Geen voetbal, geen korfbal maar wel… basketbal – uit maart 1942

Leuk stukje uit het dagblad “Het Volk” uit maart 1942, over hoe er naar het basketball toen werd gekeken.

Geen voetbal, geen korfbal maar wel… basketbal. Een pittig en snel zaalspel. Turners, athleten en korfballers spelen het

AMSTERDAM, 15 Maart. — Twee ploegen van vijf man zijn in actie. En hoe! Het is heus geen salonspelletje, dat die knapen daar spelen. Geen moment staan ze stil. Ze rennen maar als het niet is om de bal op te brengen, dan toch om in zo’n positie te komen, dat een clubgenoot hen in het spel zal kunnen betrekken.

Een zo felle strijd in een zo sportloos tijdperk! Hoe is dat mogelijk? De oplossing is verre van ingewikkeld. Er wordt hier niet gestreden op een glibberig stukje polder, die vijftallen spelen maar in een grote gymnastiekzaal met een vloerbedekking van soliede zeil.

Maar toch, het blijft merkwaardig om twee clubs elkaar te zien bestrijden op een moment, dat je alleen nog maar vage herinneringen hebt aan duels op Noorse schaatsen, Elfstedenvreugde en gevolgen. Merkwaardigheid nummer twee is, dat dit zaalspel helemaal niet alledaags is. Je denkt, dat je het kent, maar bij nadere beschouwing is het toch weer heel anders dan rugby, heel anders dan korfbal ook.

Men zou het misschien als een mengsel van die twee kunnen beschouwen.

Dat zijn zo de eerste indrukken, die basketbal maken op den toeschouwer, die sinds de schaatsenrijderij verstoken moest blijven van alle wedstrijdsport.

Snel spel

Snel en vermoeiend is basketbal, want slechts zeer zelden wordt het onderbroken. Zelfs wanneer er is gescoord, wordt er niet voor een opgooi gestopt. Wie het eerst de bal pakken heeft, gaat gewoon verder, zodat het kan gebeuren dat eenzelfde speler in een paar seconden tweemaal doelpunt. Vooral de korfballers zijn enthousiaste basketbalspelers. Zij beseffen dat dit spel een uitstekende training is. Tal van bekende Amsterdamse twaalftallen nemen deel aan de competitie in het A.M.VJ.-gebouw, maar dan gesplitst, want gemengd spel kent men hier niet. En naast die korfbalclubs — zoals Blauw Wit, D.E.D., RODA, Allen Weerbaar en Archipel — zijn er ook specifieke basketbalclubs, bij voorbeeld A.M.V.J. en de Lakonians.

En dan zijn er de turners van Simson, die hier spelen, de honkballers van Quick en de athleten van AA.C, die hier bekend staan onder de naam van de Blauwpijpers. De middenafstandsloper Sjabbe Bouman, de beroemde Brasser en de lange afstand-man Bakker zijn vaste bezoekers van de basketbalzaal.

En nu we het toch over kampioenen hebben: de beste tafeltennisser van Nederland, Cor du Buy, speelt er ook regelmatig in de ploeg van de O.O.H.S.

AI die sportclubs beschouwen basketbal als een appetijtelijke „bijvoeding”, een pittig spel, waarbij alle spieren van romp, armen en benen een half uurtje danig in actie moeten komen.

Laten wij niet verder uitwijden over de goede eigenschappen! De spelers kennen die toch wel en…… nieuwe beoefenaars kan men momenteel niet gebruiken in het A.M.V.J.-gebouw; Door speeltijdgebrek krijgen de basketbal-candidaten hier voorlopig geen kans …

Uit Dagblad Het Volk, maart 1942