DBL: “All time scorers list”

Onderstaande lijst is een “all time scorers list” van de Nederlandse competitie. Een speler moet minimaal 2.000 punten hebben gescoord. De lijst is nog niet helemaal compleet, maar geeft wel een leuk inzicht.

 

Games  Points Average
1 Kees Akerboom 491 9878 20,1
2 Emill Hagens 583 7810 13,4
3 Toon van Helfteren 605 7385 12,2
4 Kees Akerboom jr 656 7262 11
5 Hank Smith (USA) 297 7119 24
6 Marcel Huybens 481 6842 14,2
7 Cees van Rootselaar 538 6338 11,8
8 Jimmy Moore (USA) 277 6099 22
9 Danny Cramer 329 6000 18,2
10 Martin de Vries 357 5943 16,7
11 Ton Boot 275 5858 21,3
12 Arvin Slagter 680 5742 8,4
13 Rogier Jansen 509 5614 11
14 Ronald Schilp 402 5549 13,8
15 Gary Freeman (USA) 220 5439 24,7
16 Stefan Wessels 632 5371 8,5
17 Worthy de Jong 422 5305 12,6
18 Sid Bruinsma 315 5159 16,4
19 Tjoe de Paula 462 5053 10,9
20 Jos Kuipers 387 5030 13
21 Mario Bennis 561 4984 8,9
22 Jelle Esveldt 481 4940 10,3
23 Jan Dekker 439 4870 11,1
24 Jason Dourisseau (USA) 425 4689 11
25 Ron Kruidhof 285 4673 16,4
26 Frank Ardon 411 4523 11
27 Rolf Franke 415 4283 10,3
28 Charles ‘Buff’ Kirkland (USA) 276 4273 15,5
29 Marco de Waard 274 4220 15,4
30 Teddy Gipson (USA) 314 4212 13,4
31 Jim Woudstra 237 4184 17,7
32 Hans Heydeman 411 4169 10,1
33 Ed ‘Lace’ Strong (USA) 220 4103 18,6
34 Bill Taylor (USA) 205 4082 19,9
35 Renso Zwiers 277 4017 14,5
36 Maarten Esajas 553 3863 6,99
37 Carl Lott (USA) 177 3851 21,8
38 John Emanuels 482 3837 8
39 Mitchell Plaat 216 3746 17,3
40 Travis Young USA) 218 3728 17,1
41 Daniel Jones 460 3693 8
42 Jan Loorbach 319 3687 11,6
43 Dave Downey (USA) 159 3603 22,7
44 Bert Kragtwijk 280 3579 12,7
45 Raymond Bottse 349 3567 10,2
46 Al Faber 315 3546 11,3
47 Wim Franke 155 3516 22,7
48 Rene Ridderhof 225 3508 15,6
49 Jessey Voorn 375 3478 9,3
50 Sergio de Randamie 501 3475 7
51 Everett Fopma 222 3451 15,6
52 Thomas Koenes 510 3439 6,7
53 Richard van Poelgeest 280 3414 12,2
54 Eric Nelson 283 3400 12
55 Randy Wiel 187 3388 18,1
56 Joseph Spinks (USA) 217 3354 15,5
57 Chris McGuthrie (USA) 211 3323 15,8
58 Rein van der Kamp 351 3245 9,2
59 LJ Pipkin (USA) 168 3237 19,3
60 Djoenie Steenvoorde 431 3226 7,5
61 Aron Roye 400 3195 8
62 Mohamed Kherrazi 425 3191 7
63 Cees Smit 169 3161 18,7
64 Jeroen van der list 352 3143 8,9
65 Hugo Harrewijn 165 3134 19
66 Tico Cooper 255 3100 12,2
67 Ties Theeuwkens 506 3094 6,1
68 Seamus Boxley (USA) 199 3060 15,4
69 Erwin Hageman 365 3043 8,3
70 Eric van Woerkom 248 3027 12,2
71 Steve Bravard (USA) 132 3012 22,8
72 Ed de Haas 270 3011 11,2
73 Marcel Aarts 594 2993 5
74 Jerry Beck (USA) 161 2944 10,5
75 Arthur Collins (USA) 102 2923 28,7
76 Sean Cunningham 367 2917 7,9
77 Jeremy Ormskerk 385 2889 7,5
78 Peter Koning 199 2881 14,5
79 John Franke 203 2823 13,9
80 John Franken 203 2823 13,9
81 Ross Bekkering 253 2786 11
82 Nikki Hulzebos 409 2772 6,8
83 Eugene Richardson (USA) 130 2756 21,2
84 Tim Blue (USA) 189 2725 14,4
85 Matt Bauscher (USA) 188 2696 14,3
86 Frank Kales 164 2693 16,4
87 Frank Kales 164 2693 16,4
88 Travis Reed (USA) 143 2677 18,7
89 Robby Bostain (USA) 182 2666 14,6
90 Raymond Bottse 220 2588 11,8
91 Nick Oudendag 355 2580 7,3
92 Rick Lewis (USA) 124 2576 20,8
93 Paul van Solm 196 2576 13,1
94 Lamont Randolph (USA) 139 2573 18,5
95 Mike Reddick (USA) 127 2570 20,2
96 Ralf de Pagter 416 2565 6,2
97 Okke te Velde 178 2561 14,4
98 Lance Jeter (USA) 186 2539 13,7
99 John van Vliet 177 2512 14,2
100 Jan Schappert 131 2456 18,7
101 Philip ‘P.T’ Thomas (USA) 161 2456 15,3
102 Jan Schappert 131 2456 18,7
103 Albert van de Ark 201 2388 11,9
104 Victor Bartolome (USA) 129 2380 18,4
105 Henk Pieterse 220 2363 10,7
106 Leon Rodgers (USA) 110 2307 21
107 Pieter van Tuyll van Serooskerken 145 2279 15,7
108 Paul Hoeksema 149 2271 15,2
109 Sam Jones 211 2268 10,7
110 Robert Zeilstra 153 2248 14,7
111 Bill Mallory (USA) 87 2198 25,3
112 Tony Parker (USA) 85 2162 25,4
113 Cock van de Lagemaat 177 2135 12
114 Kenneth van Kempen 245 2135 8,7
115 Quentin Hall (USA) 118 2126 18
116 Ruud Harrewijn 125 2123 17
117 Tyrone Marioneaux (USA) 132 2111 16
118 Rob Korthout 202 2109 10,4
119 Jesse Kimbrough (USA) 162 2091 12,9
120 Robert Krabbendam 297 2088 7
121 Patrick Pope (USA) 137 2085 15,2
122 Roel Tuinstra 109 2063 18,9
123 Chris Mims (USA) 138 2041 14,8
124 Pete Miller (USA) 98 2011 20,5
125 Owen Wells (USA) 93 2006 21,6

Jim Woudstra, nog altijd de vriendelijkheid zelve

Jim Woudstra is weinig veranderd. Zijn Nederlands, “ik heb nauwelijks nog Hollands gesproken”, is nog redelijk, zijn postuur is bijna nog hetzelfde, alleen het haar is gekortwiekt. Woudstra is nog altijd de vriendelijkheid zelve en neemt ruim de tijd.

