Hilda Draak: Venus van Europese basketbalsters

Leuk stukje gevonden in de Telegraaf van 14-07-1959

Hilda Draak: Venus van Europese basketbalsters 

„Linkse” veel belangrijker dan schoonheid

MISS BASKETBAL of niet. Het vaderlandse basketbal mag dan kwalitatief nog ver verwijderd zijn van de internationale topklasse — al is de achtste plaats van ons damesteam bij de Europese kampioenschappen in Bulgarije beslist geen slecht resultaat — het doet mij bijzonder veel genoegen u te confronteren met de Haarlemse HiIda Draak (18), die tot de twee bevalligste speelsters van Europa behoort, aldus hebben mijn Bulgaarse collega’s hun lezers laten weten Wie de „allerknapste” is schijnt geen uitgemaakte zaak te zijn. Daarvoor komt naast Hilda ook nog een Tsjechische schone in aanmerking.

Maar omdat de juiste naam, het adres en de woonplaats van de Slowaakse mij ontbreken, ben ik deze week maar eens naar de Haarlemse …… straat gestapt. Daar vond ik in de gezellig ingerichte huiskamer de „Venus van het Noorden”, De „Pin Up van Holland” of hoe mijn Bulgaarse collega’s haar ook mogen noemen, tussen haar zojuist verworven trofeeën. Spoedig bleek mij dat het niet haar schoonheid is, die Hilda het meeste interesseert. Neen, dit sportmeisje, voor wie modehuizen als Dior en Schiaparelli zich niet zouden behoeven te schamen, denkt alleen maar aan het opvoeren van haar eigen spelpeil. ..Natuurlijk,” zo zegt ze, „is het reuze fijn dat Europa’s meest geroemde coach Robert Busnel vol lof over mijn speelwijze was. Hij noemde mijn linkshandige pivotschot een meesterwerk, maar zelf ben ik nog wel kritisch genoeg om te beseffen. dat ik met die linkse alleen geen all-round-speelster ben. Daarom zal ik blijven doorzetten. Trainen, trainen en nog eens trainen, want dit eerste reisje met de Nederlandse ploeg is mij uitstekend bevallen.” Hilda werd twee jaar geleden ook reeds voor onze nationale basketbal formatie geselecteerd om in het Poolse Lodz aan de Europese titelstrijd te gaan deelnemen, maar toen zat een eindexamen haar dwars en moest zij van de trip af zien. Gelukkig voor haar — en voor mijn Bulgaarse collega’s  — werd Hilda ditmaal opnieuw verkozen.

Overigens is de Haarlemse, die haar dagelijkse taak op een grote bankinstelling in de Spaarnestad vindt, haar sportloopbaan als zovele meisjes in het water begonnen. Hoewel ze een aardige verzameling bekers en medailles bijeen zwom, trok het spel rond de baskets haar meer. Zelf zegt ze hierover: “lk hou nogal van grapjes maken, maar als ik dat bij het zwemmen deed kreeg ik altijd zo’n hap afschuwelijk chloorwater binnen en daar heb ik bij het basketballen geen last van.”

Haar Amsterdamse vereniging AGON gunt haar die grapjes, zelfs tijdens een belangrijke competitiewedstrijd, want Hilda is de laatste jaren uitgegroeid tot een onmisbare aanvalskracht In dit sterke. damesteam.

In 1957 ook al financiële perikelen bij de NBB

Doordat ik wat aan het graven ben in de Nederlandse dagblad archieven over het Nederlandse basketball, kwam ik dit stukje tegen in Dagblad ‘De Waarheid’ uit het jaar 1957

Basketbal Bond leeft op crediet… Internationaal verder achterop
(Door Jan Weenink)

Het was geen opgewekte vergadering van — pak weg — 6 uur, welke de Nederlandse Basketbal Bond zaterdagmiddag en -avond in Amsterdam hield. We konden daar, voorzover we dat althans nog niet wisten, vernemen dat we internationaal achterop raken, dat de bondspenningmeester persoonlijk met enkele bondsleiders moet bijspringen en de NBB op crediet leeft.. We vernamen nog veel meer. Onder andere, dat een tekort aan zaalruimte het aantal leden deed dalen inplaats van stijgen. Dat een basketballer met 46 gulden per jaar (ongeveer 90 cent per week) heel wat voor zijn sport moet overhebben om die te kunnen beoefenen. Voorts dat door de moeilijke omstandigheden, waarin de Nederlandse amateursport zich bevindt, de contributie voor basketbal eigenlijk nog verhoogd zou moeten worden, maar dat de leden — en terecht! — dat laatste niet meer willen accepteren. Dus de begroting hebben verworpen.

