhof was dan ook in deze regio bepaald geen onbekende, zijn wortels leken dus in het westen te liggen. Maar de ‘Beach Boy’ vertrok toch naar het noorden van het land. Coach Maarten van Gent had belangstelling voor hem. Later zou Kruidhof zeggen dat het seizoen in Groningen, bij Donar, als het mooiste jaar uit zijn basketbalcarrière in zijn geheugen staat gegrift. “Het beste jaar, de beste ploeg, de leukste sfeer, alles klopte daar …. natuurlijk omdat we kampioen werden, maar er was meer. We hadden een uitgebalanceerde ploeg. Iedereen kende zijn rol, voor iedere spelers was er een back up en men wist dat van elkaar. Coach van Gent had zijn zaken goed voor elkaar Werkte hard en was zeer gedreven. Een goede coach. Later heb ik respect voor hem verloren toen hij uit Haaksbergen wegliep na een conflict met Van Hal. Vond Manny Cramford ook een goede coach bij BOB. Die ging op een lekkere manier met zijn spelers om. Streng, maar met gevoel.

Maar Donar had geen geld meer om hem het tweede contractueel vastgelegde jaar te kunnen betalen en omdat coach Maarten van Gent (inmiddels vertrokken naar Haaksbergen) wel behoefte had aan een goede guard, vond zijn carrière een vervolg in Twente. In zijn eerste seizoen met Hatrans bereikte de ploeg de play-offs finale. Ron verteld, “Ik was het laatste gedeelte van het seizoen geblesseerd en kwam in de play-offs terug maar was eigenlijk nog niet geheel fit. Ik denk dat als ik niet van een blessure had moeten terugkomen, we Den Bosch hadden kunnen verslaan.”

Ron Kruidhof is nooit een spectaculaire speler geweest. Wel betrouwbaar. Een redelijke schutter ook. „Maar het scoren vond ik vroeger veel belangrijker dan later in mijn carrière. Mijn rol in de ploeg is toen een andere geworden, ik kende mijn beperkingen en mogelijkheden. Als echte spelverdeler heb ik me toen goed kunnen bewijzen,” beweert Kruidhof nu.

Nederlands team

Het Nederlands team had, op vijf keer na, nooit zijn belangstelling. Uitnodigingen werden om uiteenlopende redenen afgeslagen. „Dat kwam ook omdat het Nederlands team voornamelijk na de competitie pas actief werd. Ik had slechte ervaringen met het Nationale team. “Ik stond eerst achter Emill Hagens en later kwam ik achter Toon van Helfteren te staan en ik had geen zin in zitten. Ik vond het leuk gevraagd te worden voor het Nederlands team, maar ik had geen zin mijn tijd door te brengen op de bank.”

Maar na acht maanden competitie-basketbal wilde ik ook wel eens met vakantie. Naar huis in Amerika.” Het valt op, dat de uitdrukking ‘naar huis’ herhaaldelijk terugkomt in het gesprek. Twaalf jaar in Nederland. Heimwee gehad? „Nee, niet echt. Maar ik verlangde aan het einde van een seizoen toch steeds naar Californië.”

Rampjaar

De eerste jaren waren voor Ron Kruidhof financieel aantrekkelijk. Hij ontkent het niet. „Eigenlijk heb ik een echt goed bestaan gehad tot en met het jaar, dat Donar kampioen van Nederland werd. Dat besef je pas, als je gaat inleveren. Maar tot mijn tijd in Enschede heb ik echt nooit te klagen gehad. Een rampjaar was dat.”

Een turbulente ontwikkeling in het Twentse basketball leverde de nodige onrust en plotseling, twee eredivisie-formaties op. Getrek aan spelers en aanlokkelijke beloftes vertroebelden de relaties in het Twentse land, toen de lucht weer was opgeklaard, speelde Kruidhof bij Greyhounds in Enschede. Dat werd gesponsord door Interbril, maar dat ‘huwelijk’ werd na bijna twee maanden ontbonden. De geldschieter ging failliet en de club kwam in de financiële problemen. “De moeilijkheid was, dat ik als werknemer bij de sponsor op de loonlijst stond. Hij wilde mij niet ontslaan en hield me met allerlei mooie beloften aan het lijntje. Geld zag ik nooit. Herinnerde ik hem daaraan, dan hoorde ik bijna onvermijdelijk dat alles de volgende dag geregeld zou worden. Op een gegeven moment had ik zeker 12.000 gulden te goed en zat zelfs met een huurschuld van ruim 4.000 gulden. Ik betaalde toen een vast bedrag aan de deurwaarder om ervan af te komen. De sponsor maakte me wel gek met allerlei mooie plannen voor de toekomst. Hij zag bijvoorbeeld mogelijkheden om als opticien in Amerika te beginnen. Ik zou daar dan een winkel in beheer krijgen. Ging me dus wat oriënteren in het vak van opticien …. Luchtkastelen.”

