Theo Kinsbergen heeft de strijd nooit geschuwd

theo kinsbergen 2007De thans 82 jaar oude Theo Kinsbergen werd in de basketballkringen vaak een controversiële figuur genoemd. Toen hij voor het eerst voor het voetlicht trad als eigenaar/coach van Kinzo Amstelveen kreeg hij al spoedig het stempel opgeplakt ondeskundig te zijn. De Amsterdammer heeft zich dat nooit aangetrokken. Hij maakte zich nauwelijks druk om de insinuaties betreffende zijn persoon, hij kon er zelfs om lachen. In tegenstelling tot wat velen dachten had Theo Kinsbergen wel degelijk zijn sporen al verdient in het basketball. In de vijftiger jaren speelde hij bij AMVJ met welke ploeg hij enige keren kampioen van Nederland is geworden. Na zijn actieve spelers periode is hij ook nog enige tijd coach geweest bij deze club. “Dat zijn dingen die de meeste mensen niet wisten”, vertelde Kinsbergen.  “Net zoals niemand wist dat ik onderwijzer ben geweest”.

Onderwijzer, vertegenwoordiger en directeur

Als vertegenwoordiger probeerde Kinsbergen vroeger voor zijn baas wel eens een artikel te verkopen dat hij aan de straatstenen niet kwijt kon. Waarom? Omdat de concurrentie goedkoper was. Als hij dan wat ontmoedigd op kantoor terugkeerde, bleek zijn baas vreemd genoeg laaiend enthousiast. Die riep glunderend uit: „De concurrentie goedkoper? Prachtig! Prachtig! Dat is strijd, dat is uitdaging. We gaan er nu helemaal met volle stoom tegenaan”. Die filosofie over het zakendoen is Theo Kinsbergen altijd bijgebleven.

Hij werd directeur van een florerende onderneming met een jaaromzet van vijftig miljoen gulden en hij denkt nog altijd met respect aan de woorden van zijn vroegere baas terug, als een concurrent een order voor z’n neus probeerde weg te kapen. Theo Kinsbergen heeft de strijd nooit geschuwd. Die karaktereigenschap typeert niet alleen zijn succesvolle zakencarrière, maar ook zijn rol in de sportwereld, waarin hij als sponsor-coach de Amstelveense basketbalclub Kinzo naar twee landskampioenschappen leidde. Theo Kinsbergen wilde altijd winnen. En hoewel dat uiteraard niet altijd lukte, huldigde hij het principe: „Ik laat me niet uit het veld slaan. Ik ga er eenvoudig vanuit, dat ik beter ben dan een ander of minstens even goed”. Dat is echt geen opschepperij, maar een manier om jezelf te motiveren. Noem het een vorm van zelfovertuiging”.

Sport en zakendoen is overigens een ideale combinatie, volgens Kinsbergen, die samen met broer Martin  het bedrijf Kinzo runde. „Zakendoen is namelijk ook sport. Een geslaagde transactie geeft net zoveel voldoening als een overwinning met het basketbalteam. En dat moet je los zien van de materiële winst. Want veel geld verdienen heeft ook een flink aantal negatieve effecten. Als het je zakelijk voor de wind gaat, word je door je omgeving voortdurend belaagd met kreten in de trant van: „Dat kan jij gemakkelijk zeggen, want jij hebt toch genoeg geld”. Om nog maar niet te praten van de kinderen, die om de haverklap van hun vriendjes moeten horen: „Jouw vader is een rijke stinkerd”.

Ik kan niet zeggen, dat ik me gelukkiger voelde dan in de tijd dat ik als onderwijzer tweehonderdnegentig gulden schoon in de maand verdiende. Ik vind, dat ik dezelfde doodgewone jongen ben gebleven. Want laten we eerlijk zijn: “Wat is nou poen op de bank? Dat is een getikt getal op een papiertje”.

Tweehonderdnegentig gulden schoon in de maand als onderwijzer, zo startte Theo Kinsbergen zijn wonderlijke carrière. Hij voelde zich aangetrokken tot het onderwijs, omdat hij zelf zo’n leuke schooltijd had gehad. Maar zijn eerste ervaringen voor de klas op een lagere school in de Amsterdamse wijk Kattenburg beantwoordden helemaal niet aan het ideaal. Theo kwam in conflict met de hoofdonderwijzer, die er een gewoonte van maakte om kinderen te mishandelen. Toen „meester” Kinsbergen hem te verstaan gaf „maar van mijn kinderen blijf je met je handen af”, kreeg hij niet lang daarna de aanzegging, dat zijn dienstverband bij deze school was beëindigd.