Nog minder internationaal contact?
“Dat was het eind van deze vergadering, die nog een vervolgvergadering gaat krijgen: een verworpen begroting, omdat de vergadering van oordeel was, dat er een grens is aan de financiële opofferingen van de leden. Er werd een speciale commissie gekozen. Die gaat de penningmeester helpen bij het zoeken naar een oplossing voor het begrotingstekort van duizend gulden. Deze commissie gaat desnoods voorstellen, om in uiterste nood dan maar het bondsorgaan op te heffen, te bezuinigen op het bondsbureau en op het internationale contact. ‘
Dit internationale contact Is echter al uiterst gering, gezien de financiële middelen die de NBB ontbreken. We speelden met onze dames alleen tegen België en met onze heren slechts tegen België en Luxemburg. Overdadig Internationaal contact mag dit dus niet heten. Nederland verloor al die wedstrijden. Dus zelfs van Luxemburg, maar als men dan ook weet, dat op zeker ogenblik de training stopgezet werd, omdat dit financieel beter uitkwam! dan zijn zulke slechte resultaten ook geen wonder. We konden evenmin inschrijven voor de Europese kampioenschappen te Sofia.

Kronkelredenering voorzitter
Het aantal leden liep terug. Als gevolg van tekort aan zaalruimte heet het. En te grote financiële offers, zouden we er meteen aan willen toevoegen.
Een van de afgevaardigden wees er op, dat wij met onze jeugd tot 18 jaar zeldzaam goed voor de dag kunnen komen, maar als die jongeren 19 en 20 jaar worden, staat de ontwikkeling meteen stil. Zouden daar de militaire dienst en de gebrekkige training wegens tekort aan financiën niets mee van doen hebben? … Uiterst merkwaardig in deze vergadering was wel, dat voorzitter Schmüll verklaarde, het eens te zijn met het in het Bondsorgaan, tegen de overheid gerichte artikel van secretaris Storm, maar dan vervolgende, kwam diezelfde voorzitter Schmüll tot de „stelling”, dat de Nederlandse sport te lang „in een gewatteerde wieg had gelegen” en het rekenen op overheidssteun gevaarlijk is. Hoe de voorzitter van de NBB het eens kan zijn met dat artikel tegen het „subsidiebeleid” van de overheid (in bedoeld geval het beleid van B en W van Amsterdam) en tegelijk kan verklaren, dat de leden zelf beter offers kunnen brengen dan op subsidies te rekenen, is ons niet duidelijk. Op zijn zachtst gezegd, een vreemde redenering!

Voorwaarden minister…
Derhalve het feit van de niet gewilde contributie-verhoging door de leden, is er de kans, dat het District Amsterdam zijn aandeel in de
kosten van het Bondsbureau niet zal kunnen betalen als het Gemeentebestuur van Amsterdam zijn voornemen uitvoert om de zaalsporten minder subsidie te geven. Daarmee zou de begroting van de NBB volkomen op losse schroeven komen te staan.
Van minister Cals’ departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen hoopt de NBB de vorstelijke subsidie van 7500 gulden te krijgen. Aan zulk een subsidie worden dan nog voorwaarden verbonden.
Nog los van het feit, dat in bonden als deze basketbalbond, waar enkele functionarissen uit eigen zak bijbetalen, en welke bond op crediet moet „leven”, heus geen verkeerde dingen van een eventuele subsidie worden betaald, is het een dwaasheid dat een overheidsinstelling aan een krenterige subsidie voorwaarden verbindt. Om dan enkelen zijner topfunctionarissen hun tijd te laten verdoen met overlegde stukken van de bonden.
De Basketbal Bond zit nu in elk geval zonder kassaldo, zonder begroting en zelfs na 2 oktober nog zonder competitie. Die moest wegens al deze moeilijkheden namelijk worden opgeschoven tot 13 oktober. Is dit laatste dan nog een kwestie van uitstel, met de wedstrijd tegen Zwitserland werd het dit jaar „afstel”, omdat het geld er niet voor was.

Basketbalbond maakte het scheidsrechter Van Laar onmogelijk

Een leuk stukje uit het Dagblad ‘De Waarheid’ van 03-12-1953 …. De NBB ten voeten uit …. toen en nu rijden ze blijkbaar nog steeds vaak een scheve schaats (moreel oordeel)

Basketbalbond maakte het scheidsrechter Van Laar onmogelijk

Het bestuur van de Basketbal Bond heeft een vreemde beslissing genomen, door het Chris van Laar onmogelijk te maken de wedstrijd België—Frankrijk te leiden, die afgelopen zaterdag te Brussel werd gespeeld. De voorgeschreven vergoeding (S fr. 65,—, ongeveer ƒ
55,—) mocht namelijk niet aan de Nederlandse arbiter worden uitbetaald.