Thuis, want ondanks dat hij het grootste gedeelte van zijn leven in Amerika spendeerde, voelt Woudstra zich toch een nog beetje Nederlander. Als kleinzoon van een emigrant groeide hij op in het plaatsje Orange County in Iowa. Voor 80% Nederlands, dus de taal was hij al snel machtig.

Jim Woudstra, kijkt terug op zijn tijd bij Unity Christian als één van zijn dierbaarste herinneringen en een plek van spirituele groei. Enkele hoogtepunten van zijn middelbare schooljaren waren onder meer het dragen van de Karmann Ghia van een leraar naar een maïsveld en vooral het meedoen in verschillende sporten.

Deelname aan atletiek en basketbal, hadden een blijvende impact op zijn leven. Woudstra en zijn teamgenoten van Unity Christian speelden altijd en overal basketbal, inclusief de gymzaal van het oude stadhuis, Northwestern College en Dordt College. Een spannende tijd tijdens de middelbare school was de dag dat Woudstra en zijn teamgenoten konden oefenen in de gloednieuwe sportschool van Unity Christian. Woudstra noemt coach Vander Berg als één van zijn belangrijkste mentoren en rolmodellen en verteld: “Hij heeft ons zoveel geleerd over hoe we konden concurreren en succesvol konden worden, en hoe we God konden verheerlijken door onze talenten te ontwikkelen en ons geloof te tonen tijdens wedstrijden. Zijn onbaatzuchtige toewijding aan ons, is iets dat ik heb geprobeerd na te streven in mijn carrière.”

Na succes in het laatste jaar in de atletiek, met successen in onder anderen het verspringen, en hoogspringen, ging Woudstra basketbal spelen op Northwestern College. Hij sloot zijn periode op Northwestern College af als één van beste scorers in de historie van de college met 2.386 punten en werd gekozen als MVP in 1973 en 1974.

Na zijn afstuderen begon hij zijn onderwijs carrière bij Denver Christian

Het was Theo Kinsbergen die in 1974 een brief schreef aan Woudstra met de vraag of hij niet in Nederland wilde spelen. Jimmy Woudstra heeft nooit gereageerd op dat schrijven. “Ik wist helemaal niet dat ik van Nederlandse afkomst was. Ik had me er nooit in verdiept.” Kinsbergen wist het wel beter. Woudstra was afkomstig uit Sioux County in Iowa. En dat was een gebied waar vrijwel iedereen een Nederlandse achtergrond had. Jimmy zelf komt uit Orange City en die naam zegt natuurlijk voldoende over de band met Nederland. Geen antwoord voor Kinsbergen dus, maar wel een baan aan de Christian Highschool in Denver.

Daar ontmoette Woudstra Danny Cramer, die er toen al een jaar Nederland op had zitten. Er kwam een brief van Bill Sheridan, de toenmalige coach van Pioneer Punch, en kort daarop stond Jimmy Woudstra op Schiphol. Na een jaar zonder wedstrijden ging basketball weer een belangrijke plaats nemen in het leven van James Dale Woudstra, zoals men hem bij de burgerlijke stand kent. Navraag bij de Nederlandse ambassade leerde hem dat hij nog steeds officieel twee paspoorten had, dus de keuze was snel gemaakt.

“In Amerika en zeker in zo’n klein stadje als Orange County weet je alleen wat er daar afspeelt”, aldus Woudstra. “Het idee was om een jaartje te komen spelen.” Toen ik naar Nederland kwam was ik al getrouwd en mijn vrouw JoAnn verwachtte een kind. In eerste instantie werd het drie jaar. Vervolgens belde Parker Leiden en aangezien we het in Nederland eigenlijk wel prima naar ons zin hadden bleven we maar.”

In 1977 wilde hij eigenlijk terug naar Amerika, om meer tijd te hebben voor andere dingen. Woudstra: “Vanaf 1975 had ik één maand niet gespeeld. Eerst de competitie, toen het Nederlandse team, toen dat maandje rust na het POT in Hamilton en toen weer de nieuwe competitie, Dat was eigenlijk veel te veel. Een heel andere benadering dan in de Verenigde Staten. Daar speelde je toen vijf maanden basketball en ging je dan wat anders doen. Tennissen of honkballen. Ik wilde best in een bepaalde periode veel wedstrijden spelen, maar het nationale team speelde pas na de competitie en dan was je wel een maand of tien aan het spelen.”

Ik heb Europa leren kennen, Ik had er wel eens van gehoord, maar het was altijd erg ver weg. Ik heb geleerd dat er nog iets anders was dan Amerika. Als ik nu een krant lees wil ik weten hoe de zaken ervoor staan in Afrika, Europa en Zuid-Amerika.

Zijn beste ervaringen heeft hij echter toch opgedaan binnen de lijnen van het basketballveld. Hij, ”Het toernooi in Hamilton is voor mij het absolute hoogtepunt geweest. De overwinningen op Canada en Cuba waren voor mij iets geweldigs. De ploeg heeft daar gedaan wat mogelijk was.”

In Leiden groeide hij uit tot een legende. Nooit verzaakte de 2.01 meter lange forward, altijd zette hij zich voor honderd procent in. Zowel in verdedigend als in aanvallend opzicht scoorde hij altijd een ruime voldoende. “Ik was een bescheiden speler, maar wel altijd keihard en agressief. Ik speelde om te winnen. Ik had en heb de instelling dat je altijd moet geloven dat je beter bent dan je tegenstander, En als je dan toch verliest heb je in ieder geval niet verloren omdat je minder hard gewerkt hebt”, typeert Woudstra zichzelf. Zijn succes had hij mede te danken aan het feit dat hij zich een Nederlander voelde en geen Amerikaan. “Wij als Nederlandse Amerikanen pasten ons snel aan en probeerden als Nederlander te leven. De Nederlandse stijl van leven is nu eenmaal anders, maar het trok me wel.

