Jimmy Dijkstra, “Friese Amerikaan in Groningen”

Een tweede verhaal uit Vervlogen tijden II over de periode 1975 – 1990:

Jimmy Dijkstra, “Friese Amerikaan in Groningen”

Twee dagen na de nederlaag tegen het in de eredivisie basketbal toch matig opererende Arke Reizen Enschede baalt Jimmy Dijkstra nog best. In het kantoor van werkgever Nationale Nederlanden op de Groninger Grote Markt kijkt hij wat sip voor zich uit en veert alleen op als hij hoort dat Sperry Remington in Den Bosch het aan de broek heeft gehad van Pioneer Punch.

Jimmy Dijkstra zou in plaats van Nederlandse Amerikaan beter kunnen worden betiteld als Friese Amerikaan. De vader van Jimmy is namelijk geboren in Leeuwarden en op ongeveer 15-jarige leeftijd met zijn ouders naar Amerika geëmigreerd. “Waarom ze precies emigreerden”, vertelt Jimmy in knauwerig Amerikaans, is mij nooit duidelijk geworden. “Mijn vader is met een Amerikaanse vrouw getrouwd en thuis werd zelden of nooit over Nederland gesproken. Ik geloof dat de reden van emigratie iets te maken had met moeilijkheden die mijn grootvader, bezitter van een taxibedrijf, met de autoriteiten had. Het fijne weet ik daar niet van af.”

Jimmy groeide op in Californië en speelde basketbal op Santa Barbara City College. Middenin het vorige basketbalseizoen bleek zijn Nederlandse nationaliteit plotseling van belang te zijn. Ron Mulder, de toenmalige coach van Donar ontdekte dat zijn ex-pupil over een Nederlands paspoort beschikte en inviteerde hem naar Nederland. Ron vroeg mij of ik zin had in Nederland te komen ballen, en omdat ik toch niets om handen had ben ik gekomen. Jimmy speelde vorig seizoen niet veel, de competitie was al halverwege en bovendien hield een lastige knieblessure hem lang aan de kant. In de pas begonnen competitie behoort hij tot het basis vijftal van nieuwe coach Bob Kloppenburg.

“Nederland lokte mij wel. Mijn vader is hier geboren en bovendien is Nederland qua gewoonten veel identieker aan Amerika dan bijvoorbeeld een land als Spanje of Italië”. De aanpassing aan de Nederlandse samenleving is dan ook vrij vlot verlopen.

Verveling

Het grootste probleem voor Jimmy is waarschijnlijk de verveling: Mijn enige baan is trainen en spelen. Overdag slaap ik lang uit en winkel wat. Daarnaast moet ik eens per veertien dagen aan scholen van het voortgezet onderwijs basketbal geven in sporthal Vinkhuizen en geef ik soms een demonstratie voor verenigingen of in nieuwe sportzalen. Ik verveel me hier echt overdag”. De zomermaanden heeft Jimmy Dijkstra dan ook benut om terug te gaan naar zijn familie in Amerika. Ik was blij dat ik weer een tijdje in Amerika kon zijn. Financieel was ik daartoe overigens wel verplicht, omdat Donar slechts acht van de twaalf maanden in mijn levensonderhoud voorziet.”

Een eventuele invitatie voor het Nederlandse team zou Jimmy om dezelfde reden waarschijnlijk afwijzen. “Ik wil in de zomer terug naar Amerika, terwijl het Nederlands team juist in de zomermaanden de meeste interlands speelt. Een principieel bezwaar tegen het spelen voor Nederland heb ik niet. Ik bezit een Nederlands paspoort en ben daarom gerechtigd in het vertegenwoordigende team uit te komen, ook al ben ik in Amerika geboren en spreek ik geen woord Nederlands.”

Mocht Jimmy Dijkstra ooit toch het oranje tricot aantrekken dan zou een situatie kunnen ontstaan als enige tijd geleden tijdens het spelen van het volkslied voorafgaande aan een interland. Nederlandse Amerikaan Danny Cramer luisterde aandachtig naar het spelen van het volkslied en hoorde pas achteraf van zijn ploegmakkers dat de organisatoren per ongeluk de B-kant van de plaat draaiden.

Veel van Nederland heeft Jimmy nog niet gezien. “Alleen als we een uitwedstrijd moeten spelen kom ik buiten Groningen. Daarnaast ben ik een keer met mijn oom, die in Grouw woont, naar Leeuwarden geweest en samen met Pete Miller en Hille van der Kooy (afkomstig van het Sneeker Menhir en momenteel spelend bij Celeritas ult Groningen) zijn we een paar keer wezen toeren.” Ik houd niet van reizen en ben helemaal niet geïnteresseerd in het bekijken van oude gebouwen of het bezoeken van musea. “Toen we aan het begin van dit seizoen in Berlijn waren voor het spelen van een aantal oefenwedstrijden, hebben de meesten een bezoek gebracht aan Oost-Berlijn. Ook toen ben ik niet mee geweest.” Het zal dan ook wel duidelijk zijn dat Jimmy Dijkstra niet net als vele basketballers uit Amerika in Nederland is gaan spelen om tegelijk wat van Europa te kunnen zien. “Misschien ga ik nog een keer naar Londen of Parijs. Ik weet het niet, zelfs in Amerika heb ik nog maar erg weinig gezien.”