​Aan het begin van het seizoen 1986-87 werd het meningsverschil met de sponsor van Haaksbergen bijgelegd en keerde Ron Kruidhof terug op het oude nest in de sporthal De Els. Ik verdiende toen wel weer redelijk maar het was de liefde voor het basketball dat me toen op de been hield.

Spelers

Kees Akerboom is de beste speler die ik in al die jaren in Nederland heb meegemaakt. Hij kon scoren als géén ander. Hij besliste een wedstrijd in drie aanvallen achterelkaar. Verdere namen die als eersten naar boven kwamen waren: David Lawrence en Jimmy Moore als medespelers. Moore vooral omdat hij een ‘teamplayer’ was. Ook Bill Mallory en John Washington komen als één van de eersten boven drijven.

Terug

Sinds ik dertig jaar geleden terugkeerde naar Californië heb ik misschien vijf keer een basketball partijtje gespeeld. Ik heb het prima naar mijn zin en woon nu negenentwintig jaar in Lakewood samen met mijn vrouw Terri, waarmee ik alweer dertig jaar mee ben getrouwd.

Ron samen met zijn dochter Megan

Het gaat echt goed met mij, ik werk als aannemer en heb mijn eigen aannemersbedrijf ‘Ronabcontruction’, waar ik “General Director” van ben. Mijn zoon is net getrouwd en mijn dochter Megan is drieëntwintig jaar, ze was één van de beste volleybalsters van Long Beach State. Nu is ze coach van een indoor volleybalteam en was assistant coach bij het ‘Sand’ team.

Hij genoot ervan herkend te worden. Is niet gelukkig met de vraag, hoe het kwam dat hij in die jaren in Nederland eigenlijk Nederlands-met-een-duidelijk-accent sprak. “Ik was een beetje lui en iedereen deed zo zijn best om Engels te spreken. Thuis (daar is het weer!) werd door mijn vader en moeder veel Nederlands gesproken. Hij is in Staphorst geboren. Nee, ik ben er eigenlijk nooit geweest. Eén keer doorheen gereden. Lang geleden. Ik heb nooit zo’n behoefte gehad om te weten waar mijn verleden lag.”

Het slotwoord van Ron: “Ik moest wel wennen aan het eten, vooral de ‘fastfood’, alles was gewoon kleiner zoals auto’s en huishoudelijke apparaten. Ik had nog lange tijd contact met Sid Bruinsma maar dat is in de loop van de jaren verwaterd. Ik denk aan alle aardige mensen die ik heb ontmoet in de verschillende teams waar ik voor heb gespeeld en voor de mogelijkheid om twaalf jaar in Nederland te hebben kunnen spelen.”

De geruisloze afgang van een titelhouder

Zonder al te veel opzien te baren verdween één van de basketbalclubs van Nederland, het Amsterdamse Herly. De door ex-leerlingen van het Hervormd Lyceum uit Amsterdam West in 1947 opgerichte vereniging, bestaat nu alleen nog uit enkele jeugdteams. De heren en vrouwen teams werden voor het begin van de huidige competitie opgeheven. Niet uit zalennood, maar eenvoudig omdat er geen eerste team meer gevormd kon worden.

Het is bijna onmogelijk, dat een club die in 1966 de nationale titel wint, zo maar een paar jaar later verdwijnt, immers Herlv kwam volop in de schijnwerpers te staan. En dat betekende, dat er voor de spelers, na de Europa Cupduels, vanuit België aanbiedingen kwamen waar meer te verdienen was met het basketballen. En dus vertrokken Karel Pastor en Karel Vrolijk naar België. En toen later Wim Franke werd geschorst door de Basketballbond, was de kern van wat eens een topteam was verdwenen. Herly zakte weg. Een aantal jaren verliep het gevecht tegen het degradatiespook succesvol voor de Amsterdammers, maar een jaar later moesten ze toch het onderspit delven. Herly verdween naar de landelijke 1e klasse. Van daaruit moest opnieuw worden gebouwd voor een nieuwe aanval om in de eredivisie te geraken. De aanval leek aan het einde van de competitie een succes te worden, maar het beslissende duel verloor Herly en miste daardoor de kans om zich met FAC en Donar te mogen meten in een strijd om twee plaatsen in de eredivisie.