“We waren ook echte vrienden, trokken veel met elkaar op”, verteld Woudstra over zijn periode in Leiden. Kampioen werd hij desondanks nooit met Leiden, dat na het kampioenschap van 1978 steevast op de tweede plaats eindigde achter aartsrivaal Nashua Den Bosch. Leiden zag hem na drie jaar met lede ogen vertrekken.

Over zijn vertrek bij Leiden in 1981 gingen de wildste verhalen. Voor de forward zou een koffer klaarliggen met 75.000 dollar en een contract van vier jaar om hem over te halen te blijven basketballen voor Leiden. Geld of geen geld, Woudstra was toen niet te vermurwen. Zijn tijd zat er na drie jaar Parker Leiden en drie jaar Pioneer/Tripper Punch op. Het was voor Woudstra tijd om terug te keren naar zijn geboorteland, de Verenigde Staten.

Ik wilde terug naar Amerika. Ik miste mijn familie en moest aan mijn carrière denken. Ik was tenslotte 29 jaar en had nog totaal geen werkervaring. Ik gaf al wel les aan een Amerikaanse school in Nederland, maar lag toch gemiddeld zes jaar achter op het schema. En dat scheelt uiteraard ook in salaris. Bovendien moest mijn oudste dochter Mieka naar school. Allemaal redenen om terug te keren.

Er zijn andere dingen, die belangrijker waren. Ik had een sterke band met mijn familie. Het gezin, het geloof en andere activiteiten waren net zo belangrijk voor Jim Woudstra. Minstens even belangrijk als basketball. Hij dacht toen al om als coach aan de slag te gaan. Woudstra zegt, ”Als je wilt gaan coachen moet je vroeg beginnen. In Denver coachte ik toen drie sporten: American Football, basketball en in het voorjaar atletiek. Daardoor bleef er geen tijd meer over om te spelen. Als ik toen in Denver was gebleven was ik ook weer gaan spelen in een league met veel oud-profs en jongens, die de profs net niet haalden. Als je in Amerika ver wil komen in het coaching moet je vroeg beginnen. Je moet zeker tien jaar op een Highschool coachen, wil je in aanmerking willen komen voor een college. Dus keerde hij terug naar de Verenigde Staten, waar hij les en coaching gaf op verschillende plaatsen, waaronder Waupon, Wisconsin; Visalia, Californië; Sterling, Kansas; en Elmhurst, Illinois.

In eerste instantie keerde Woudstra terug naar Iowa, waar hij les gaf aan een highschool. Hij stapte over naar een college in Visalia (California), waar hij “Athletic director” was, maar vond pas vaste grond toen hij een baan aangeboden kreeg aan het Sterling College in Kansas, precies in het midden van de Verenigde Staten. Het was een kleine protestante college, met circa 500 leerlingen. Naast basketballcoach was hij tevens leraar lichamelijke opvoeding en gezondheid.

“Ik hield van kleine colleges”, verklaart hij zijn keuzes. “Ik hou sowieso meer van kleine dorpjes en minder van de grote stad. Wij hadden klassen van vijftien leerlingen. Dat had ook weer nadelen voor het basketball. We konden niet concurreren met de grote universiteiten en colleges en speelden in de NAIA, in een league met allemaal kleine colleges. Bij deze scholen spelen alleen maar spelers uit de buurt. We deden wel een beetje aan scouten, maar konden geen ‘scolarship’ aanbieden. De echt goede basketballers vertrokken dan ook. Dat was niet altijd makkelijk, maar zo is het systeem nu eenmaal.

Hij bracht tien seizoenen door met het coachen van het basketballteam van Sterling College in Kansas, daarna werkte Woudstra veertien jaar in Elmhurst op Timothy Christian High School als “athletic director´ en “decaan” voordat hij in 2014 met pensioen ging. Momenteel woont hij en zijn gezin op een boerderij in Colorado Springs, waar Woudstra graag paard rijdt, reist en tijd doorbrengt met zijn kleinkinderen.

In 1995 was hij nog even terug in Nederland. Ik wilde ook mijn kinderen laten zien waar ze vandaan kwamen. De oudste twee, Mieka en Lee zijn hier geboren, de jongste Larae in Amerika.

Woudstra’s tijd bij Unity Christian heeft op veel manieren invloed gehad op zijn leven. “Ik geloof dat het belangrijkste dat ik bij Unity Christian heb geleerd,” vertelde hij, “is het belang van het integreren van mijn geloof in elk gebied van mijn leven … Het ging niet alleen om leren, maar ook om het toepassen van wat ik leerde in een manier die God zou eren en zijn koninkrijk zou bevorderen.”

Kevin van Wijk combineert Basketball met zijn Culinaire passie

Kevin Van Wijk is de aanvoerder van de Ourense Basketball Club, waarmee hij uitkomt in de LEB Oro en speelt al zeven jaar in Spanje. Vorig seizoen haalde hij als power-forward gemiddeld 6,5 punten en 3,8 rebounds in iets meer dan 23 minuten per wedstrijd. Zijn veelzijdige stijl en verdedigingstechniek op het veld, gecombineerd met zijn minzame en hechte karakter, hebben hem tot aanvoerder van de COB gemaakt. “Help en motiveer,” zegt hij. Maar Kevin heeft nog een extra eigenschap die hij met al zijn collega’s deelt: zijn liefde voor bakken. “Het ontspant me, vooral na een stressvolle dag. En ik kook graag taarten voor het team, er is altijd een goed excuus om er één mee te nemen,” geeft hij toe.

Kevin begon te basketballen in Nederland, in de voetsporen van zijn vader, Henk Van Wijk, ook een professionele basketbalspeler. Op 17-jarige leeftijd vertrok hij naar Gran Canaria. Hij werd uitgenodigd om met het Canarische team deel te nemen aan het kampioenschap van Spanje, waar hij beste rebounder was van het toernooi. Daarna ontwikkelde hij zich verder bij het prestigieuze Canary Basketball Academy, vanwaar hij de sprong maakte naar de NCAA en ging basketballen aan de Universiteit van Valparaiso. Bij de Crusaders behaalde hij gemiddeld 14,1 punten en 5,2 rebounds in zijn laatste jaar, en werd opgenomen in het All-Horizon League team. “Dit is waar ik begon met koken als ik thuis was. In de Verenigde Staten had ik een voorliefde voor cakes.”