Deze vergoeding is men verplicht te betalen, naast de vergoeding voor reis en verblijfkosten. Dit is een voorschrift van de Internationale Bond (FIBA), waarvan ook België en Nederland lid zijn. Zeer terecht gaven de Belgen hun misnoegen te kennen en gaven op, dat zij de reglementen van de FIBA wensten te handhaven. De NBB bleef op zijn
stuk staan en het gevolg was, dat de Belgen Van Laar niet meer nodig hadden en een Italiaan aanzochten. Voor de Nederlandse scheidsrechters een slag in het gelaat en in het bijzonder voor de uitstekende arbiter Van Laar. De ontstemming in basketbalkringen is dan
ook zeer groot. Welk motief de NBB heeft, de reglementen van de FIBA te negeren, kunnen wij slechts gissen. We vermoeden:

1. De amateurstatus van de bond strak te houden.

2. Zelf ook niet bij interlands de S fr. 65,— per arbiter te moeten betalen.

Punt 1 is natuurlijk ver gezocht en punt 2 is zeer laakbaar, daar men toch niet altijd de „goedkope” scheidsrechters uit Luxemburg kan laten komen. Het laatste woord is hierover zeker nog niet gesproken.

Gerrit Kok: Een “STERKE ARM” onder het bord

Eigenlijk is het raar dat zijn naam nooit genoemd wordt in de lijst van beste spelers van Nederland. Ger(rit) Kok was de eerste Nederlandse basketball speler die een prof contract tekende en als eerste Nederlander in het buitenland actief was. In 1967 werd hij de best betaalde speler in de Belgische competitie, hij verdiende dus meer dan de Amerikanen en de Oost Europeanen die daar speelden. Bij Standard Luik speelde hij samen met de befaamde maar helaas te vroeg overleden (auto ongeluk in 1969) Joegoslaaf Radivoj Korác.

In 2012 had ik al een verhaal geschreven over het basketball leven van Ger(rit) Kok. Dit stukje gaat over – naar later blijkt – zijn laatste seizoen in de Nederlandse eredivisie. Na dat seizoen vertrok Kok naar België, waar hij een prof contract tekende bij Racing White Brussel.

Jeugdige Amsterdammer ontwikkelde zich tot een van de beste basketballspelers van Europa 

Per wedstrijd vijfentwintig treffers. “Hij wordt te dik, te log, zijn benen worden te zwaar”, voorspelden sombere Nederlandse basketballfans een tijd geleden. “En je eindexamen haal je ook niet”, beweerden verontruste leraren van het Ir. Lely Lyceum.

Beheerst staat hij op de bal te wachten. Even een verkennende blik over de schouder, dan een draaikolk van kort en snel voetenwerk, waarin zijn directe tegenstander wordt weggezogen, en aansluitend verheft hij zich als een adelaar om de bal in de ring te lepelen. Dit is één van de vele manieren, waarop het basketballtalent  Gerrit Kok zijn fascinerende serie punten boetseert. Een volgende keer springt hij loodrecht omhoog of hij bijt zich verbeten vast in een groep springende spelers om de bal even dat tikje te geven, dat voldoende is voor twee punten.

“Hij is een allround speler zonder weerga”, zegt Robert Busnel, de Franse „basketballpaus” van hem. “Eén der beste spelers van Europa”, vindt de nationale coach van Frankrijk, André Buffière. “Een raspaard”, stelt de Belgische coach Guy van den Broeck likkebaardend vast.

Hier zal hij de bal, die bijna in handen is van de Duitse internationaal Weinand, in het net wippen. Een foto uit de interland Nederland-Duitsland.

Kok liet ze pralen. Schijnbaar zonder moeite, scoorde hij zijn punten, distribueerde hij zijn striemende passes en haalde hij zijn examen. Niks te dik, niks te log, niks te zwaar. Kok is uitgegroeid tot een harmonisch gebouwde atleet van 1.97 meter en 97 kg, goed getraind, met een nuchtere kijk op het spel, die zich nimmer hoeft te forceren. “Hij heeft klasse”. Kok is geen mysticus, geen basketball-troubadour; hij speelt koelbloedig, efficiënt, kortom goed. Om de hoogste top van de technische volmaaktheid te bereiken is het noodzakelijk, dat een speler heel jong met basketball begint. Dit is niet zo maar een uitspraak van een dagbladmedewerker met de wijsheid in pacht, doch de conclusie van een Joegoslavisch onderzoek bij de beste basketballers ter wereld over een periode van zon vijftien jaren.

