Jim Woudstra, nog altijd de vriendelijkheid zelve

Jim Woudstra is weinig veranderd. Zijn Nederlands, “ik heb nauwelijks nog Hollands gesproken”, is nog redelijk, zijn postuur is bijna nog hetzelfde, alleen het haar is gekortwiekt. Woudstra is nog altijd de vriendelijkheid zelve en neemt ruim de tijd.

Thuis, want ondanks dat hij het grootste gedeelte van zijn leven in Amerika spendeerde, voelt Woudstra zich toch een nog beetje Nederlander. Als kleinzoon van een emigrant groeide hij op in het plaatsje Orange County in Iowa. Voor 80% Nederlands, dus de taal was hij al snel machtig.

Jim Woudstra, kijkt terug op zijn tijd bij Unity Christian als één van zijn dierbaarste herinneringen en een plek van spirituele groei. Enkele hoogtepunten van zijn middelbare schooljaren waren onder meer het dragen van de Karmann Ghia van een leraar naar een maïsveld en vooral het meedoen in verschillende sporten.

Deelname aan atletiek en basketbal, hadden een blijvende impact op zijn leven. Woudstra en zijn teamgenoten van Unity Christian speelden altijd en overal basketbal, inclusief de gymzaal van het oude stadhuis, Northwestern College en Dordt College. Een spannende tijd tijdens de middelbare school was de dag dat Woudstra en zijn teamgenoten konden oefenen in de gloednieuwe sportschool van Unity Christian. Woudstra noemt coach Vander Berg als één van zijn belangrijkste mentoren en rolmodellen en verteld: “Hij heeft ons zoveel geleerd over hoe we konden concurreren en succesvol konden worden, en hoe we God konden verheerlijken door onze talenten te ontwikkelen en ons geloof te tonen tijdens wedstrijden. Zijn onbaatzuchtige toewijding aan ons, is iets dat ik heb geprobeerd na te streven in mijn carrière.”

Na succes in het laatste jaar in de atletiek, met successen in onder anderen het verspringen, en hoogspringen, ging Woudstra basketbal spelen op Northwestern College. Hij sloot zijn periode op Northwestern College af als één van beste scorers in de historie van de college met 2.386 punten en werd gekozen als MVP in 1973 en 1974.

Na zijn afstuderen begon hij zijn onderwijs carrière bij Denver Christian

Het was Theo Kinsbergen die in 1974 een brief schreef aan Woudstra met de vraag of hij niet in Nederland wilde spelen. Jimmy Woudstra heeft nooit gereageerd op dat schrijven. “Ik wist helemaal niet dat ik van Nederlandse afkomst was. Ik had me er nooit in verdiept.” Kinsbergen wist het wel beter. Woudstra was afkomstig uit Sioux County in Iowa. En dat was een gebied waar vrijwel iedereen een Nederlandse achtergrond had. Jimmy zelf komt uit Orange City en die naam zegt natuurlijk voldoende over de band met Nederland. Geen antwoord voor Kinsbergen dus, maar wel een baan aan de Christian Highschool in Denver.

Daar ontmoette Woudstra Danny Cramer, die er toen al een jaar Nederland op had zitten. Er kwam een brief van Bill Sheridan, de toenmalige coach van Pioneer Punch, en kort daarop stond Jimmy Woudstra op Schiphol. Na een jaar zonder wedstrijden ging basketball weer een belangrijke plaats nemen in het leven van James Dale Woudstra, zoals men hem bij de burgerlijke stand kent. Navraag bij de Nederlandse ambassade leerde hem dat hij nog steeds officieel twee paspoorten had, dus de keuze was snel gemaakt.

“In Amerika en zeker in zo’n klein stadje als Orange County weet je alleen wat er daar afspeelt”, aldus Woudstra. “Het idee was om een jaartje te komen spelen.” Toen ik naar Nederland kwam was ik al getrouwd en mijn vrouw JoAnn verwachtte een kind. In eerste instantie werd het drie jaar. Vervolgens belde Parker Leiden en aangezien we het in Nederland eigenlijk wel prima naar ons zin hadden bleven we maar.”

In 1977 wilde hij eigenlijk terug naar Amerika, om meer tijd te hebben voor andere dingen. Woudstra: “Vanaf 1975 had ik één maand niet gespeeld. Eerst de competitie, toen het Nederlandse team, toen dat maandje rust na het POT in Hamilton en toen weer de nieuwe competitie, Dat was eigenlijk veel te veel. Een heel andere benadering dan in de Verenigde Staten. Daar speelde je toen vijf maanden basketball en ging je dan wat anders doen. Tennissen of honkballen. Ik wilde best in een bepaalde periode veel wedstrijden spelen, maar het nationale team speelde pas na de competitie en dan was je wel een maand of tien aan het spelen.”

Ik heb Europa leren kennen, Ik had er wel eens van gehoord, maar het was altijd erg ver weg. Ik heb geleerd dat er nog iets anders was dan Amerika. Als ik nu een krant lees wil ik weten hoe de zaken ervoor staan in Afrika, Europa en Zuid-Amerika.

Zijn beste ervaringen heeft hij echter toch opgedaan binnen de lijnen van het basketballveld. Hij, ”Het toernooi in Hamilton is voor mij het absolute hoogtepunt geweest. De overwinningen op Canada en Cuba waren voor mij iets geweldigs. De ploeg heeft daar gedaan wat mogelijk was.”