De Nederlander is een verstokte banketbakker die zijn culinaire passie ontdekte tijdens zijn studententijd in de Verenigde Staten, al ontstonden zijn eerste contacten met de keuken al veel eerder. “Toen ik een kind was, keek ik graag toe hoe mijn moeder kookte. Ze legde me elke stap uit die ze zette en liet me haar helpen met de desserts,” herinnert hij zich. “Terug in de VS besloot ik te leren hoe ik mijn eigen eten kon maken, want wat ze in restaurants en cafés serveerden, was vreselijk”, voegt hij eraan toe. “Mijn liefde voor bakken ging van minder naar meer. Ik ben dol op het uitproberen, experimenteren en mixen van klassieke dessertrecepten met nieuwe ingrediënten. Dat fascineert me, ”legt hij uit.

Toen ik professional basketballer werd, keerde ik terug naar Spanje om bij Oviedo in de Spaanse LEB Oro te spelen. Het koken verdween naar de achtergrond, omdat ik nooit precies wist bij welk team ik terecht zou komen. Kevin speelde de afgelopen zeven seizoen bij Oviedo (2x), Breogan, Melilla, Huesca en de afgelopen twee seizoen bij COB Ourense.

De geboorte van zijn eerste kind zorgde ervoor dat hij de weg naar de keuken terugvond. “Maak een monstercake, je bakt koekjes voor hem, en het was zo goed dat hij veel complimenten kreeg, iedereen zei dat dit het lekkerste was dat ze in hun leven geproefd hadden.”

De mensen om hem heen getuigen hiervan. Zijn medespelers bij COB, zijn vrouw Nikki Van Wijk en hun driejarige zoon Isaiah zijn proefkonijnen geworden die in de wolken zijn met hun positie. “Ze geven me opdrachten en dus blijf ik verbeteren. Mijn familie houdt van snoep en mijn collega’s hebben altijd goede woorden voor de taarten die ik ze breng,” zegt hij. Citroen, banaan, brownies, cheesecakes of cakescakes met chocoladecrème zijn enkele van de must-haves op Kevin’s verjaardagen en op feesten. De grote ster van zijn zoete creaties is zijn chocoladetaart: “Ze vragen hier veel om. Het bestaat uit twee dunne brownies met in het midden een dikke laag cacaocrème. Ik ben er jaren geleden mee begonnen en verbeter het nog steeds.” Zoals ze zeggen, deze cake is zo lekker dat ze hem zelfs uitdagen om hem te maken. “In het voorseizoen, tijdens een vrije worp training waarin we 10 op een rij moesten scoren, daagden ze me uit, ik had er 6 dus ik moest een chocolade desserttaart mee brengen,” zegt Kevin lachend.

Als een goede atleet houdt de COB-aanvoerder rekening met het voedsel dat hij gebruikt bij het bakken van taarten. “Het is waar dat ik het maken van snoep veel leuker vind dan het op te eten. Hoewel veel van hen suiker bevatten, is het waar dat ik probeer andere soorten zoetstoffen, fruit en andere uitgebalanceerde ingrediënten toe te voegen. Zijn grote truc om dit evenwicht te bereiken zonder aan smaak in te boeten, is sappigheid: “Een biscuitgebak moet altijd lekker zijn en dat lukt als hij niet droog is. Ik heb verschillende geheimen om het te bereiken.”

Na zijn trainingen besteedt hij vele uren aan het lezen van nieuwe recepten op internet om ze in de praktijk te brengen. Hij heeft het al aangedurfd met een knapperige Galicische Monstertaart. Hij zegt dat het krijgen van een goed worteldessert taart zijn volgende uitdaging is: “Ik wil dat het lekker smaakt en daarvoor moet ik het blijven proberen.” En hij sluit niet uit dat hij het basketball aan gaat vullen met een professioneel manier van bakken in de keuken. “Ik zou heel graag restaurants of cafés kunnen bevoorraden, vrij en permanent”, geeft hij toe. Zoete ambitie.

Tot de specialiteiten behoren verder een cenouria-cake, een andere met chocolade, en maakt hij graag cocos-, citroen- of bananenkoekjes. Ik probeer iets te vinden die niet bij de Galicische banketbakkers te vinden is. “Het zou niet logisch zijn om een amendoa-cake te maken die hier typisch is. Ik ben op zoek naar iets dat verrast ”.

Dus het was, dankzij mond-op-mondreclame, hoe je een beslissing kon nemen om het serieuzer te nemen. Ik begon bestellingen te ontvangen en verkoop ze tegen een betaalbare prijs, met het idee dat iedereen mijn vaardigheden kon proeven. Ik voeg ingrediënten toe of verwijder ze om het perfecte recept te krijgen. Hij verzekert dat hij geen interesse heeft in programma’s als ‘Masterchef’, maar volgt dan liever lezingen.

Zolang hij plezier erin houdt en het compatibel is met het basketbal, zegt hij, ga ik hier lekker mee door. Anderen schilderen, lezen. Het is iets dat ik leuk vind en waar ik me mee kan ontspannen na het basketballen. Als ik naar huis ga, is dat een manier om de verbinding met mijn werk als basketballer te verbreken.”

Als hij op een gegeven moment stopt met het basketballen, sluit Van Wijk niet uit dat hij misschien kan leven van zijn banketbakkerskunsten.

Zelfs vandaag de dag, leeft Washington met mooie herinneringen

Wilson Washington, nu met pensioen, staarde uit het raam en dacht na over zijn leven. Toen hij weer sprak, scheen het zonlicht in zijn glinsterende donkere ogen.

Wat je moet doorstaan, is een eindeloze lijst met vragen ”, zei de man die wordt beschouwd als de meest getalenteerde basketbalspeler van Old Dominion ooit. “Mis je het? Hoeveel mis je het?”

“Hoe kon je niet iets missen dat je deed sinds je puberteit? Ik mis de kameraadschap.

