Zigeuners in de sport

Het zijn de zigeuners van de sport. Boomlange, donkere atleten, steengoede spelers, toch niet goed genoeg in eigen land, waar basketbal een cultuur is en de vedetten hun kunsten vertonen voor een salaris met zeven cijfers voor de komma. Te klein voor tafellaken, in de States wacht hen werkloosheid; te groot voor servet, daarom zwerven ze uit over Europa. Waar zij na het omrekenen in dollars van hen onbekende valuta in onbekende landen met onbekende mensen en onbekende clubs, beseffen dat zij zo hun hobby nog altijd winstgevend kunnen maken. Kunnen, want wanneer New York onder je verdwijnt en Europa opdoemt begint een veelal hol leven, dat bestaat uit een beetje basketball, veel verveling en een hoop toeval. Bed en bar bieden op den duur soelaas. Zolang je bevalt, zolang je coach tevreden is, het publiek je accepteert, en heel belangrijk jouw club een sponsor heeft, is er weinig aan de hand. Maar uitgezonderd een enkeling, zit niet één Amerikaan langer dan twee jaar in één omgeving, die toch al niet de zijne is en waar ’t enige houvast een basketball is.

Sinds Theo Kinsbergen met Kinzo liet zien dat ook een sportman een stuk gereedschap is, dat je heel simpel met veel geld veel Amerikanen en veel publiciteit kon kopen, is het basketball in Nederland door sponsors veroverd die in recordtijd hun slag willen slaan, en daarbij niet buiten ‘de Amerikanen’ kunnen. Want met de vaderlandse kwaliteit is het wat dat betreft gesteld als ‘vin du table’ naast ‘chateauneuf du pape.’ Al was Kinsbergen zo slim ze zelf te halen. Marionneaux, Wells, Washington, Downey, Lawrence, Moore, de naam doet er niet toe, als het publiek de ‘levende waar’ van de sponsor maar goedkeurt. Zo simpel werkt die formule. Voor de sponsor dan wel te verstaan. De persoon in kwestie, de sport zigeuner, telt niet. Naar hem wordt niet gekeken. De held van vandaag, is de prutser van morgen. Win je, dan blijf je. Verlies je, dan is daar de deur.

down

Dave Downey

In nagenoeg heel West-Europa heeft elke club in de hoogste afdeling twee of meer Amerikanen in huis. Vreemden voor elkaar in de Verenigde Staten, maar die samen klitten in den vreemde. Of niet langer kunnen omgaan met de luxe van het geld en de armoe van de geest en ontsporen. Torn Barker was bij landskampioen Nashua Den Bosch de held, tot dat hij enkele keren niet kwam opdagen en thuis in ‘bedenkelijke toestand’ werd aangetroffen. Bestuur noch mede spelers wensten zich anders uit te drukken, maar op de tribunes gonsde het nog wel quasi vrolijk van ‘Zo stoned als een garnaal’. In diepere achtergronden van de in één zucht afgedankte held is niemand geïnteresseerd. Verveling in den vreemde, nou en? De zigeuners van de sport zwerven toch wel verder. De geldbuidel rammelt, de makelaar hangt aan de telefoon, de volgende speler staat gereed.

De Nederlandse eredivisieclub die zich het langste tegen het gebruik van huurlingen heeft verzet speelt in Amsterdam. Toen Black Velvet Canadians nog Delta Lloyd heette en basketball in de vertrouwde Apollohal speelde waar tribunes warmte uitstraalden, was de iele springveer Dave Downey de held van de supporters.

moore

Jimmy Moore

Mindere prestaties en zijn regelmatig in ‘afwezige toestand’ aanwezig zijn, leidden ertoe, dat Downey kon gaan. The Kid van Kentucky pikte nadien vette druppels mee van Parker In Leiden, hing vervolgens rond bij Hatrans in Haaksbergen en keerde dit jaar weer vrolijk terug in Amsterdam, waar hij, met een andere nieuwkomer Jimmy Moore, nu de degradant van 1983 tot play off-klant van 1984 moet maken. Zelfs het tot dan maagdelijke Canadians van peetvader Bram Brakel speelt nu -zij het bescheiden- het pokerspel waarvan de Amsterdammers altijd de grote jongens Den Bosch en Leiden betichtte.

Downey (27) houdt van Amsterdam, „Daar kan ik mijn geld uitgeven”, maar weet nu al dat die ‘fantastic town’ nooit zal tippen aan de metropolen in zijn vaderland waarnaar hij elk jaar nadrukkelijker hunkert. Maar voorlopig is hier de zekerheid van geld, en van basketbal. Downey en Moore hebben drie maanden het flatje gedeeld van de club aan de Oud-Diemerlaan, de étage waar Delta Lloyd Hank Smith ooit liet logeren. Downey zit nu verstopt bij zijn vriendin in Uilenstede, Moore heeft tenminste weer het rijk voor zich alleen, al is Diemen dan geen Mississippi.

Jimmy Moore (31) weet zijn plaats. Is tevreden, en voelt zich niet de zwerver van de States die in Europa met de sport de ‘struggle for life’ is aangegaan. Als knaap van 22 werd hij door een New Yorkse agent van de lijst geplukt en op de kaart van Europa vastgeprikt in het stipje Enschede. Het begin van ook een zwerftocht. Arke Reizen, twee seizoenen. Mulhouse (Frankrijk), twee seizoenen. Frisol Delft, twee seizoenen. Donar Groningen, twee seizoenen. Black Velvet Canadians, eerste seizoen. En zoals voorzitter Brakel gekscherend opmerkte „Dus bestaat de club nog een jaar. Want Arke-, Frisol- en Donar-na-Moore hebben nooit meer bestaan”.

Moore kent het Leidseplein, maar heeft de zelfdiscipline om voortdurend te beseffen waarvoor hij in Europa is, al valt dat in deze tijd niet licht. „Christmas is for me one long telephone-call”, zucht Moore niet zonder emotie, ‘Kerstmis vier ik per telefoon. Moore komt uit een groot gezin (5 broers, 3 zussen) met een hechte band. Hier, in de omgeving die niet de zijne is, beseft Moore terdege: „Het leven van mijn vrienden gaat door, waar ik het heb afgesneden. Ik leef in twee werelden, negen maanden voor mijn werk in Holland, drie maanden vakantie in mijn eigen land. Ik heb hier heus vrienden, vooral buiten de sport. Want als ik het veld afstap, wil ik over iets anders praten dan over basketbal. Veel collega’s hangen hier rond, verspillen kostbare tijd van dat ene leven wat we hebben gekregen”. Naast de competitiewedstrijd, traint Moore per week vier avonden, geeft op Amsterdamse scholen twee clinics per week, maar zet zich de rest van zijn tijd af tegen zijn sport. Duikt diep in boeken, studeert voor sportleraar. „Ik heb mijn eerste graad. Ik ben bezig voor mijn tweede, want als ik stop met spelen, begint mijn leven als basketballer weer helemaal opnieuw. Maar dan als coach van een Amerikaans team. Ik beschouw mijn sport als mijn werk. En dat doe ik tijdelijk hier. In Amerika heb Ik één keer een avontuur als prof geprobeerd, bullshit, nooit meer. Ik heb me meteen opgegeven voor Europa. Het bevalt me hier best, maar ik ben hier geaccepteerd als basketballer, zo kennen ze me. Of ze me als mens accepteren ….. nee, op die vraag kan ik geen eerlijk antwoord geven…”

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s