In Leiden groeide hij uit tot een legende. Nooit verzaakte de 2.01 meter lange forward, altijd zette hij zich voor honderd procent in. Zowel in verdedigend als in aanvallend opzicht scoorde hij altijd een ruime voldoende. “Ik was een bescheiden speler, maar wel altijd keihard en agressief. Ik speelde om te winnen. Ik had en heb de instelling dat je altijd moet geloven dat je beter bent dan je tegenstander, En als je dan toch verliest heb je in ieder geval niet verloren omdat je minder hard gewerkt hebt”, typeert Woudstra zichzelf. Zijn succes had hij mede te danken aan het feit dat hij zich een Nederlander voelde en geen Amerikaan. “Wij als Nederlandse Amerikanen pasten ons snel aan en probeerden als Nederlander te leven. De Nederlandse stijl van leven is nu eenmaal anders, maar het trok me wel.

“We waren ook echte vrienden, trokken veel met elkaar op”, verteld Woudstra over zijn periode in Leiden. Kampioen werd hij desondanks nooit met Leiden, dat na het kampioenschap van 1978 steevast op de tweede plaats eindigde achter aartsrivaal Nashua Den Bosch. Leiden zag hem na drie jaar met lede ogen vertrekken.

Over zijn vertrek bij Leiden in 1981 gingen de wildste verhalen. Voor de forward zou een koffer klaarliggen met 75.000 dollar en een contract van vier jaar om hem over te halen te blijven basketballen voor Leiden. Geld of geen geld, Woudstra was toen niet te vermurwen. Zijn tijd zat er na drie jaar Parker Leiden en drie jaar Pioneer/Tripper Punch op. Het was voor Woudstra tijd om terug te keren naar zijn geboorteland, de Verenigde Staten.

Ik wilde terug naar Amerika. Ik miste mijn familie en moest aan mijn carrière denken. Ik was tenslotte 29 jaar en had nog totaal geen werkervaring. Ik gaf al wel les aan een Amerikaanse school in Nederland, maar lag toch gemiddeld zes jaar achter op het schema. En dat scheelt uiteraard ook in salaris. Bovendien moest mijn oudste dochter Mieka naar school. Allemaal redenen om terug te keren.

Er zijn andere dingen, die belangrijker waren. Ik had een sterke band met mijn familie. Het gezin, het geloof en andere activiteiten waren net zo belangrijk voor Jim Woudstra. Minstens even belangrijk als basketball. Hij dacht toen al om als coach aan de slag te gaan. Woudstra zegt, ”Als je wilt gaan coachen moet je vroeg beginnen. In Denver coachte ik toen drie sporten: American Football, basketball en in het voorjaar atletiek. Daardoor bleef er geen tijd meer over om te spelen. Als ik toen in Denver was gebleven was ik ook weer gaan spelen in een league met veel oud-profs en jongens, die de profs net niet haalden. Als je in Amerika ver wil komen in het coaching moet je vroeg beginnen. Je moet zeker tien jaar op een Highschool coachen, wil je in aanmerking willen komen voor een college. Dus keerde hij terug naar de Verenigde Staten, waar hij les en coaching gaf op verschillende plaatsen, waaronder Waupon, Wisconsin; Visalia, Californië; Sterling, Kansas; en Elmhurst, Illinois.

In eerste instantie keerde Woudstra terug naar Iowa, waar hij les gaf aan een highschool. Hij stapte over naar een college in Visalia (California), waar hij “Athletic director” was, maar vond pas vaste grond toen hij een baan aangeboden kreeg aan het Sterling College in Kansas, precies in het midden van de Verenigde Staten. Het was een kleine protestante college, met circa 500 leerlingen. Naast basketballcoach was hij tevens leraar lichamelijke opvoeding en gezondheid.

“Ik hield van kleine colleges”, verklaart hij zijn keuzes. “Ik hou sowieso meer van kleine dorpjes en minder van de grote stad. Wij hadden klassen van vijftien leerlingen. Dat had ook weer nadelen voor het basketball. We konden niet concurreren met de grote universiteiten en colleges en speelden in de NAIA, in een league met allemaal kleine colleges. Bij deze scholen spelen alleen maar spelers uit de buurt. We deden wel een beetje aan scouten, maar konden geen ‘scolarship’ aanbieden. De echt goede basketballers vertrokken dan ook. Dat was niet altijd makkelijk, maar zo is het systeem nu eenmaal.

Hij bracht tien seizoenen door met het coachen van het basketballteam van Sterling College in Kansas, daarna werkte Woudstra veertien jaar in Elmhurst op Timothy Christian High School als “athletic director´ en “decaan” voordat hij in 2014 met pensioen ging. Momenteel woont hij en zijn gezin op een boerderij in Colorado Springs, waar Woudstra graag paard rijdt, reist en tijd doorbrengt met zijn kleinkinderen.

In 1995 was hij nog even terug in Nederland. Ik wilde ook mijn kinderen laten zien waar ze vandaan kwamen. De oudste twee, Mieka en Lee zijn hier geboren, de jongste Larae in Amerika.

Woudstra’s tijd bij Unity Christian heeft op veel manieren invloed gehad op zijn leven. “Ik geloof dat het belangrijkste dat ik bij Unity Christian heb geleerd,” vertelde hij, “is het belang van het integreren van mijn geloof in elk gebied van mijn leven … Het ging niet alleen om leren, maar ook om het toepassen van wat ik leerde in een manier die God zou eren en zijn koninkrijk zou bevorderen.”

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s