“Behalve de geboorte van mijn kinderen, is er niets belangrijker in mijn leven dan de herinneringen die ik heb aan Old Dominion en die jongens. Het is moeilijk om niet emotioneel te worden als je praat over de beste tijd in je leven.”

Vanuit Norfolk, Virginia’s Booker T. Washington High School, ging Washington eerst naar Maryland om te spelen voor coach Lefty Driesell. Hij verliet de school echter na slechts één wedstrijd. Hij stapte over naar Old Dominion (Division II), waar hij en het team veel succes boekten door het NCAA Division II nationale kampioenschap van 1975 te winnen. Washington werd uitgeroepen tot MVP van het toernooi.

Als senior leidde Washington de Monarchs naar een respectabel record van 25-4 in hun eerste NCAA Divisie I-seizoen. Hij behaalde gemiddeld 18 punten en 11,4 rebounds. Voor zijn driejarige ODU-carrière scoorde Washington 1.366 punten (16,9 per wedstrijd), en pakte 1.011 rebounds (12,5 per wedstrijd).

Na het einde van zijn universiteitscarrière werd Washington door de Philadelphia 76ers geselecteerd in de tweede ronde (25e keuze overall) van de NBA Draft van 1977. Hij speelde spaarzaam voor de Sixers, met een gemiddelde van 1,4 punten en 1,0 rebounds in slechts 2,7 minuten per wedstrijd. Na 14 wedstrijden werd hij geruild naar de New Jersey Nets, waar hij een grotere rol speelde. Hij keerde terug naar de Nets voor het seizoen 1978-1979, met een gemiddelde van 8,1 punten en 4,7 rebounds per wedstrijd.

Het is een leven dat sinds 1975 meer dan eens blootgelegd werd door publicaties in kranten en sportbladen, toen Washington, Old Dominion naar het nationale kampioenschap leidde in de NCAA Divisie II, met een record van 62-18 in twee jaar tijd. Vervolgens een niet uitgekomen periode van twee jaar in de NBA, waar hij werd achtervolgd door zijn drugsgebruik.

Hij vervolgde zijn pro-carrière bij Stella Azzurra Roma in Italië, vertrok daarna naar Nederland en speelde daar bij Amstelveen en Parker Leiden, waar zijn drugsgebruik gewoon doorging en het uiteindelijk leidde tot zijn arrestatie in Norfolk in 1983 wegens het bezit van marihuana. Later kwam hij in de problemen wegens schendingen van zijn voorwaardelijke vrijlating.

De problemen, de rusteloosheid, zijn passie voor het leven associëren velen met Washington. Maar Washington, de zoon van een baptistenprediker, heeft het vandaag over een milder leven.

“Ik ben nu blij met mezelf ”, vertelde Washington. “Ik heb het als prof niet helemaal gehaald zoals ik wilde, maar ik ben blij. Ik denk niet dat de wereld me een schuld schuldig is. ”

In een recent interview verwees Washington, die naar de Booker T. Washington High School ging, vaak naar wat een schuld lijkt te zijn die hij nog steeds verschuldigd is aan de fans en teamgenoten die hem thuis verwelkomden na zijn afgebroken verblijf aan de Universiteit van Maryland. Hij stapte over na een semester, toen hij niet de steun en het gevoel van vertrouwen vond waar hij naar op zoek was, zegt hij.

Zijn zoektocht naar vrienden, die negatieve invloeden bleken te hebben, en het feit dat hij niet snel genoeg het zakelijke karakter van de NBA inzag, versnelden zijn vertrek bij de New Jersey Nets in 1979, zegt Washington. Hij was een tweede ronde draft pick van de Philadelphia 76ers in 1977, maar werd dat seizoen verhandeld naar New Jersey.

Tegen die tijd had hij zich aangesloten bij ‘de verkeerde mensen’, vertelde hij. Toch heeft, wat hij ooit recreatief drugsgebruik noemde dat dateerde uit zijn studententijd, nooit zijn prestaties belemmerd, zegt Washington. En hij beweerde dat niemand van de New Jersey Nets hem ooit met de kwestie had geconfronteerd of het als reden voor zijn vertrek noemde.

Hij vloog naar Europa, maar ontwikkelde zich nooit tot de ster die bij zijn potentieel paste.

“Het enige dat ik voor Wilson wens, is dat hij harder had gewerkt om een ​​betere basketbalspeler te worden ”, verteld Jeff Fuhrmann me, Wilson had meer talent dan wie dan ook.

“Ik ben verdrietig voor hem omdat hij net zo bekwaam en talent had als enkele van de beste NBA-spelers. Ik herinner me dat ik tegen hem zei: ‘Hé, Wilson, zou je willen werken aan je jumpshot van 4,5 meter? Hij was eigenlijk zo getalenteerd dat hij niet zo hard aan zijn spel hoefde te werken. ”

Na een groot aantal jaren in het bedrijfsleven gewerkt te hebben, besloot Washington in 2011 de uitnodiging om assistent-coach te worden bij Norfolk university aan te nemen. Hij had een grote inbreng in het behalen van de MEAC-conference titel in 2012.

Washington is het enige lid van het ’74 –75-team zonder een diploma van ODU. Gescheiden, met twee kinderen, zegt Washington dat hij nog steeds van het spel houdt, maar zelden meer in de gym of op de ‘playgrounds’ te vinden is. De geest van plezier die er vroeger heerste, is volgens hem overweldigd door een hardere stemming en soms zelfs geweld, waardoor hij hierdoor terugdeinst.

Ze zeggen tenslotte dat er niets is waar Washington ooit van hield, dan een beetje plezier en veel vriendschappen.

“Mijn vader zei altijd tegen me, dat ik voor mijn vrienden moest zorgen, want in dit leven heb je nooit meer dan een handvol ”, zegt Washington met een glimlach. “Gelukkig heb ik een klein groepje om me heen.”

Washington werd in 2010 opgenomen in de Hampton Roads African American Sports Hall of Fame.

 

Hugo Harrewijn, zeldzaam nederig en mooi persoon

Laatst vond hij een foto die lang geleden in Rotterdam was gemaakt. Op de foto is hij samen met zijn broer Ruud te zien. ‘Het maakt niet uit hoe intens je kijkt, maar ik weet niet wie wie is. Wij zijn tweelingen. “Van daaruit te bedenken dat het voor mij, het niet Hugo maar zijn broer is, er is alleen een vreemde gelijkenis …” dat zou heel goed kunnen zijn “, lacht de voormalige Zwitserse coach die enkele anekdotes over zijn jeugd met Ruud deelt. ‘Ja, we hebben in onze jeugd wel wat uitgehaald, maar onze karakters zijn verschillend; Ruud maakt zich meer zorgen, ik ben nogal nonchalant.”