Amerikaans spektakel

Jimmy is naar Nederland gekomen om te basketballen en logischerwijs gaat praten over basketbal hem gemakkelijk af. “Het gaat goed met het basketbal in Nederland. Het niveau is in vergelijking met vorig seizoen weer aanmerkelijk gestegen.” Grotendeels bepalend voor die niveaustijging is natuurlijk de komst van een hele schare basketballers uit Amerika: “De Amerikanen zorgen in de competitie voor het spektakel, om dat elk team twee Amerikanen en soms ook nog Nederlandse Amerikanen heeft, komen de Nederlandse spelers moeilijk aan bod. Door hard te trainen zullen echter ook de Nederlanders ons niveau kunnen halen. Van belang is echter dat de Nederlandse speler zijn „fundamentals” (basistechnieken) veel beter zal moeten beheersen. Daarom moet je beginnen bij de jeugd. Zet er een goede coach voor en je bereikt resultaten. De situatie is nu helaas dat alle goede coaches in de ere of eerste divisie zitten en de jeugd opgescheept zit met goedwillende pubers, als trainer-coach.”

Van landskampioen Kinzo verwacht Jimmy dit jaar erg veel. Ze hebben de beste Amerikaan in Joe Wallace en de beste Nederlandse Amerikaan in Al Faber. Naast deze spelers loopt er nog meer klasse in de personen van Wells (ex NBA prof), Fopma, Pluim, Cramer, Kip en Kruidhof. Ze worden zeker Nederlands kampioen en komen in de Europacup erg ver. Ik heb niet erg veel inzicht in het Europese basketbal, maar zoals Kinzo speelde tegen Maccabi Tel Aviv tijdens het Nationale Nederlanden toernooi in september lijken ze mij bijna niet te kloppen. De tegenstander moet Kinzo echter wel inspireren, want tegen Leverkusen (de Duitse kampioen, maar Europees gezien middelmatig) werd tijdens hetzelfde toernooi erg slecht gespeeld.

Ondanks een slechte competitiestart voorspelt Jimmy Donar een plaats bij de eerste vier. Onze coach van vorig jaar, Ron Mulder, propageerde aanvallend basketbal. Bob Kloppenburg is zijn tegenpool en adoreert defensief spel. Dat gaat nu nog ten koste van onze eigen aanval. In de loop van de competitie wordt onze aanval wel beter. We hebben klasse genoeg met Madkins, Miller, Zwiers en Zeilstra. Bovendien hebben we de pech al in de eerste wedstrijden Punch en Kinzo te ontmoeten. Ben je nog niet helemaal in vorm dan verlies je gegarandeerd van die teams.” Over de scheidsrechters wil Jimmy niet veel zeggen. “Er zijn prima fluiters, middelmatige en een heel stel slechte”. Over Piet Leegwater, algemeen beschouwd als een van Nederlands beste basketbalscheidsrechters en onder andere scheidsrechter in de Olympische finale Amerika-Joegoslavië, merkt Jimmv op: “Als hij Amerika-Joegoslavië of bijvoorbeeld Kinzo- Remington fluit, is hij goed. Fluit hij een wedstrijd tussen twee zwakkere teams, dan fluit hij erg ongeconcentreerd. Persoonlijk vind Ik Frank Blom de beste Nederlandse scheidsrechter.”

Als even later het onderwerp sponsoring ter sprake komt, ontlokt dat Jimmy de volgende reactie: “Ze zeggen dat Kinzo het kampioenschap heeft gekocht. Dat klopt, maar het had ook de durf om geld te investeren.” De kans dat het basketbal in Nederland instort door het verdwijnen van sponsors acht Jimmy Dijkstra erg klein: “Een bedrijf krijgt door middel van sponsoring een prachtig stuk reclame. Al met al neemt dat natuurlijk niet weg, dat de clubs wel zullen moeten streven naar een situatie waarin zonder hulp van een sponsor kan worden gedraaid.”

Zondag saai

Het gesprek loopt dan tegen zijn einde. Jimmy vertelt nog dat hij de steen bij Warns heeft gezien en het onbegrijpelijk vindt dat de slag tussen Friezen en Hollanders daar nog ieder jaar wordt herdacht, als Kees Akerboom op schot is, beschouwt Jimmy hem als Nederlands beste basketballer, terwijl hij de zondag betitelt als de allersaaiste dag in Nederland omdat er dan helemaal niets te beleven is. We nemen afscheid met een „tot ziens”, waar hij nog aan toevoegt:”Ik ga maar weer eens winkelen.”

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s