Die conclusie kunnen we ook in ons landje verifiëren. Er zijn voorbeelden genoeg (Jan Driehuis, Ton Boot, Jan Schappert, Kees Smit). Gerrit Kok is de bevestiging van de stelling, getuige zijn carrière, die op zijn tiende jaar al begon in een schoolteam, op zijn veertiende gestalte begon te krijgen als invaller bij Landlust op een sterk internationaal kersttoernooi in Amsterdam en zijn allures kreeg op zijn zestiende jaar. Hij werd toen opgenomen in het eerste team van Landlust en direct daarna in de selectiegroep van het Nederlands team. Zijn ster is opmerkelijk snel gestegen sindsdien. De jonge, trage en nog wat ongecoördineerde knaap debuteerde al als zeventien-jarige in februari 1961 in Gent tegen België en niet onbevredigend”, volgens de bondsredacteur Perels. Twee maanden later schreef de coach van Argus, Van der Heyden, over hem naar aanleiding van zijn tweede interlandwedstrijd (tegen Duitsland): „Nederland had een pivot, een moderne pivot: Kok. En een moderne pivot hebben we nog nooit gehad”.

Op de Europese kampioenschappen 1961 in Belgrado (april) brak het talent Kok door. Hij bleek de „sterke arm” onder de borden; de Roemeense en. Franse topspelers moesten ernstig met hem rekening houden. Achttien jaar!! In onze lofzangen houden we de adem even in: deze speler is pas achttien jaar! Men moet even wennen aan de voor de hand liggende veronderstelling, dat Kok sinds kort aan zijn basketballcarrière is begonnen. Men weet nooit wat de toekomst brengt. Slechts de wetenschap, dat Kok in februari (vervroegd) in militaire dienst gaat, ligt binnen ons gezichtsveld.

Niettemin heeft Kok nu al een knappe staat van dienst. Twee seizoenen in het Nederlands team en meteen topscorer, vorig seizoen onbedreigd topscorer van de eredivisie met 545 punten (gemiddeld 25 punten per wedstrijd), de beste rebounder, het hoogste spelrendement (hetgeen bij basketball in een indexcijfer wordt uitgedrukt) en momenteel weer topscorer in de eredivisie (gemiddeld 30 punten). In 1959 en 1960 speelde Kok in Mannheim met het Nederlandse jeugdteam mee in een groot Europees landentoernooi, in 1960, 1961 en 1962 vertegenwoordigde hij zijn land als jeugdspeler tegen België, ‘waar bij hij in 1961, liefst 49 punten voor zijn rekening nam. en inmiddels droeg hij al weer veertien keer het officiële Oranjeshirt. Wat bij Kok zo imponeert is zijn schotvaardigheid. In 1959 brak hij het absolute persoonlijke wedstrijdrecord in het juniorenteam van Landlust: hij maakte in 33 minuten speeltijd liefst 86 punten.

In het buitenland is Kok geen onbekende naam: iedere tong kan hem ook gemakkelijk uitspreken. Men heeft hem daar enige malen persoonlijk geëerd, zoals na een toernooi in België en in Antibes, waar Busnel hem in augustus jongstleden glunderend een gigantische beker overhandigde en alle Franse topspelers hem enthousiast kwamen feliciteren. Vorig seizoen klonk er alom zoet gefluit van allerlei clubfanaten, die Kok graag in een ander shirt zagen opereren. Te midden van de ondergrondse concurrentiestrijd werd Bram Bakel, de verpersoonlijking van Landlust, door een bepaalde clubman telefonisch gewekt een goed woordje voor diens club te doen, omdat Kok toch wel van club zou veranderen. Voor Kok doet men alles, tegen Kok niets. Een club in Parijs stelde zelfs een studie aan de Sorbonne in het vooruitzicht, al weet geen zinnig mens, wat Kok in hemelsnaam met een Parijse studie voor toekomstmogelijkheden heeft… Maar alle deiningen ten spijt bleef Gerrit Kok gelukkig zijn oude club Landlust trouw, waar hij een uitstekende basketball  opleiding krijgt van de coach Rob de Wit, waar het hem goed bevalt en hij omgeven is door enkele topspelers als Bruin, Sterker en Driehuis.

Bronnen: Het Parool en de Volkskrant