Zijn moeder – en die van Ruud natuurlijk – is Française en hun vader is Nederlander. “Hij was kapitein op de Rijn, toen hij mijn moeder ontmoette in Straatsburg. Toen hij met pensioen ging, bouwde hij een plezierboot: 15 m lang en 3 m breed. We staken de kanalen over, zeilden, het was een fantastische tijd. We hebben maar zes maanden genoten van deze mooie momenten. Alles stopte toen mijn vader stierf.”

De blauwe ogen van een zeeman, het haar goed geknipt, Hugo Harrewijn oogt nog steeds in vorm, dit mede dankzij de sport die hij altijd beoefende. “Ik speel nu golf, ik heb een handicap van 13,2.” Van 1981 tot 1995 had hij de leiding over een internaat van het Instituut “La Gruyère”, een internationale school. In het bijzonder heeft hij vakantielessen, skikampen georganiseerd; hij leidde ook jonge supervisors op. “Ik was een sport- en leraar Duits.”

Van 1997 tot 2012 droeg Hugo Harrewijn zijn vaardigheden over aan het Collège du Léman in Versoix (een andere grote internationale school die 1.850 studenten verwelkomt), als kostschool manager. “Ik zorgde ervoor dat de discipline werd gerespecteerd, dat de kamers ordelijk en goed onderhouden waren. Ik was er voor elke maaltijd en zorgde ervoor dat alles soepel verliep. Zijn andere opdrachten: ouders verwelkomen en zorgen voor coördinatie tussen hen, leerkrachten en begeleiders. “Sporthoofdstuk, ik organiseerde het golftoernooi van alle privéscholen in Zwitserland en ook andere evenementen. Ik heb sportles gegeven aan studenten van 2010 tot 2012.”

In 1975 studeerde Hugo Harrewijn in Overveen aan het Stedelijk Sportinstituut af als sportleraar, tennis en basketball. Van avontuur tot avontuur, hij verrijkte zijn geest en het geleerde bracht hij vruchtbaar in de praktijk, hij stelde ze in dienst van een dankbare jeugd. Hugo Harrewijn is niet alleen van zeldzame nederigheid, maar hij is ook een mooi persoon.

Hugo Harrewijn en nu

Hugo Harrewijn woont in Marly en heeft een woning in Haarlem. “Deze stad ligt 7 meter onder zeeniveau. Ik ga er drie keer per jaar heen. Sinds zijn pensionering (jubileum, in het Spaans is het veel mooier, vooral lonender), begeleidt hij jonge gehandicapten. “Ze zijn tussen de 10 en 14 jaar oud” en ik begeleid ze van hun woonplaats naar gespecialiseerde instellingen. “Ik haal ze ’s ochtends op en breng ze ‘s avonds naar huis. Ik moest wel een speciaal rijbewijs halen.”

Van dit werk houdt Hugo Harrewijn. ‘Het heeft mijn leven veranderd. Wat een geluk hebben we dat we in een goede gezondheid verkeren; zelfs als deze reactie natuurlijk is, hebben we niet langer het recht om te klagen. Sindsdien heb ik veel dingen gezien. ” In deze instellingen zijn er kinderen die zelfs jonger zijn dan degenen met wie hij gedurende de dag een momentje doorbrengt. Het maakt hem van streek.

Hugo Harrewijn en basketball

Bondscoach van Zwitserland

 

“In Zwitserland vind ik dat we niet genoeg aan de fundamenten werken”, zegt Hugo Harrewijn. Hij wil vooral praten over passes, dribbelen, starts, schijnbewegingen. “Je moet al op heel jonge leeftijd aan deze fundamenten  beginnen te werken, zodat je ze op 18-jarige leeftijd onder de knie hebt. Naderhand wordt het niet vergeten. ” Hij heeft een 19-jarige zoon (Hugo), die een Zwitserse jeugd international is en nu al in de LNA speelt bij Fribourg.

Hugo Harrewijn vertelt over spelsystemen: “Ik vind ze tegenwoordig niet erg gevarieerd. De spelers mogen geen robots zijn. “Volgend seizoen verwelkomt de heren-LNA slechts 3 buitenlandse spelers per team. “Zelfs als de pool van Zwitserse spelers niet groot is, zullen ze speeltijd krijgen en dit is zeer gunstig voor hun persoonlijke ontwikkeling, hun vooruitgang, en voor het nationale team.” Heeft dit invloed op de kwaliteit van basketbal in Zwitserland? Hij denkt even na. “Het eerste seizoen, misschien, maar niet daarna, want de kwaliteit van de Zwitserse spelers is logischerwijs toegenomen. “En om toe te voegen:” De afgelopen twee of drie seizoenen waren de buitenlandse spelers, in grote meerderheid, niet persé beter dan de Zwitsers. Omdat er minder geld voor de clubs beschikbaar is, verklaart dit het.”

Hugo Harrewijn werd geboren op 3 juli 1948 in Straatsburg. Hij speelde voor Rotterdam Zuid van 1963 tot 1973, waarna hij verkaste naar het roemruchte Levi’s/Buitoni Flamingo’s, waar hij van 1973 tot 1977 speelde. In 1977 vertrok Hugo naar Frankrijk en tekende een contract bij Mulhouse Basket club waarmee hij in de periode van 1977 tot 1981, zowel in de Franse Pro-A als Pro-B actief was.

Hij nam met het Nederlandse team deel aan verschillende Europese kampioenschappen, en werd met het Nederlands team onder meer 10e op Eurobasket 1975 in Duitsland. Daarnaast was hij met het Nederlands team actief op de ‘pré olympische tournaments (POT)’ van Amsterdam in 1972 en in het Canadese Hamilton in 1976, waar het Nederlands team zich net niet wist te plaatsen voor de Olympische Spelen. Hugo kwam 136 keer in actie voor het Nederlandse team.