De Comeniusschool in de Amsterdamse Kinkerbuurt werd zijn volgende station. „Leuke, openhartige kinderen, maar verder een verwaarloosde troep en ongelooflijk luie collega’s, wier terminologie voornamelijk bestond uit: hé, de kop van de week is eraf” en „nog drie weken, dan is het eindelijk weer vakantie”. Kinsbergen verdiende intussen 390 gulden schoon in de maand, had zes weken vakantie, maar bracht die tijd bij gebrek aan voldoende middelen wandelend achter de kinderwagen in het Vondelpark door.

Zijn vader was vertegenwoordiger in gereedschap en toen die een keer bezoek kreeg van een grossier, die zei: „Ik zoek een vertegenwoordiger, die nergens verstand van hoeft te hebben, als hij maar éérlijk is”, merkte Theo gretig op: „Nou, dat wil ik dan wel proberen”. Ex-onderwijzer Kinsbergen met grote koffers vol schroevedraaiers, steek- en ringsleutels op stap. Een vreemde omschakeling: „Als ik om vijf uur nog bij een klant stond, dacht ik wel eens: „Als ik onderwijzer was gebleven, was ik nu al thuis. .

Kinzo vestiging te Ede

Kinzo vestiging te Ede

Theo werd later vertegenwoordiger bij een groothandel, maar toen zijn vader een zelfstandig bedrijfje stichtte stapte hij samen met broer Martin bij pa in de zaak. Na de pensionering van Kinsbergen senior, verlegden de zoons meer en meer de grenzen. Zakenreizen naar het Verre Oosten en lucratieve contracten afsluiten. Het bedrijfje, dat inmiddels naar de naam KINZO (naar Kinsbergen en Zonen) luisterde, maakte een reusachtige opgang en groeide uit tot een internationale zaak met leveranties aan vele Europese landen.

Theo's racemonster - Foto: Jan Borsboom

Theo’s racemonster – Foto: Jan Borsboom

Maar de sport bleef  Theo boeien. Hij had furore gemaakt als autocoureur in de toerwagenklasse op het circuit van Zandvoort en had al eens de titel kampioen van Nederland in de categorie „Sportcars” veroverd.

„Die snelheid, de pure snelheid, gaf me een geweldige kick. In zo’n race komt er een eigenaardig gelukzalig gevoel over je, dat gewoon niet te definiëren is”, vertelde hij eens. „In die tijd heb ik ook ervaren, dat begrippen als „geluk” en „pech” erg betrekkelijk zijn. Ik geloof er ook niet zo erg in. „Pech” is meestal je eigen schuld. Het betekent, dat je je nog beter had moeten voorbereiden op een race. En zo is het ook vaak in het zakenleven. „Pech en geluk” zijn facetten, die je zelf voor een zeer belangrijk deel in de hand hebt.”  Zo benaderde Theo Kinsbergen ook zijn grote passie: de basketballsport.

Sponsoren

200430635-001Theo Kinsbergen ging sponsoren louter en alleen om de publiciteit. Basketball kreeg na het voetbal, in de jaren ’70 en ’80 de meeste tv-tijd, de grootste koppen in de kranten en het meeste publiek. Als hij was gaan sponsoren als een soort hobby, had Kinsbergen niet voor het basketball gekozen maar voor de autosport. De autosport heeft hem altijd meer getrokken, omdat hij zelf jarenlang heeft geraced en het had ook meer met de produkten te maken welke zijn bedrijf verkocht.

Hij blijft erbij dat hij nooit veel geld in Kinzo Amstelveen heeft gestoken. In ruil voor een som geld heeft hij het eerste team gekregen. Theo vertelde hierover: “Bij de andere clubs geeft een sponsor een x-bedrag aan de club, en dan mogen ze hopen dat het geld goed besteed wordt. Ik hoefde geen rekening te houden met voorzitters en andere gewichtdoeners, die alleen maar geschikt zijn om geen, of verkeerde beslissingen te nemen. Veel van die bestuursleden lijken op onderwijzers die geen orde in hun klas kunnen houden.

„Het is onmogelijk om geweldige prestaties te leveren’ met mensen die daartoe de capaciteiten niet hebben. Je zal moeten beginnen een ploeg’ bijeen te zoeken van spelers die de mogelijkheden hebben, topbasketball te spelen.

Daarna kan je aan de opbouw van een kampioensteam gaan beginnen. Dat is tenminste mijn visie op de zaak. Vanaf de eerste dag dat we met sponsoring begonnen was de opzet om kampioen te willen worden. Zonder prestaties geen publiciteit. Maar het zoeken naar de juiste ploeg heeft drie jaar geduurd.

„Mij werd vaak voor de voeten gegooid, dat mijn aanpak voor het Nederlandse basketball funest zou zijn. Tegen Janbroers (coach van Remington) en Massaro (voorzitter Buitoni) heb ik destijds gezegd, toen zij mij hierop aanvielen: O.K. heren, jullie zijn bang dat ik jullie spelers wegkoop. Ik zal ze niets meer bieden, ik zal mijn spelers wel uit Amerika halen”.

Einde van deel 1