Want in de dagen die aan de wedstrijd voorafgingen, was het al crisis in het bestuur. Cor Onrust, de man die vier jaar de damesselectie van Amsterdammers trainde, naast zijn werk als voorzitter van het district Amsterdam van de Nederlandse Basketball bond vertelde hierover in dagblad “het Parool”: “De crisis tekende zich al af in de eerste maanden van dit jaar. Rob de Wit, de man die het team dat in 1966 kampioen werd coachte, is toen naar een vergadering geweest van de basketball vereniging, waarop gesproken werd over het aantrekken van sponsors voor de vereniging. De Wit was naar de vergadering gegaan, omdat voorzitter Gerard Glijsteen op dat moment niet kon. De Wit was ook de man die ons aan een sponsor zou kunnen helpen. Op de vergadering werd Rob de Wit met verbazing begroet, omdat hij in niets meer van doen had met Herly. Volgens Gerard Glijsteen was De Wit er alleen maar als toehoorder. Een aantal leden van het bestuur wilde dat niet geloven en vertrokken. Zij zagen de Utrecht-gang van De Wit als een actie buiten het bestuur om. Onrust weer: ‘Via Rob de Wit zou er eigenlijk een poging gedaan worden om aan topspelers te komen. Immers, een sponsor zou geld betekenen. Het is dan heel begrijpelijk, dat de spelerskern van dat moment dacht, als er nieuwe spelers komen dan is het met ons gedaan. En dus wilden de spelers uit het eerste team weg. Voor een groot deel gingen ze naar DED. Ik geloof echter, dat het ook was, omdat er op dat moment onvoldoende overwicht op de spelers was. Er was onenigheid over de trainersopvolging. Er is toen gezegd, dat er eigenlijk een poging werd gedaan, om profbasketbal van de grond te krijgen. Ik geloof er niet zo in. Volgens mij heeft profbasketbal geen toekomst.

Eén van de eerste grote aderlatingen die Herly leed was het vertrek van Wim Franke. Hij wilde de vereniging verlaten, na een aantrekkelijk Belgisch aanbod, maar werd door de NBB geschorst, wegens het in diskrediet brengen van de basketbalsport. Wim Franke over de snelle aftakeling van Herly in dagblad “het Parool”: ‘Ik geloof niet dat je direct kunt zeggen, dat het allemaal begonnen is met het kampioenschap. Indirect natuurlijk wel, omdat we in de schijnwerpers kwamen te staan. Voor mij is alles gekomen door de zwakke leiding van het bestuur. Toen Rob de Wit halverwege het seizoen in 1967 vertrok, was er geen opvolger voor hem. Ik vond en vind De Wit nog steeds de beste trainer. Misschien dat als De Wit was gebleven, er ook een aantal spelers was gebleven, maar mannen als Pastor en ook Vrolijk waren toch wel naar België gegaan. En over de poging die verleden jaar opgezet was, om in ieder geval spelers naar Herly te halen, door het aantrekken van een sponsor waardoor de betalingsmogelijkheden verruimd werden, zegt Franke: ‘Och, dat bedrag was niet zo groot. Het maakt het alleen aantrekkelijker om voor zo’n club te gaan spelen. Een profclub kan volgens mij niet, daarvoor is de belangstelling voor basketbal ook niet groot genoeg.

Met het verdwijnen van het eerste team na die affaire, bleek ook dat Herly al lang geen binding meer had met het Hervormd Lyceum, en dus onvoldoende achterland had. Omdat er vanuit Amsterdam-Noord geen nieuwe impulsen in de vereniging kwamen, zakte Herly ondanks de promotiekansen en daarmee de kansen op een langer bestaan omdat een sponsor aangetrokken zou kunnen worden, organisatorisch verder weg. De laatste kans voor de Amsterdammers was een fusie met DED. Die fusie kwam er ook, maar te laat. Voor 1 juli moest de fusie rond zijn en aan de basketballbond opgegeven zijn. Nu gebeurde dat pas tegen het einde van augustus. De bond kon dat niet meer accepteren, en dus verdween Herly helemaal. De basketballbond kende geen medelijden met Herly. Aan het begin van de nieuwe competitie stond de vereniging – die niet eens meer over een heren- en damesteam beschikte – gewoon weer in de competitie opgenomen. Herly kon niet spelen en dus kreeg de “vereniging” van de NBB nog een boete van 500 gulden.