Hugo heeft het Nederlands jeugdteam gecoacht, daarnaast bouwde hij een imposante carrière op als coach in Zwitserland. Hij begon bij City Fribourg van 1981 tot 1982 om daarna het Zwitserse nationale team onder zijn hoede te nemen van 1982 tot en met1986. Na zijn periode als bondscoach van Zwitserland had Hugo Harrewijn van 1986 tot en met 1997 de Zwitserse clubs FR Olympic, Birsfelden, Champel Genève en Union Neuchâtel onder zijn hoede.

Daarnaast was hij coach bij Fribourg Handicap, een rolstoel team van 1996 tot en met 1997 en was hij coach en technisch manager van Versoix Basket en Collège du Léman ( U-14, U-16 en U-19) van 2009 tot 2012.

Maurice Smith: How Basketball Saved His Life Not Once, But Twice

Entering high school can be one of the most challenging times for individuals. You run into “problems” such as being included within a certain group of people, hoping you’ll have a date for the next school dance or making sure you get the new pair of Jordan’s that just went on sale. These “problems” in the moment and at that age can seem colossal. Eventually though, you realize how little they each mean in terms of fulfilling your purpose. For rising senior Maurice Smith, those realizations came much quicker than most.

“I was going into my tenth grade year at Mount Saint Joseph High School,” Smith told Prep Hoops. “It was in October when I found a lump on my chest. It was an annoying, itchy bump so on a Sunday night I showed my mother. The next morning she took me to the doctor. Once the doctor checked it out he sent me to the emergency room right away because it was abnormal. From there, I spent a whole week in the hospital. It took a week for them to do blood results and look over what they had found from when they did the surgery. When the results came back, it was positive for Non-Hodgkins lymphoma.”

Non-Hodgkins lymphoma is a cancer that starts in white blood cells called lymphocytes. Lymphocytes are a part of the body’s immune system. Non-Hodgkins lymphoma is the most common form of lymphoma, as the US sees more than 200,000 cases per year.

“I went into treatment right away,” Smith said. “By March (2016), I had beat it and my cancer was in remission. Because of the missed time, I repeated the tenth grade the following year, but the cancer came back. This time for treatment, I had to do both chemo and radiation. The first time around, I didn’t do any radiation treatment. So in March of 2017, I started back up with chemo treatment and by June of 2017 it was completely gone. Ever since, I’ve been in remission and building my stamina ever since then.”

A journey that can now be so quickly told, was devastating for Smith. At the age of 15, you aren’t supposed to have these problems. Being a kid and continuing to grow should be the only things on the agenda, or at least that’s how it should be. But for Smith, he learned at that young age that nobody is invisible and adversity will come at you at any given time.

“It was devastating because I felt like my ninth grade year was my best year playing basketball,” Smith continued, “I had a really good summer on the UA Circuit with Baltimore’s Finest. I just felt like my game was coming together and I was playing great around that time. Just to get that news was devastating.”

Smith had potential to be a very good player coming into high school. After getting adjusted at Mt. St. Joe, he made some noise on the UA Circuit and was priming for a big sophomore season. That was the plan until the cancer returned. Smith was faced with yet another life threatening challenge. What did he do? Stayed strong.

“I cried every once and while, but through everything I was positive. I never kept my head down and always kept a smile on my face. I never let anyone bring me down. That’s why I really think I beat it. When the majority of people get told they have cancer they pout and whine about it, but I was strong through it all and made sure to still do the things I loved to do. I didn’t let cancer beat me. It was tough, but I got through it with family support and everyone who supported me through my campaign.”

You could see the movement of “MaurStrong” happening around the Baltimore area. Whether it was on social media or even in local Pro-Am or men’s leagues, there was always attention being brought to Smith’s campaign.

When faced with these kinds of situations, usually people will grasp onto a specific quote, song or story that helps them get through each day of pain. For Smith, it wasn’t any of those three things. I boiled down to the one thing that he’s known his entire life.

“Basketball,” Smith said as a credit to helping him get through beating his cancer. That was it. Just basketball. I just wanted to get back on the court. I want to be the first person who beat cancer at a young age and play in the NBA. That’s just my goal for right now.”

So far in his young life, Smith has done exceedingly well checking off the goals he has had for himself. Many are quick to say that making it to the NBA is impossible, but those same people are the type to view beating cancer as an impossibility. Smith did it twice, so betting against him wouldn’t be the smartest of things to do.

However before he continues living out his goals of making it to the NBA, Smith must finish high school first. As he continues to have a strong spring/summer for Team BBC’s 17U Blue team, Smith will play out his senior season at New Town High School. The Titans return a number of key players that will make them a tough out in Baltimore County. Smith isn’t just looking to come in and play, he wants to unite with his teammates and take home every thing possible.

“I’m excited for my season at New Town,” Smith said. “I just want to get in there and help us win counties, win a state title and maybe even get player of the year.”

Robertson succesvol in het basketball en het zakenleven

Ryan Robertson (geboren op 2 oktober 1976 in Lawton, Oklahoma) werd geselecteerd door de Sacramento Kings in de 2e ronde (45e keuze) van de NBA Draft 1999. Hij speelde college basketball bij de Kansas University onder coach Roy Williams.

Robertson speelde ook vier jaar lang varsitybasketbal op de St. Charles West High School van 1991-1995. Tijdens zijn verblijf op St. Charles West haalde het basketbalteam voor het eerst de ‘Final Four” van de Missouri State Championship. Robertson leidde het team naar het State Championship in 1995.

Hij speelde één wedstrijd voor de Sacramento Kings tijdens het NBA-seizoen 1999-2000 en scoorde vijf punten. Later speelde hij professioneel basketball voor het ABA-team van Kansas City Knights tijdens het seizoen 2000-2001. Na één seizoen bij de Kansas City minor leagueteam, verhuisde hij vervolgens naar Europa om in de seizoenen 2001-04 in Nederland te spelen voor EiffelTowers Nijmegen. Hij beëindigde zijn professionele carrière als speler van Panellinios B.C. (Griekenland) en Cholet Basket (Frankrijk) tijdens het seizoen 2004-05.

De voormalig “Jayhawk” guard Ryan Robertson leek toen hij terugkeerde uit Europa meer op een marathonloper dan op een basketbalspeler. “Ik heb zoveel minuten in Nederland en Frankrijk gespeeld – circa 36 minuten per wedstrijd – dat ik toen veel ben afgevallen”, vertelde Robertson, 1,96 meter lang, 90 kilogram. “Alle Kansas-fans weten hoe moeilijk het voor mij is om aan te komen en op gewicht te blijven”, grapte Robertson, die van 1995 tot ’99 op KU speelde. Hij stond een seizoen op de geblesseerde reservelijst bij de Sacramento Kings van de NBA en het volgende seizoen bij de Kansas City Knights voordat hij naar het buitenland vertrok.

“Daar ben ik afgevallen,’ zei hij. “Elke minuut, elke wedstrijd spelen en drie uur per dag oefenen is iets wat ik niet had gedaan sinds ik KU verliet. Toen ik teruggekeerd was, probeerde ik te herstellen om weer wat aan te komen.”

“Toen we in 2005 terugkeerden naar Amerika, kreeg ik nog wel een aanbieding om het volgende seizoen in Italië te gaan spelen, maar op dat moment was ik ook aan het overwegen om te stoppen met het basketballen en een baan in de zakenwereld te zoeken”, vertelde Robinson.

“Ik was klaar,” zei Robertson. “Ik kwam op het punt dat ik klaar was om de volgende stap te nemen, iets anders te doen, dus dat is wat we deden.”

Ryan Robertson en zijn vrouw Andrea, wonen in St. Charles met hun drie kinderen – J.D., Kylie en Rex. Hij begon als Regional Marketing Director bij The Hartford in 2005 waarna hij vier jaar later vertrok naar Goldman-Sachs en de functie betrok van regionaal marketingdirecteur. Na acht jaar verliet hij Goldman-Sachs om bij FS Investments aan de slag te gaan als National Sales Manager.

Zijn vrouw, Andrea, vertelde Ryan tussen neus lippen door, won in 2009 de titel van “Mrs. Missouri America” gehouden in Branson. “Ik vertelde al mijn vrienden dat ik nu ‘Mr. Missouri’ was, ‘vertelde Robertson lachend.

Terug naar het basketball. Robertson, en zijn vrouw, Andrea, hebben genoten van hun drie jarig verblijf in Nederland. “Het was geweldig om weer de man te zijn waar iedereen afhankelijk van was”, zei Robertson, die bij Kansas University samen speelde met de latere NBA-spelers Paul Pierce, Raef LaFrentz, Scot Pollard en Jacque Vaughn. “Ik herinner me op de middelbare school (St. Charles, Mo., West High) dat ze zeiden: ‘Als Ryan goed speelt, winnen we. Als hij dat niet doet, verliezen we.’ Op de universiteit hadden we allemaal All-Americans op elke positie en als ik goed speelde en we wonnen, was ik blij, maar mijn spel bepaalde niet noodzakelijkerwijs de uitkomst van een wedstrijd zoals de inbreng van een Paul Pierce. Ik miste in die periode een beetje om de man te zijn waar iedereen afhankelijk van was.”

Ryan zegt dat hij een geweldige overzeese ervaring heeft gehad sinds zijn campagne in de NBA bij de Sacramento Kings (1999-00). “Het punt is, je moet echt willen basketballen”, zegt Robertson, “Als je eenmaal (naar het buitenland) gaat, is het leven niet zoals in de NBA. Het is een heel ander leven.”

Hij en Andrea, die wat modellenwerk deed tijdens het verblijf van de Robertsons in Europa, maakten gebruik van het feit dat ze jong en ondernemend waren in een nieuw land. “Basketbal was het belangrijkste, maar als je in Europa bent, wilde je ook zoveel mogelijk leuke dingen doen”, vertelde Robertson. ‘Andrea en ik zijn een aantal keren naar Parijs geweest. We zijn naar Rome gegaan en hebben het Vaticaan bezocht, ook zijn we naar Spanje en de Franse Alpen geweest.”

Hij was in Nederland ten tijde van de tragedie met het World Trade Center op 11 september. “We zaten midden in de training. De coach rende naar binnen en zei dat er iets in de VS was gebeurd. Alle Amerikanen waren vrij om naar huis te gaan en te zien wat er gebeurd was.” vertelde Ryan, “We hebben toe vijf dagen niet getraind omdat we alleen maar naar de TV hebben gekeken. “Toen het gebeurde, wist niemand of het voorbij was. Het was vreselijk genoeg. Toen het duidelijk was dat het hierbij bleef, besloten we te blijven. Hij is blij dat hij dat gedaan heeft.”

“We vonden het erg leuk”, zei Robertson over zijn ervaringen in Nederland. “Ik had alleen maar nachtmerrieachtige verhalen gehoord over spelen in het buitenland. Deze competitie was eersteklas. Iedereen sprak Engels, wat een groot pluspunt was.” Het enige negatieve was het weer. Het is net als Seattle. Het regent veel.”

Basketbal is groot, maar niet de belangrijkste sport in de stad. “De drukte is goed, maar het is nergens zoals spelen in het ‘Allen Fieldhouse’ met elke avond 16.000 fans”, zei Robertson. “De gymzalen waren luidruchtig, maar kleiner. Volgepakt zouden er 3.000 mensen in kunnen. Ze houden van atletiek en sport in Europa, maar basketbal is in Nederland waarschijnlijk de derde of vierde sport na voetbal en schaatsen.”

Mijn verblijf in Nijmegen zal ik altijd met veel warmte herinneren. Het was een geweldig team, allemaal spelers met verschillende achtergronden en de daarbij horende verhalen. We boekten mooie successen, met als hoogtepunten, het winnen van de Nederlands Titel en de Nederlandse Beker, daarnaast speelden we een groot aantal wedstrijden in Europa voor de Champions Cup en ULEB Cup .

“Hij was terug in het ‘Allen Fieldhouse’ voor de Roundball Classic. Waar Ryan voor het eerst in tijden een wedstrijd zou spelen voor een goed doel.”

Over zijn optreden in de Roundball Classic, in één van de best bezette McDonald’s All-America-games aller tijden, waarin hij één drietje raak schoot, vertelde Robertson: “Ik word oud. Er waren daar veel jongere jongens. Het was leuk. We hebben een goede show neergezet, dacht ik, en een mooi bedrag ingezameld (voor twee jongeren met kanker).” Er waren veel geweldige spelers in die wedstrijd”, zegt Robertson. “Je had Kevin Garnett, Paul Pierce, Chauncey Billups, Stephon Marbury, Antoine Jamison, Vince Carter,‘ Tractor ’Traylor … ik mis enkele anderen.

“De cirkel is nu rond”, zegt Robertson.